Op de J.V. bestudeerden wij de sociale vragen, zeer tot onbehagen van het Bondsbestuur, aan de hand van de Christelijk Sociale Studiën van Dr. J.R. Slotemaker de Bruine, een werk, dat vrijwel geheel verouderd is, maar dat in de tijd, waarin het verscheen - dat was in 1908 en het beleefde vele drukken - voor ons een bevrijdende betekenis heeft gehad. Slotemaker heb ik als jongen en als student vele malen horen preken. Hij was een bijzonder prediker. De sociale vragen kwamen in de preek aan de orde. In het zo rustige en bezadigde Utrecht - de stad van de zeven kerkhoven - heeft Slotemaker naast Ds G.J.A. Jonker gewetens wakker geschud en onrust gewekt. Hij is zeker één van de eerste predikanten in de Hervormde Kerk geweest - naast Talma - die aan de opwekking van sociaal besef een positieve bijdrage schonk. De christelijke vakbeweging heeft hij in een tijd, waarin de kerk nog alle mogelijke reserves had - men waardeerde haar als bolwerk tegen het socialisme, maar kwam zij met haar eisen, dan zei men of dacht men in elk geval: een kinderhand is gauw gevuld - onvoorwaardelijk gesteund. In de jaren van zijn predikantschap in Utrecht - 1907 tot 1916 - was hij in sociaal opzicht een vooruitstrevende en in de ogen van de meesten zelfs radicale figuur. Later werd dat anders. Noch aan de theologische noch aan de politieke en sociale ontwikkeling van de latere jaren vond Slotemaker
aansluiting. Zijn politieke loopbaan werd een teleurstelling. Toen ik nog een jongen was, had hij echter in Utrecht de naam van de rooie dominee. De drie delen van zijn Christelijk Sociale Studiën - later werden het er zes - heb ik verslonden.
Het viel echter niet mee zijn Studiën voor de behandeling op de J.V. te bewerken. Daarom besloten wij, Ds Slotemaker om advies te vragen. Met z'n tweeën werden wij afgevaardigd. Wij werden allerhartelijkst ontvangen en na enkele dagen ontving ik een uitvoerig schrijven, waarin Ds Slotemaker alle mogelijke aanwijzingen gaf: een lijst van onderwerpen met opgave van de op deze onderwerpen corresponderende gedeelten in zijn boek. Van hoger hand verbood men ons de Studiën van Slotemaker als leiddraad te gebruiken, daar de schrijver ethisch en niet gereformeerd was. Wij zetten echter door en Slotemaker was voor Soli in sociaal opzicht de man. De naam rooie dominee was zeker niet juist. Slotemaker is nooit socialist geweest. Hij bleef de man van het solidarisme. In de verdediging van het solidarisme lag zijn kracht. Maar daarmee waren ook de grenzen van zijn sociaal inzicht en zijn sociale actie gegeven. Hij werd dan ook lid van de C.H.U.
Betekende het luisteren naar en het in zekere zin volgen van Slotemaker en De Ligt een vervreemding van het eigen gereformeerd milieu?