terug  begin  verder
[p. 566]

Zesde hoofdstuk.
Overzigt der letteren.

I [Eenheid van Holland en Vlaanderen in de letteren]

Een overzigt van de muziek in Noord-Nederland zal eerst bij het behandelen van een volgend tijdperk kunnen gegeven worden. Wij bepalen ons tot een overzigt der letteren, en maken opmerkzaam dat van de 13de tot en met de 16de eeuw Noord- en Zuid-Nederland in het letterkundige één geweest zijn.

Er werden boeken geschreven, eerst in eene taal die wij met den algemeenen naam van middennederlandsch aanduiden; daarna andere boeken in het bastaard-idioom der rederijkers. De meeste en de beste dier werken zijn, geografisch gesproken, van vlaamschen oorsprong; doch er bestaat geen wezenlijk onderscheid tusschen het hollandsch van Stoke of Potter, en het vlaamsch van Maerlant en Boendale; tusschen

[p. 567]

eene bladzijde proza van Ruysbroeck te Brussel, en eene van Mande te Zwol of van Matthijssen in Den Briel; tusschen een rederijkersspel uit Antwerpen en een rederijkersspel uit Rotterdam.

De lotgevallen der kunst hebben op dit vloeijen der zuidelijke en der noordelijke letteren in één bedding ons voorbereid. In het staatkundige zijn Vlaanderen en Holland somtijds vijanden geweest. Men kan zeggen dat de steden van het Noorden en de steden van het Zuiden elk haar eigen levensloop gehad hebben. Zonder de feiten geweld aan te doen, kon ik te dien aanzien in vroegere hoofdstukken het bestaan eener specifiek noordnederlandsche beschaving onderstellen.

Met de taal is het, in onderscheiding van de politiek, evenzoo gesteld geweest als met de kunst en met het geloof. Noord en Zuid beleden dezelfde godsdienst, beligchaamden deze in dezelfde kunstvormen, en gaven haar klanken in dezelfde spraak. Hebben in de middennederlandsche poëzie de Vlamingen van meer talent of grooter vruchtbaarheid blijk gegeven dan de Hollanders, dezen moeten met even goed humeur dit weten te verdragen als zij het de oudvlaamsche meerderheid in de schilderkunst en de architektuur doen.

terug  begin  verder