Kareltje begint een weinig te kunnen gaan, ik houde hem getrouw gezelschap, en dat is niet meer als myn pligt: hy zou die beleeftheid voor my ook hebben als my wat scheelde: ten anderen ik vermaak my zeer wel als wy te saamen alleen zyn.
Wy hielden ons gister een gantschen achtermiddag bezig met onze vergrootglazen. Lieve Mama, wat al verbaazende dingen zyn 'er, die men met het bloote oog niet zien kan. Zoud gy gelooven, dat 'er op een klein zandkorltje Diertjes loopen; dat 'er in zoo een zandkorltje hoolen zyn, waar in die Diertjes zich gaan verbergen. Het schimmel dat 'er op een stukje oude kaas was, vertoonde een bosch van boomen met takken en bladers: in een haïr van 't hooft ontdekten wy duidelyk dat eene buis door-
liep, die als met bloed gevult was. Wie zou gelooven dat kleine diertjes, die men naauwlyks zien kan, een hart en ingewanden hebben, zoo wel als een paard of ander groot schepsel? wy hebben dat nochthans duidelyk ontdekt: en een Spin! O, dat is een wonderlyk Dier. Maar hoe kunstryk zyn de bladers der bloemen: hier in is geen trekje of het heeft zyne schoonheid. Kom, zeide Karel, laat ons het onderscheid eens zien tusschen Gods werken, en die der Menschen; Wy bezagen hier op eene natuurlyke Roos: alles was overheerlyk en fyn: 'er was nergens een misstand in, en het werdt schooner toen het vergroot werdt; toen beschouwden wy eene Roos, door een der eerste Meesteren geschildert; maar, o, wat was die, in vergelyking van de andere! alles was grof en afschuwelyk door het vergrootglas, en die verwen, die voor 't bloote oog zoo zacht zoo aangenaam scheenen, waaren hard en morssig, en vol krassen en vézels: het allerfynste gepolyste staal geleek wel ruw en verroest yzer. Wat is dan de kunst der Menschen by de Almagt van onzen Schepper? niets, in waarheid! Och mogten alle Menschen dit weeten! zy zou-
den meer eerbied hebben voor dat Opperweezen. Maar wat doet men? Men plukt eene bloem, men bewaart die eenige uuren; men werpt ze weer weg, zonder te bedenken, dat de grootste, de verstandigste op aarde niet in staat is om zulk een kunstwerk voort te brengen: en dan noch, een Schilder heeft verwen om eene Roos te schilderen; maar God heeft de eerste Roos gelyk alle andere dingen uit niet voortgebragt. Ik voor my zal voortaan by iedere Bloem my herinneren hoe groot hoe wys derzelver Maaker is.