Waare ik by u, myne waarde Emilia! Ik zoude u van harten omhelzen: ik zoude u myn genoegen toonen: ik zoude u pryzen voor uwe beminnelyke mededogenheid - ja gy hebt loffelyk gedaan met de jonge Juffrouw Falston in haar ongeluk by te staan. Ik wil u tot loon daar voor eene nieuwe gelegenheid geeven om het vermaak van 't weldoen te ondervinden. Gy zult in myne kleine Garde Rôbe dat stuk stof vinden, 't welk ik geschikt hadde voor een Huiskleed voor my: gy kunt dit door myn Kleermaaker voor de oudste Juffer laaten opmaaken, en 'er verder meê handelen, zoo als 't u behaagt. Volgens 't goed hart van myne Emilia zal dit haar meer vermaak geeven, dan als ik het haar voor haar eigen gebruik gaf; zoo niet, dan staat het aan u om het voor u zelve te houden, 't is aan u dat ik het geeve. - Vaarwel
myn Lieve! vergeet nooit de schoone les, die gy u zelve in uwen Brief geeft, van nooit hoogmoedig te zyn op het bezit van Goederen, dewyl een enkelen nacht ons van alles kan berooven, nooit trots te zyn jegen zynen eevenmensch, dien men zoo onverwacht nodig kan hebben, en hou altoos voor oogen hoe gevaarlyk het is onvoorzichtig met vuur en brandstoffe te handelen, dewyl van een kleine vonk dikwerf iemants verderf, ja 't leeven afhangt.