terug  begin  prepost
[p. 411]

Zaakregister

Alphen, Hieronymus van

advocatuur, en de: 45-47.
afkomst: 1-8.
beeldende kunst, en de: 10, 118-119, 323-324.
bekering: 31-35, 39.
belijdenis: 33.
bibliotheek: 47-48, 338.
bijbel, en de: 71, 165-166, 237.

Geschriften

Aanspraak... aan de Leden des Oeconomischen Taks: 98.
Na den Biddag: 265-266.
Biddagsbrief van 1788: 243-244.
De Christelijke Spectator: 260, 278, 285, 308, 310-311, 313, 315, 322, 324-325, 329, 332, 341, 349.
Dagboek van E.C.W.: 5, 8-9, 34, 112, 179-189, 260, 263-264, 308-310, 345.
dagboek (geheime): 47, 82, 228-229, 248, 281, 285-287, 304-305, 321, 332, 349.
De Digter en de Nagtegaal: 27.
Digtkundige Verhandelingen: 140, 159-173, 191, 209, 217, 341.
dissertatio... de eo, quod justum est circa tori et mensae separationem: 12, 19.
dissertatio over Javolenus Priscus: 17, 40, 43-44.
De Doggersbank: 189, 194-195.
Eenige Leerstukken van den Protestantschen Godsdienst... verdedigd: 67-73, 341.
Egtzang: 154, 158-159, 176, 215.
Gedagten over de beste wijze van aan zaliggestorvene vrienden te denken: 90, 93-94.
Ter Gedagtenis: 305-308.
Gedigten en Overdenkingen: 48-49, 75, 78-79, 89-94, 105, 113, 143, 341.
Gedigten voor Elize: 157-158, 176-179, 214-216, 236.
De Gronden mijner Geloofs-Belijdenis: 218-222, 341.
De Hoope der Zaligheid: 189, 193, 304.
Het Huwelijk: 228.
Inleiding tot de Generale Petitie voor 1794: 270-271, 347.
Inleiding tot de Generale Petitie voor 1795: 270-273, 347.
Kindergedichten: 99-113, 173, 222, 341-343, 350-351, 354-356.
Klaagzang op J.M. van Goens: 75-78, 89, 94, 113, 138, 144, 173.
[p. 412]
Kleine Bijdragen, tot Bevordering van Wetenschap en Deugd: 174, 260, 308-311, 313, 322-323, 328.
Mengelingen, in Proze en Poëzy: 5, 8-9, 48-49, 67, 89, 101, 112, 128, 158, 166, 176-202, 213-216, 236-239, 255, 257, 263-264, 331, 345.
Missive, aan... Dumouriez: 266-267.
Mijne onbekende vrienden: 49, 200-202.
Nagelatene Schriften: 308, 310-311, 313-314, 322, 327-328, 339-340.
Nederlandsche Gezangen: 140-146, 152, 215, 342-343.
Ode aan Christus: 75, 79, 91-92.
Ode aan den Dood: 75, 78-79.
Op den 8sten Maart 1793: 267.
Overdenking over eenen vroegtijdigen dood: 90, 93.
Predikt het Euangelium allen Creaturen: 260, 308, 310, 312, 315-317, 319, 321-322, 327, 329, 341, 349.
Proeve van Liederen en Gezangen voor den Openbaaren Godsdienst: 330-338.
Rapport... ten betooge van de Souverainiteit der Heeren Staten, over... Utrecht: 226-227.
De Rechten der Gereformeerde Gemeenten... verdedigd: 288-291.
Aan den standvastigen... verdediger van de Willemstad: 265.
De Starrenhemel: 10, 189, 192-193, 199, 351, 353, 355.
Stigtelijke Mengelpoëzij: 5, 43, 52, 57-64, 173-176, 199, 341, 356.
Stigtelijke Digtstukjes: 199-200, 341.
Theorie: 60, 90, 114-140, 149, 159, 165, 214, 217, 341, 355.
Over de Verdienste (naar Th. Abbt): 95-97, 143, 341.
Verhandeling over den Eed der Utregtsche Bisschoppen: 67-68, 341.
Verhandeling over de Kenmerken van waar en valsch Vernuft: 170-172, 341.
Verhandeling over de Voortreflijkheid der burgerlyke Wetgeeving van Moses: 17, 256-259, 341.
