terug  begin  verder
[p. 87]origineel

XXIV. Brief.
Mevrouw D..... aan Willem, den 6 Augustus.

Hoe beminnelyk is Juffrouw Emilia! ja, myn Zoon! 'er is geene schooner deugt als de menschlievenheid. 't Waare te wenschen, dat alle jonge Juffers de pryswaardige Emilia tot haar voorbeeld verkozen, en dat zy, in plaats, van de Dienstboden te plaagen, en te sarren, dezelve met goedheid behandelden. De Dienstboden kunnen zeer veel nadeel doen aan den goeden naam; zy zwygen zelden het kwaad, dat zy ontdekken in de jonge Heeren en Juffers, waar by zy dienen, en verbreiden daar en tegen altyd het goede. Gy weet hoe dikwyls ik u, om uwe zachtmoedigheid jegens uwe minderen gepreezen hebbe.

 

Maar waarom bedroeft het u lieve Willem, dat ik niet dan een enkel Dienstmeisje hebbe; de veelheid der Bedienden maakt

[p. 88]origineel

het geluk niet uit; zy strekken veel al meer tot staatsie dan tot gemak. Een iegelyk Bediende kan tot nut zyn in de Huishouding, maar hy vermeerdert teffens de zorg van den Meester en Meestereste; indien ik de vermogens hadde, zoude ik my gewisselyk in dat geval naar myn staat schikken. 't Is eene deugt, zoo veele Bedienden te houden als onze middelen toelaaten; men verschast daar door aan zyne behoeftige medeschepselen het leevens onderhoud, waaraan zy andersints mogelyk gebrek zouden lyden; doch dewyl het de Hemel niet behaagt heeft, my die vermogens te geeven, smart het my in geenen deelen, niet meer als een eenig jong meisje tot myne hulp te hebben: Ik ben vergenoegt: ik hebbe geene andere diensten nodig dan de haare. En wat zyn nu die bezigheden, die niet passen, zegt gy, aan de Weduwe van een Colonel? Dit zeggen is onbedacht Willem! 't is geen onëer zich zelven te bedienen, als men geen geld heeft om eens anders diensten te betaalen, 't zal u, naar myne dood meer vergenoeging geeven, te mogen denken, myne Moeder bezorgde haar eigen eenvoudige maaltyden: onze klee-

[p. 89]origineel

dinge was het werk haarer handen: haare naarstigheid verschafte ons het nodige; dan indien gy u hoorde verwyten uwe Ouders leefden volgens hunnen rang en geboorte; zy hadden eene prachtige woning, fraaye huisraaden en een groot gevolg van bedienden, maar zy hebben u niets laaten overhouden, als een menigte schulden: Wat dan de Zoon een's Colonels? een veracht Jongeling, die, schoon onschuldig., de schande zyner Ouderen draagt, terwyl een eerlyk Burger hem naaulyks voor zyn gelyk wil erkennen.

 

't Geen ik u hier zegge zal, hoope ïk, uwe droef heid doen verdwynen, dewyl gy daar uit zien zult, dat ik ten vollen met myn lot te vreden ben.

 

Voor 't overige: uwe kinderliefde, uwe goedhartigheid, hebben my traanen van blydschap doen storten: al waare ik noch veel armer dan ik ben, myn lieve Willem, zou ik my noch ryk achten in het bezit van myn deugtsaamen Zoon. - Vaarwel, myn Lieve! volg altoos de goede neigingen, die ik in u ontdekke: dan zult gy niet alleen

[p. 90]origineel

de troost uwer Moeder, maar ook de beschermer van uwe Zuster weezen.

terug  begin  verder