terug  begin  verderprepost
[p. 15]


illustratie

[p. 16]


illustratie

[p. 17]

Brieven van Carry van Bruggen aan Frans Coenen

1

In haar eerste, per expresse verzonden brief aan Mr. Frans Coenen reageert Carry van Bruggen zeer snel en enigszins uitdagend op zijn uitvoerige bespreking van haar roman De Verlatene, Een roman uit het Joodsche leven (Amsterdam, 1910). Coenen had verschillende tekorten in het boek aangewezen, onder meer een zekere oppervlakkigheid en een gebrek aan overtuigingskracht, maar zijn eindoordeel was tamelijk positief: ‘Wat men er in waardeert en wat tenslotte het werk sympathiek maakt, is de levendige, zelfs hartstochtelijke herinnering aan het Jodendom en den weemoed om zijn verval. Die Joodsche wereld, niet altijd met talent verbeeld, is toch de echte Joodsche wereld, die de schrijfster heeft gekend en liefgehad.’1

 

[Amsterdam]

v/h 5 Nov 19102

 

Geachte Meester Coenen,

Zeer blij ben ik met Uwe critiek. Anders dan de andere critici hebt U begrepen. Het is de langzame val van het Jodendom die ons jongeren diep ontroert. Als een drama -en melodrama: zeker melodrama in dien zin dat uit de wegrottende Joodsche maatschappij van thans geen drama meer kan worden geboren! Dat is het eenige wat U ontging zooals misschien ook het lenig sensueele [,] zooals dat verfijnde in de structuur mijner zinnen waarmee ik heb willen doen verbleeken van een stille passie wie ik.. misschien? niet meer ontroeren kon?? Mag ik spoedig eens bij U komen. Ik verlang er zeer naar met U te spreken. Met collegialen groet ben ik zeer bereid te zijn Uwe zeer dienstvaardigen

 

Carry van Bruggen

 

v. Baerlestr. 48 boven3

(een maal bellen)

1Frans Coenen in De Amsterdammer, Weekblad voor Nederland (= ‘De Groene’), 6 november 1910.
2Dat Carry van Bruggen al op 5 november reageerde op Coenens bespreking van De Verlatene van 6 november, kan op verschillende wijzen verklaard worden. In de eerste plaats kan zij de recensie ter inzage gekregen hebben vóórdat deze in De Amsterdammer geplaatst werd (vgl. ook noot 3); vervolgens was het weekblad, dat officieel 's zondags uitkwam, eerder verkrijgbaar.
3Carry van Bruggen woonde in 1910 met haar man in de Valeriusstraat, nr. 75. Op het adres dat onder de brief staat, woonden toen o.m. de ouders van de hoofdredacteur van De Amsterdammer, H.P.L. Wiessing, met wie Carry van Bruggen bevriend was.
prepostterug  begin  verder