terug  begin  verderprepost

Mosterdveen

Via het hoofdbestuur van de N.C.S.V. kwam ik in het jongenswerk van de N.C.S.V. terecht.

Het eerste jongenskamp van de N.C.S.V. werd in 1899 in Hattem gehouden. Later verhuisde men naar Nunspeet: de Waschkolk. De bedoeling was: evangelisatie onder de jongens van gymnasium, lyceum en h.b.s. Oorspronkelijk waren alle kampen sportkampen en kwam het minder sportieve en meer verstandelijke type niet tot zijn recht. Om in de behoefte van dit type te voorzien werd naast deWaschkolk een nieuw kamp opgericht: Mosterdveen. Mosterdveen had zijn eigen karakter en zijn eigen traditie. Het was, ver weg van de grote wereld, een wereldje op zichzelf. In mijn tijd bestond het kamp uit de staf - de hoofdofficier, de kampcommandant en de veldprediker - de officieren, de adjudanten en de jongens. De staf, de officieren en de adjudanten hebben hun voordagen, waarin het kamp wordt voorbereid. De avond voor het kamp wordt een bidstond gehouden. En dan komen de jongens, uit alle kringen van de maatschappij: deftige aristocratenzoontjes en doodgewone burgerjongens, jongens uit christelijke en kerkelijke gezinnen en jongens uit volslagen niet-kerkelijke en soms zelfs uit zeer bepaald niet-christelijk milieu. Tien dagen leven wij met elkaar.

Mosterdveen is een uitgestrekt terrein, ergens in de buurt van Nunspeet. Het ligt op een grote heidevlakte, aan drie zijden beschut door dennebossen, terwijl aan de vierde zijde de uitgestrekte hei een prachtig vergezicht biedt. Op een paar heuvelruggen zijn houten barakken gebouwd, rondom een kolk, een prachtgelegenheid om te zwemmen en watergevechten te leveren. Er is een voetbal- en hockeyveld. Een groot deel van de dag wordt er gesport. Bijna iedere dag is er ook een fietstocht. Een sluiptocht en een kampvuur zorgen voor de romantiek. Op een van de laatste dagen wordt een groot volksfeest georganiseerd.

[p. 71]

Het doel van het kamp is, de jongens, die later in alle mogelijke verhoudingen ons volksleven zullen leiden en bouwen, in deze tien dagen in aanraking te brengen met het evangelie van Jezus Christus. Na een dag van genieten zitten we 's avonds aan lange tafels in de eetbarak. Na de maaltijd worden de olielampen aangestoken, de bijbeltjes worden rondgedeeld en één van de officieren houdt een avondtoespraak van een kwartier. Ze wordt zorgvuldig voorbereid, maar voor de vuist weg uitgesproken. De inhoud is van groter belang dan de vorm. Het is een persoonlijk getuigenis. Heel eenvoudig proberen de officieren de jongens iets te laten zien van de rijkdom en de blijdschap van de dienst van God. Jongens, die thuis nooit iets van de bijbel horen, die vaak nog nooit een bijbel hebben gezien, luisteren met eerbied en vaak met verlangen. Een nieuwe wereld gaat voor hen open. Op de zondag houdt de veldprediker een preek. Aan het einde van het kamp houden wij weer een bidstond. De jongens krijgen een bijbeltje mee naar huis, voorzien van de handtekeningen van de staf en de officieren. Om de drie maanden ontvangen zij Het Kampnieuws, waarin een lijstje ligt met de opgave van eenvoudige en pakkende stukken uit de bijbel.

Een vrij groot aantal jaren ben ik elke zomer - ook nog in mijn eerste predikantsjaren - in het Mosterdveenkamp geweest, eerst als officier, later als veldprediker. Hoeveel jongens, die nu op belangrijke posten staan, heb ik er meegemaakt. In Mosterdveen heb ik geleerd wat evangeliseren zonder moraliseren is. Ik heb er samengewerkt met Stufkens, Dirk Tromp, Piet Minderaa, Henk Sillevis Smit, Gerrit Barger, Jaap Burger, Joep Stelma, Theo Vriezen, Nico en Tinus Slotemaker, Finkensieper, Jaap Cramer.

We hebben er ongelooflijk veel plezier gehad samen.

We hebben het er samen ook wonderlijk goed gehad.

Het Mosterdveen heeft zowel voor de kerk in het bijzonder als voor ons volksleven in het algemeen grote betekenis gehad.

prepostterug  begin  verder