terug  begin  verder
[p. 13]origineel

VII. Brief.
Mevrouw D.... aan Willem, den 4. July.

Ik voege by deezen een brief voor uwen Vriend, Willem! Ik ben blyde met het geen hy my van u schryft. Wees altoos deugdtsaam, myn zoon! en uwe moeder zal altoos gelukkig zyn.

 

Nu zal ik u iets nieuws berichten. De jonge d'Estampe is in de gevangenis gebragt, de liefde tot het spel heeft hem bedorven; hy heeft zyne ouders byna van alles berooft: zy hadden eenigen tyd geleden eene groote somme voor hem betaalt; en nu is 'er geen raad om hem te helpen. Wat is die jongeling ongelukkig! gy weet hoe beminnelyk hy is buiten die ondeugende zucht tot het speelen, waar aan hy was overgegeeven. - Och, myn Zoon! laat dit voorbeeld altoos voor uwe oogen zyn, en bewaar u zelven voor een drift zoo afschuwelyk; doch laat ons van wat anders spreeken.

[p. 14]origineel

Gy beziet dan de insecten met een vergrootglas? Gy doet wel, gy zult voorzeker wonderen ontdekken, en gy zult daar door des te meer de almagt van uwen Schepper leeren kennen, ja 't is in de kleinste zaaken dat die almagt meest uitblinkt; de vleugel van een vlieg, die zoo verachtlyk schynt, is oneindig schooner gewerkt dan onze beste tapyten, en borduurwerken: niets is vermaaklyker Willem! dan de beschouwing der Natuur: dat groot toneel is vry schooner als de schouwspelen, veel verrukkelyker als de sieradiën door menschen handen gemaakt.

 

Mevrouw Grandisson schryft my, dat gy deelt in de lessen van haare Zoonen: welk een geluk voor u! de Hemel vergoed wel gunstiglyk de onvermogens uwer Moeder, die niet in staat is om naar gelang van uwe geboorte u van Meesters te voorzien, wees altyd dankbaar aan uwe weldoeners, myn Wimpje, en bedenk altoos, dat gy u wel moet beoeffenen: verzuim geen ogenblik elk uur dat voorby is komt nooit weder: dit is het eenigste middel om te beantwoorden aan de edelmoedige oogmerken,

[p. 15]origineel

die men voor u heeft. Wat zal myn Zoon wys zyn, als hy weder by my komt! welke schoone redeneeringen zullen wy te saamen houden! - wees des niet droevig om ons afweezen; ik hebbe het reeds gezegt, en ik herhaale het, wy kunnen niet altyd by elkander zyn. - Vaarwel, myn Vriendje vermaak u, leer naarstig, en voldoe uwe pligten.

terug  begin  verder