28 december: Aagje's vader, Pieter Teunisz. Deken, begraven; zijn vrouw Geertruy Bebber was kort tevoren al overleden.
10 februari: het vierjarig weeskind Aagje Deken opgenomen in het deftige Collegianten-weeshuis De Oranje Appel te Amsterdam, op verzoek van haar oom en voogd Gerbrand Deken en diens moeder. Vriendschap o.a. met haar medewees Maria (‘Mietje’) Bavink, die in 1769 De Oranje Appel verlaat om in dienstbetrekking te komen bij de dichteres Lucretia Wilhelmina van Winter-van Merken.
Eerste dichtproeven.

Economische liedjes, 1781, III, uit: Het dankbaar weeskind, p. 235/242 (W & D)








23 augustus: Aagje ondergaat in de kring van de Collegianten te Rijnsburg de dompel-doop, haar toegediend door Agge Roskam Kool uit Beverwijk.
Leert daar ook Adriaan Houttuin en Tjalling Tjallingius uit Hoorn kennen.
4 februari: verlaat op 25-jarige leeftijd het weeshuis; treedt in verschillende dienstbetrekkingen; tracht, als dit geen succes wordt, door een koffie- en theehandeltje in haar onderhoud te voorzien.
9 februari: ingeschreven bij de Doopsgezinde Gemeente te Amsterdam.
Hartsvriendschap met Maria Bosch (geboren te Amsterdam in 1741), een ziekelijke dichteres van stichtelijke verzen.

Bij de Rhijnsburgers of Collegianten was nog een gebruik dat ten vollen aan mijnen smaak voldeed. Ieder Broeder had de vrijheid om voorgestelde gevoelens, zo die met de zijne verschilden, bedaarlijk tegen te spreken, of in sterker licht te plaatzen, of met meer bewijzen aante dringen. Men zong Psalmen en Liederen men bad nooit formuliergebeden. Daar verzogt men dat hij die zich het meest opgewekt voelde om te bidden en te danken dit uit aller naam verrichte. Dit 's oorzaak van dat ernstig krachtig bidden en danken, van de sterke indrukken die de Christelijke toehoorders van hunne plichten ontfingen, en behielden.
Voor ik mij bij deeze Gemeente voegde, had ik de volle overtuiging dat de Doop door indompeling de ware Christelijke oorspronkelijke Doop is. Of Jezus nu dien Doop van de Jooden al, of niet ontleent heeft doet niets ter zaak. ‘Dat wat meer of minder water niets doet tot de betekende zaak’ zegt men dikwijls; maar ook dit voldoet mij niet. Paulus immers leert dat de doop door indompeling de betekende zaak treffender uitdrukt. ‘Zijnde met hem begraven door den Doop in den dood, opdat, zo als Christus is opgewekt tot heerlijkheid des Vaders, wij ook zouden wandelen in nieuwigheid des levens’.
Zo was het niet toen ik van Rhijnsburg kwam. Dat Gezelschap hadt de sterkste indrukken op mij gemaakt. Mij dogt daar meede zoude ik altoos hebben kunnen verkeeren. Geduurende de eerste dagen na onze terugkomst was ik buitengewoon stil, niet werkzaam, had een zweem van zwaarmoedigheid en die beviel mij onuitspreekelijk. Ik verraschtte ook eens eenige zachte traanen die al vrij rijkelijk langs mijne wangen vloeiden op het uur dat wij tot onze Godsdienstoefening bij elkander kwamen. Altoos waaren mijne gedagten te Rhijnsburg - maar (en toen kende ik de mensch nog niet genoeg om mij daar niet over te verwonderen) - maar ik sprak niet over Rhijnsburg.
Fragmenten uit het onuitgegeven deel van het ‘Geschrift eener bejaarde vrouw’, ingeleid en met aantekeningen voorzien door Ina van der Liet, 1954 (W & D), opgenomen in Boeket voor Betje en Aagje, 1954, p. 127-158

Neemt als vriendin en verzorgster haar intrek ten huize van Maria Bosch en haar moeder op de Haarlemmerdijk (thans nr. 20). Wederzijdse steun, ook in de poëzie-beoefening. Komt in deze tijd in nader contact met allerlei vromen van gelijke piëtistische signatuur: Hendrik Reinhart, Maria Elizabeth (‘Betje’) Schreuder en haar broer Frederik Isaac Schreuder. Ook bevriend met de Lutherse suikerraffinadeur Jan Everhard Grave uit Amsterdam, eveneens dichter van vooral geestelijke gezangen. Meer op afstand onderhoudt Aagje verder relaties met de Amsterdamse kring rond het echtpaar Nicolaas Simon van Winter en Lucretia Wilhelmina van Merken. Door hun bemiddeling geraakt zij in de gunst van haar ongehuwde achterneef Hendrik Busserus (1701-1781), een rijke kunstverzamelaar uit Amsterdam.
19 november: dood van Maria Bosch, enige dochter van wijlen Olphert Bosch. Aagje blijft voorlopig nog bij de weduwe Bosch inwonen, maar haar toekomst is nu onzeker geworden.
Steeds intiemer wordende vriendschap met Betje Schreuder.
Publiceert de Stichtelyke gedichten van Maria Bosch en Agatha Deken, opgedragen aan haar neef Hendrik Busserus.
mei: onverwacht huwelijk van Betje Schreuder met Hendrik Reinhart. november Betje Schreuder en Hendrik Reinhart zeggen Aagje Deken de vriendschap op wegens haar relatie met Betje Wolff.







Stichtelyke gedichten van Maria Bosch en Agatha Deken, 1775, Vriendschapsoffer aan myne hartelyk geliefde vriendinne Maria Bosch, p. 84 (D)
Stichtelijke gedichten, 1775, uit: De eerwaardige ouderdom, toegezongen aan mynen veelgeachten neef, den Heere Hendrik Busserus op zynen drieën-zeventigsten verjaardag, p. 373 (D)
Lykzang, op het afsterven van den Heere Jan Wagenaar, 1773, slot (D)
