terug  begin  verder
[p. 14]origineel

XLV. Brief.
Mevrouw D. aan haaren Zoon.

Ja, myn Zoon! Annette verdient myne tedere genegenheid: zy is leerzaam: zy is een goed Meisje: 't geen gy ons van tyd tot tyd schryft van Emilia, behaagt haar: zy wil ook zoo verstandig worden zegt zy. Zy houd veel van leezen, en ze heeft gelyk, want dit is het rechte middel om veel te weeten. De traanen waaren in haare oogen, toen ik haar voorlas 't geen gy my schryft wegens het Kanaryvogeltje. Arme Emilia! zeide zy ik beklaag haar. Ik prees die gevoeligheid. 't is my lief, Annette! sprak ik, dat gy begaan zyt met eens anders smart; dit is een teken dat gy een goed hart hebt, en daar door zult gy verdienen, dat een ander ook deele in uwe ongeneuchten: die wederzydsche toegenegenheden zyn nodig onder de menschen, zy verzachten het verdriet. ‘Ik hebbe dat dikmaals ondervonden, Mamaatje antwoordde zy; ik was nooit zoo sterk bedroeft over iets

[p. 15]origineel

als ik zach dat men medelyden met my had, als wanneer men my uitlachtte: en die menschen, die medelyden hebben, zyn dunkt my ook veel beminnelyker, als zy, die ons kunnen zien schreiën zonder ook bedroeft te weezen. Emilia zoude mede my beklaagen als onze kat myn çysje op at, want zy is een goed Meisje.’

 

Maar Wimpje ik moet u een raad geeven. 't Begin van uwen brief is te verschrikkend; het ontstelde my: ik dacht voor 't minst dat Emilia zich zwaar gekwetst had. Al had zy haar Vader of Moeder, of een van haare Broeders verlooren gehad, zoud gy geen grooter ophef hebben kunnen maaken. - Had gy terstond gezegt, de mooye, de lieve Kanaryvogel van Emilia is door de Kat opgegeeten, het had my gesmart, maar het zou my zoo niet hebben doen ontroeren. Leer in zulke gevallen in het vervolg voorzichtiger te zyn.

 

Ik zende u hier by eenig zakgeld. Ik wenschte dat het meer kon weezen. Gy verdient het, want Mevrouw Grandisson schryft my, dat gy spaarzaam zyt, en zin-

[p. 16]origineel

delyk op uwe kleeren, en dit is eene deugt die vertrouwen waardig ïs.

 

Schryf my dikwyls! uwe gesprekken vermaaken my, en Annette wordt 'er leerzaam en yverig door, volg altoos het schoon voorbeeld van uwen vriend Karel: een Jongheer van zulk eene uitmuntende hoedaanigheid kan niet als zegen en geluk verwachten.

terug  begin  verder