Ja zeker, ik zou gelyk Karel alle onnutte verkwïstingen myden als ik geld hadde, om 'er liever de armen wat van te geeven. Karel, Eduard, Emilia, en ik wy zyn allen ooggetuigen geweest van het vermaak der behoeftige gasten: Het regaal was gebraaden Rundvleesch, Hammen, en eenige toe spyzen die in een van de vertrekken der Boerdery waaren aangericht; nooit hebbe ik zulk een aandoenlyk vermaak gehad als in
die goede luiden te zien eeten, de dankbaarheid was in hun gelaat afgebeeld: zy dronken met oud bier onzer aller gezontheden met een geroep, van lang leeve onze weldadige jong? Heer Grandisson! Karel had telkens de traanen in de oogen van vergenoeging: by het scheiden verdeelde hy onder hun het overschot van 't geld; ja, Mama, hy heeft hun alles gegeeven wat hy van zyn Papa had gekregen; maar 't geen noch het schoonste was, een Gryzaart, byna blind van Ouderdom, werdt niet genoeg bedient naar zyn zin: waarom helpt men dees ouden man niet? zeide hy; hy is hier een van de voornaamste gasten om dat hy gryze hairen heeft: kom, sprak hy verder tegen een jongeling, sny my eenige goede stukken van dat vleesch, en toen gaf hy het den Ouden; laat ik u zien eeten; Vader, zeide hy, gy hebt hier de eerste plaats in myne genegenheid: en gy Jongelingen leert van my den ouderdom eerbiedigen bedenkt dat gy, als gy wel leeft, mede eens oud zult zyn.
Wy keerden verder zeer vergenoegt naar Huis, en lieten de goede luiden aan hunnen maaltyd. Wat zegt gy Willem! zeide
Karel, kan 'er wel een grooter vermaak zyn, dan dat van zyne medeschepsels ten nut te weezen? Neen, myn waarde Vriend, antwoordde ik, gy had my geen aangenaamer feest kunnen geeven. Myn hart was ondertusschen geraakt: hoe elendig, dacht ik, is de armoede, en wat zyn wy, die, dagelyks aan tafels vol lekkernyen zittende, niet weeten wat wy best kiezen zullen? ik zal voortaan nooit eeten zonder aan zulke menschen te gedenken: dan zal ik zoo veel te dankbaarer weezen voor God, die alles geeft, en des te meer medelyden hebben voor hun, die armoê lyden, en waaraan ik altoos zoo veel zal mededeelen als in myn vermogen is.
Des nademiddags gingen wy eene korte wandeling doen, meenende verders den avond in stille vergenoeging by ons zelven door te brengen, maar hoe verwondert waaren wy, wanneer wy by onze t'huiskomst een groot gezelschap by één vonden, dat Mynheer en Mevrouw hadden doen verzoeken, om hun Zoon te verrassen: wy hadden een fraai Conçert, en na het zelve eene vrolyke Dansparty en vermaakten
ons zeer wel. Karel en Emilia zongen verscheiden muziek stukjes, en werden ten uitersten gepreezen. Ik wenschte wel, dat ik mede zoo goed zingen en op de Clavecimbel speelen konde; maar ik troost my daar meede, dat het myne schuld niet is, dat ik minder weete, om dat ik zoo veele Meesters niet hebbe gehad, en dat ik weer andere zaaken ken, die my ook eer aandoen.
Ik zal deezen hier eindigen lieve Moeder, want wy gaan dees achtermiddag uit ryden. - Ha! ik zou byna vergeeten hebben, dat Karel zyn mooye Kanary vogeltje aan Emilia heeft vereert; hy heeft het in weinige dagen geleert uit zyne hand te eeten, en op zyn schouder te zitten. Emilia is 'er zeer meê in haar schik. Het zingt een deuntje; nooit zach ik zoo lief een Beestje.