De waare Volksverlichting: 259-263, 308, 341.
Wat moeten wij doen? I.D.D.D.: 174-175, 293.
Een Woord Op Zijn Tijd: 265.
hebreeuwse poëzie, en de: 165-166.
huwelijk met J.M. van Goens: 64-67, 74-75.
huwelijk met C.G. van Valkenburg: 152-155.
Joden, en de: 316.
kinderen, relatie tot zijn: 155-156, 248-250, 302-307.
klassieke oudheid, en de: 73-74, 140, 165-167, 257-258.
latijnse poëziebeoefening: 23.
lezerspubliek: 282, 306-307.
maatschappij, verhouding tot de: 94-96.
muziek, en de: 10, 49-50, 190-191, 324.
overlijden: 338.
patriottisme: 94-99, 142.
piëtisme: 52, 54-55, 181-184, 281-283.
procureur-generaal: 150-152.
schola Burmanniana, en de: 21-28, 38, 43, 134.
schooljaren: 10, 13.
signalement: 284.
silhouetportret: 87-89.
[p. 413]
talenkennis: 47-48.
testament: 338.
anacreontiek: 177-179, 204, 236.
cantate: 189, 191-196.
contrastwerking in de kunst: 127, 129.
dagboekcultus: 82-83, 182.
Duinzigt (buiten van H.v.A.): 286.
esthetica: 120; zie verder onder H.v.A., Theorie.
fabel (= verdicht verhaal): 129.
fragmentarische, het: 133-134.
fysiognomie: 83, 85, 87-89.
geest: 170-172.
geestelijk lied: 58-60, 86; zie verder onder Van Alphen's geschriften.
genie: 120-122, 132-133.
genootschappen
Diligentiae Omniae: 22.
Dulces Ante Omnia Musae: 15, 18, 26-27, 36, 42, 51, 159, 203, 207.
(Haagsche) Genootschap ter (tot) Verdediging van den Christelijken Godsdienst: 30, 251-252, 280.
Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen: 97.
Kunstliefde Spaart Geen Vlijt: 75, 84, 159, 279-280.
Kunst Wordt Door Arbeid Verkreegen: 75, 148, 159.
Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde: 22, 27, 51, 159.
Musae Noster Amor: 15, 26, 36, 51.
Oeconomische Tak: 97-99, 147.
Patriae et Musis: 22.
Provinciaal Utrechts Genootschap van Kunsten en Wetenschappen: 30, 147-148, 203.
Studium Scientiarum Genetrix: 30, 75, 159.
gothische smaak: 126.
gratie en Graziendichtung: 131-132.
's-Gravenhage: 279-284.
harmonie in poëzie: 162, 169.
hartstochtelijke, het: 129-131.
hernhutters: 3-5.
imitatio: 119, 127, 165, 189.
illuminisme: 261.
Leevliet (buiten van H.v.A.): 246-247, 285.
Leiden: 247-248.
melodie (in de poëzie): 162-163.
[p. 414]
muziek, relatie tot poëzie: 189-191, 355.
mythologie: 128.
naïeve, het: 126-127.
natuurrecht: 16, 19.
Nederlands Hervormde Kerk: 251-254, 275, 287-302, 331-332.
neo-latijnse poëzie: 21-24.
odevorm: 78-79, 104-105.
Oeconomische Tak: zie onder genootschappen.
Oostbroek (buiten van H.v.A.): 286- 337.
oriëntalistiek: 17, 165.
Oudwijk (buiten van H.v.A.): 156-157, 246.
pathetieke, het: 130-131.
piëtisme: 52, 54-55, 82, 181-184, 202, 306.
prosodie: 162-164.
rijm: 78-79, 105, 164.
schone, het: 120, 124-125.
sentimentele, het: 167-168, 177, 187-189, 192.
smaak, de: 120-122, 132-133.
Socratische oorlog: 68-70.
Steenvoorde (buiten van H.v.A.): 286-287, 337.
tolerantiestrijd: 16, 18, 25, 265-266.
Utrecht: 223-227, 230-232, 240-243 en passim.
verhevene, het: 125-126.
Verlichting: 80-82, 184-187, 236-239, 259-263, 278, 314, 324-325, 330 en passim.
vernuft (esthetische term): 170-172.
vrijmetselarij: 25, 37-38.

prepostterug  begin