In deze lijst zijn de namen opgenomen van alle Nederlandse personen die De Bruijn in Rusland ontmoet en van de Russische personen voor zover ze historisch gezien van enig belang zijn geweest.
| Feudor Mashewits Apraxim: |
| Graaf Fjodor Matvejevitsj Apraksin (1661-1728); admiraal en hoofd van de Russische vloot. In 1693 werd hij benoemd tot gouverneur (wojewoda) van Archangel. |
| Brants: |
| Christoffel Brants (1664-1732); Amsterdams koopman die jarenlang in Moskou woonde en werkte. Toen hij in 1705 definitief in Amsterdam terug was gekeerd behartigde hij met een aantal collega's de zaken van tsaar Peter I in de Republiek. Tijdens het Grote Gezantschap onderhandelde Brants namens de Russische ambassadeur Graaf Koerakin met zeilmakers. De tsaar had deze ambachtslieden nodig voor de opbouw van zijn Russische vloot. Toen Peter de Grote in 1717 wederom Amsterdam bezocht, was hij vaak Brants' gast. In datzelfde jaar verhief Peter I Brants in de adelstand en maakte hij hem hofraad. Vanaf dat moment werd zijn naam veranderd in Christoffel van Brants. |
| Adolf Bouwhuizen:
waarschijnlijk Adam Bouwhuizen; Hollands koopman te Archangel. |
| Pieter Coyet:
Hollands koopman te Archangel. |
| Gabriel Ivanowits Gollofkiem:
Graaf Gavriïl Ivanovitsj Golovkin (1660-1734) volgde Graaf Golowin na diens dood in 1706 op als minister van Buitenlandse Zaken tot 1734. Golovkin was degene die tsaar Peter in 1721 tijdens een feestrede ter ere van de overwinning op Zweden ‘de Grote’ noemde, en hem uit naam van het volk vroeg de titel van keizer te voeren. |
| Fedder Alexewits Golowin:
Graaf Fjodor Aleksejevitsj Golovin (1650-1706); minister van Buitenlandse Zaken van 1699-1706. Ook was hij stadhouder van Siberië, commissaris van oorlog en tweede man in de leiding van het Grote Gezantschap. |
| La Fort:
François Lefort (1656-1699); afkomstig uit een familie van aanzienlijke Geneefse kooplieden. Tijdens zijn verblijf in Nederland leerde hij de taal en verdiepte hij zich in de koophandel. In 1675 werd hij secretaris van de Deense gezant in Moskou waar hij de Russische taal leerde. Hierna maakte hij carrière in de Russische krijgsmacht en was hij als admiraal medeverantwoordelijk voor de overwinning op Azov in 1696. In 1697 had hij de leiding over het Grote Gezantschap. Lefort heeft de tsaar waarschijnlijk geïnspireerd om deze reis te maken en zich te verdiepen in moderne technieken. |
| La Fort:
Door De Bruijn ‘de jonge Heer la Fort’ genoemd. Peter Lefort; hofmeester van de tsaar. Hij zat in het gevolg van François Lefort, behalve naamgenoot ook familie, tijdens het Grote Gezantschap. |
| Resident vander Hulst:
Hendrik of Nicolaas van der Hulst; luitenant. Reisgenoot en tolk van de tsaar tijdens het Grote Gezantschap. In 1699 werd hij Nederlands resident aan het hof van Rusland om de goede betrekkingen tussen Nederland en Rusland in stand te houden. |
| Abraham Kinsius:
Voornaam Hollands koopman te Archangel. Correspondentievriend van Nicolaas Witsen. |
| Lups:
Jean of Johan Lups; voornaam koopman, eerst te Moskou en daarna te Amsterdam. Lups had een handelshuis te Archangel waar de vader van resident Nicolaas van der Hulst, en later ook de resident zelf, een aandeel in hadden. |
| Alexander Danielewits die Mensikof:
Alexander Danilovitsj Mensjikov (1673-1729). Was aanvankelijk stalknecht of pasteibakker. Wist bij tsaar Peter in de gunst te raken en werd diens jeugdvriend en vertrouweling. Hij beheerde tijdens het Gezantschap Peters persoonlijke uitgaven. De tsaar maakte hem vorst in 1705. In datzelfde jaar wordt hij de gouverneur van Alexej, de zoon van tsaar Peter. Na de dood van generaal François Lefort in 1699 volgt Mensjikov hem in veel functies op. |
| Iwan Alexewits Moesin Poeskin:
Vorst Ivan Aleksejevitsj Moesin Poesjkin (1661-1729). Was van 1710 tot 1717 hoofd van de kloosterkanselarij: de overheidsinstelling die de kloosters en kerken beheerde. |
| Gregori Grigoiewits Ronodanofskie:
Hier zal Fjodor Romodanovski (ca. 1640-1717) bedoeld zijn. Deze had gedurende de afwezigheid van de tsaar tijdens diens Grote Gezantschap de verantwoordelijkheid over het bestuur van het rijk. Grigori Grigorjevitsj Romodanovski was een generaal en stierf in 1682. |
| Bories Petrowits Seremotof:
Boris Sjeremetev (1652-1719). Nam deel aan het Grote Gezantschap. Onder zijn bevel vond in 1702 de beslissende overwinning op de Zweden in Lijfland plaats. |
| Patriarch Mekite Moysewits Sotof:
Graaf Nikita Moisevitsj Zotov (ca. 1644-1718); gouverneur van Peter. Gunsteling van tsaar Peter en lid van het Vrolijke Gezelschap. |
| Troubetskooy:
Vorst Joeri Joerevitsj Troebetskoj (1668-1739). Vertrok in 1696 in opdracht van de tsaar naar Venetië om daar de scheepsbouw, zeevaartkunde en navigatie te bestuderen. Na zijn terugkomst werd hij senator en gouverneur van Novgorod. In 1700 was hij commandant van een regiment tijdens de slag bij Narva. |
| Nikolaes Witsen:
Nicolaas Witsen (1641-1717). Na de voltooiing van zijn academische opleiding ging hij in 1664 als ‘edelman van Staat’ met het gezantschap van Jacob Boreel mee naar Rusland. Met dit land onderhield zijn familie sinds lange tijd handelsbetrekkingen. Hij verbleef er een jaar en verzamelde gegevens voor zijn grote compilatiewerk over heel Moskovië: Noord en Oost Tartarye (1692). In 1671 verscheen Witsens eerste wetenschappelijke werk Aeloude en hedendaegsche Scheepsbouw en Bestier. Het boek had veel invloed op Peter de Grote en de scheepsbouw in Rusland. In 1682 werd Witsen voor de eerste maal burgemeester van Amsterdam; het ambt dat hij hierna nog 13 maal zou vervullen. Toen de tsaar in 1697 in Nederland verbleef zorgde Witsen er onder meer voor dat Peter kon werken op de scheepswerven van de VOC. De tweede druk van zijn werk over Moskovië droeg Witsen op aan de tsaar. |
