begin  verder
[p. 2]


illustratie

[p. 5]

Voorwoord

‘Zij hebben wel óver ons geschreven, maar ons nooit aan het woord gelaten.’ Deze uitspraak hoort men nogal eens. De Nederlandse Organisatie voor Ontwikkelingssamenwerking (NOVIB) en uitgeverij Het Wereldvenster hebben - gesteund door een redactieraad van deskundigen - het initiatief genomen een reeks teksten van schrijvers uit Afrika, Latijns-Amerika en Azië te vertalen.

Het lezen van romans en verhalen uit de Derde Wereld betekent een ontmoeting met andere mensen, hun problemen en hun samenleving. Elk boek in deze reeks wil een ontdekkingsreis zijn naar een andere cultuur.

Tal van problemen worden op leesbare wijze aan de orde gesteld. Ontwikkelingssamenwerking, kolonialisme en imperialisme, arbeidsverdeling, de prijzen van grondstoffen en handelsovereenkomsten worden niet op een abstracte wijze behandeld. Dus geen moeilijk betoog, maar gewoon een verhaal. Geen vakjargon, maar literatuur. De lezer komt vanzelf in aanraking met een andere denk- en leefwereld.

Derde-Wereldliteratuur in ruime zin geeft een antwoord op vragen als ‘hoe leven zij’, ‘welke conflicten en remmingen ervaren zij in hun eigen cultuurpatroon’ en ‘hoe kijken zij tegen ons aan’.

Deze roman van Edgar Cairo neemt de lezer op een wel heel indringende manier mee naar een land dat wij in Nederland zouden moeten kennen: Suriname.

Er is tot nu toe in Nederland nog niet veel verschenen dat in de boezem van de Surinaamse samenleving ontstond. Met deze roman hopen wij een bijdrage te leveren aan de waardering van een cultuur die ons nog lange tijd heel na zal staan.

 

Sjef Theunis, algemeen-secretaris novib.

[p. 6]

Bij de derde, herziene druk

Men heeft vanuit Europa op zeer ethnocentrische (dus eigenkultuur gerichte) wijze indertijd kritiek gegeven op de verschijning van de eerste druk van dit boek. Bij mijn latere werk is dat meestal ook gebeurd, zonder dat men - redenerend vanuit Europese tradities - zich rekenschap gaf van een mogelijk andere (orale) bouwsystematiek en/of een andere esthetiek, van een denkwijze die puur sang negroïde zou kunnen zijn. En hoewel ik de verdienste van de kritici (vooral als blanken die onze verguisde negerkultuur komen redden) weet te waarderen, moet ik dit volgende uit me mond laten reppen:

geweldig blij ben ik, dat ik als schrijver met persoonlijke ervaring veel dinges uit me kinderjaren heb mogen gieten in woordvorm, zelfs in boekvorm. Famir'man-sani is dan ook een persoonlijk verslag van de worsteling van mensen. Van ons, die arm waren en pijn hadden. Van ons, die bevrijding zochten. Verzoening met onze goden...

Als schrijver vecht ik fo een ander soort bevrijding: de verzoening van de negerman met zijn verdomde kultuur, kultuur die blanken ons hadden leren verwerpen en haten. Want 't was afgodische negerachtige nonsenserij. No?

Wel, tijden zijn met verandering gekomen. Behalve dat de Europeaan ons met méér dan antropologenogen is gaan staan bekijken, vinden velen van ons een nieuwe, positieve binding met onze kultuur. Verandering ook, van rituelen. Op zich is dat nie erg. Maar er is meer: in plaats van groei van de kultuur, is verlies gekomen. En welke jongere, trots op disko-muziek, zal 't verschil gaan weten tussen kra & jeje? Tussen kra, jeje en djodjo? Tussen kra, jeje, djodjo en konfo? Welke jongere zal, onder dat gewoeker van al die vele medicijnmannen met ieder hun eigen inzicht, de rituelen stuk voor stuk kennen?

Als kind van me kultuur ben ik blij, met dit boek, op eigen wijze,

[p. 7]

een bijdrage te leveren aan de bevrijding van hen die iets van zichzelf terug willen vinden. Meer nog: ieder die interesse heeft, hoop ik met dit boek op z'n minst te boeien.

 

De verklarende woordenlijst achterin is bij deze druk omgezet in voetnoten onder aan de desbetreffende pagina's. Met dank aan de zetters, die fo dit speciale type proza steeds opnieuw hun best hebben gedaan. Ik heb, uit respekt voor de jeugdige charme van dit boek, slechts minimale veranderingen aangebracht. Lees prettig, no?

 

Edgar Cairo, voorjaar 1981

 begin  verder