Pieter Jelle Troelstra was een niet minder emotionele en revolutionaire figuur dan Domela. Maar in zijn strijd voor het democratisch socialisme was hij, anders dan deze, geen individualist en sectariër. Meerdere malen heb ik als jongen en als student Troelstra horen spreken. Hij heeft mij altijd zeer geboeid. Wat vrijwel alle Nederlandse socialisten van tegenwoordig missen, bezat Troelstra: iets van de profeet, verbeeldingskracht, iets visionairs. Troelstra heeft samen met vele anderen, maar hij toch wel als primus inter pares, de socialistische arbeidersbeweging gemaakt tot een positieve en opbouwende beweging. Troelstra heeft ook vanaf het begin aangestuurd op een socialistische beweging, die alle arbeiders, ook de christelijke, zou omvatten. In dit opzicht is hij van de oude socialisten meer dan wie ook de man van de doorbraak geweest. Zijn opvattingen over de schoolstrijd - ik denk aan de Groninger
schoolmotie - hielden daarmee verband. Hij heeft ook beseft, dat het marxisme als levens- en wereldbeschouwing niet tot het wezen van het socialisme mocht worden geproclameerd. Ook, dat het ontoereikend was, om de diepste behoeften van velen - daartoe behoorde hij zelf - te bevredigen.
Van jongs af heb ik mij tot Troelstra, de grote voorman en leider van de S.D.A.P., aangetrokken gevoeld en, al ben ik zijn optreden in 1918 onjuist blijven vinden, de wijze, waarop hij toen verguisd is geworden - ik herinner mij, hoe een bekende gereformeerde dominee hem in een kerkdienst in de novemberdagen van 1918 zo ongeveer verdoemde - heeft toen al verzet in mij wakker geroepen. Troelstra heeft in bepaalde opzichten gefaald, maar de positieve betekenis, die hij als leider van de moderne arbeidersbeweging gehad heeft - een positieve betekenis zowel voor de arbeidersklasse als voor ons gehele volk - is zo groot, dat het een vergrijp aan de geschiedenis is om vanwege de Troelstra van 1918 Troelstra te desavoueren. Met vreugde en dankbaarheid heb ik dan ook meegelopen in de stoet, die door Den Haag schreed, om deel te nemen aan de onthulling van Troelstra's standbeeld. Het was mij een eer, zitting te mogen hebben in het comité, dat de gelden, nodig voor de oprichting van dit standbeeld, bijeen heeft gebracht.