|
|
|
| |
| | | |
Naschrift.
Nadat wij deze brochure geschreven hadden, bereikte ons het bericht, dat de Rijkskerkcommissie, door Kerrl ingesteld, haar ontslag heeft genomen.
Zij motiveert haar ontslagaanvrage met de volgende 6 klachten:
| 1. | Bij de besprekingen in de herfst van 1935 was overeengekomen, dat in alle door strijd bewogen landskerken commissies zouden worden ingesteld. Niettegenstaande alle voorbereidingen en verzoeken van de Rijkskerkcommissie is dit in Mecklenburg, Thüringen, Lübeck, Bremen en Oldenburg niet geschied, alhoewel de noodtoestanden in deze landskerken dringend voorziening vorderden. |
| 2. | Te zijner tijd was aan de Rijkskerkcommissie uitdrukkelijk de mogelijkheid verzekerd, om verklaringen en bekendmakingen van theologischen aard te publiceeren. Desniettegenstaande mogen tegenwoordig zelfs kerkbladen geen bekendmaking uit het kerkelijk ambtsblad meer nadrukken; zelfs het woord op 30 Januari viel onder dit verbod. |
| 3. | Aan den voorzitter van de Rijkskerkcommissie dr. Zoellner werd onder bedreiging met dwangmaatregelen verboden om het gebied der stad Lübeck te betreden, ofschoon hij uitdrukkelijk toegezegd had, geen kerkpolitieke rede te zullen houden, doch slechts een prediking in de gewone godsdienstoefening. |
| 4. | Herhaalde verzoeken om een ontvangst bij den Führer vonden geen gehoor. |
| 5. | Niettegenstaande breedvoerige vertogen is aan de anti-kerkelijke en anti-christelijke propaganda door de bevoegde autoriteiten geen paal en perk gesteld. |
| 6. | Aangekondigde verordeningen van het kerkelijk ministerie beduiden volgens opvatting van de Rijkskerkcommissie een totaal verlaten van de overeenkomst bij de benoeming der Rijkskerkcommissie alsook een aantasting der (ook als staatswet erkende) grondwet der Duitse Evangelische kerk, van welke art. 1 voor de Rijkskerkcommissie voor alle kerkelijke arbeid de onaantastbare basis is. |
| | | |
Dr. Zöllner, de voorzitter van de Rijkskerkcommissie, heeft bij deze ontslagaanvrage tot alle kerken en predikanten dit afscheidswoord gericht:
Wij kunnen niet van de leiding scheiden, zonder met vollen ernst de predikanten en de gemeenten te vermanen en te smeeken, dat zij met ons één blijven in dat wat nu noodig is, n.l.:
| 1e | De eenheid der Duitsche Evangelische Kerk moet op den onaantastbaren en onverwoestbaren grondslag der H. Schrift, Oud en Nieuw Testament, en de reformatorische belijdenisgeschriften, vast en beslist gehandhaafd worden. Deze eenheid is in gevaar. Wij roepen alle predikanten en gemeenten op ze vast te houden, zelfs als dit persoonlijke offers kost. |
| |
| 2e. | De Duitsche Evangelische Kerk moet aan de verzoeking weerstand bieden zich tot een spreekzaal van alle mogelijke religieuse meeningen te laten maken. Zij moet kerk van den gekruisigden en weer opgestanen Heere Jezus Christus voor het Duitsche volk zijn en niets anders. Slechts voor een kerk onder het kruis gelden de vaste beloften Gods. |
| |
| 3e. | De orde in de landskerken is een sterke waarborg voor het voortbestaan van de Duitsche Evangelische Kerk en voor de mogelijkheid van haar roeping om het evangelie aan het gansche volk te brengen. Wij vermanen predikanten en gemeenten deze orde te handhaven en zich toe te vertrouwen aan de leiding van haar aan Schrift en belijdenis gebonden rechtmatige kerkleidingen. |
| |
| 4e. | Wij smeeken en vermanen, dat niemand zich late verbitteren en dat niemand moedeloos worde. Wij hebben één God, die helpt en den Heere, die van den dood redt. Uit de Heilige Schrift putten wij kracht en sterkte, opdat wij bij 't geloof mogen blijven. Wij zijn trouw aan ons volk en zijn Führer. Onze Overheid gedenken wij in onsgebed. Wij hebben het vaste vertrouwen, Gods wil te doen, wanneer wij ons volk met beslistheid dienen met dat wat Hij ons toevertrouwd heeft: met de verkondiging van het eeuwige Woord. Hem zij de eere in eeuwigheid. |
Aan Kerrl heeft Dr. Zöllner geschreven, dat hem van staatswege de vrije verkondiging van het Woord Gods onmogelijk werd gemaakt.
| | | |
Na een onderhoud met Kerrl heeft Hitler het volgende besluit afgekondigd:
Nu het de Rijkskerkcommissie niet is gelukt, een aaneensluiting van de verschillende groepen in de Duitsche Evangelische Kerk tot stand te brengen, zal de Kerk in volledige vrijheid en volgens eigen beschikking van de geloovigen zichzelf een nieuwe grondwet en daarmee een nieuwe ordening geven. Ik machtig hierbij den rijksminister voor kerkelijke aangelegenheden hiertoe de verkiezingen voor een algemeene synode voor te bereiden en de noodige maatregelen te treffen.
De kerkelijke oppositie heeft aan Kerrl bericht, aan de verkiezingen te zullen deelnemen, wanneer vijf voorwaarden vervuld worden:
| 1) | vrijheid van spreken; |
| 2) | vrijheid van vergaderen; |
| 3) | invrijheidstelling en ambtsherstel van de gevangen genomen predikanten; |
| 4) | erkenning van een toestand van scheuring tusschen de Duitsche Christenen en de oppositie; |
| 5) | de verkiezingen moeten worden gehouden volgens de in de kerk gebruikelijke methoden. |
Alles hangt er nu verder van af, of de komende verkiezingen al dan niet een repetitie van de verkiezingen in 1933 worden.
De strijd tusschen staat en kerk is voor de zooveelste maal in een acuut stadium gekomen.
|
|
|