terug  begin  verder

XLVI. Brief.
Willem aan zyne Moeder, den 4 September.

Ik moet u al weder een bewys geeven, Mama, van de deugt en wysheid van myn vriend Karel. Wy hadden op gister, toen onze lessen waaren afgedaan, want die verzuimen wy nooit, ons naar het Starrebosch begeeven, om ons daar te vermaaken. Karel speelde op zyn Viool: Emilia zong een air van Hendel. De digtheid der boomen had ons belet te zien dat 'er een zwaar onweer op kwam. Eindelyk, het begon ge-

[p. 17]origineel

weldig te donderen. Emilia is 'er zeer bang voor: zy schrikte, en vloog schielyk op van haare plaats toen zy den slag hoorde: zie hier ons gesprek.

Emilia.

Och, broeder! het dondert! ik ben zoo benaauwt!

Karel.

't Is het gevolg van de zwaare hette, die wy gehad hebben, lieve Zusje! Gy moet daar voor niet schrikken; doch laat ons in huis gaan, het begint te regenen.

Emilia.

Ik durf niet. Was Mama! was Papa hier! was ik maar in huis, in een kelder!

Karel.

Papa, en Mama kunnen dat weder niet verdryven; en wat zoud gy in een kelder doen? Is het niet God, die dat onweer maakt?

Emilia.

Ja!

Karel.

Dan kan Hy u immers overal bewaaren, hier, in huis, of in de kelder, is het zelfde.

[p. 18]origineel
Emilia.

Maar wie weet of Hy my bewaaren wil?

Karel.

Geeft Hy u niet daaglyks blyken van zyne gunst? Gy zoud wel elendig weezen, als Hy u niet bewaarde, want dan zou 'er geen dag voor by gaan zonder ongelukken; 'er is geen onweer nodig om ons te doen vergaan: wy zyn altyd in gevaar als wy uit zyne gunst geraaken. Een enkle Schoorsteen heeft maar van een Huis neder te storten, en ons te treffen: 'er zyn duizenderlei dingen op aarde, die wy te vreezen hebben.

Eduard.

Gy zyt een zottin, dat gy u bang maakt voor donder. Kom laat ons speelen en zingen, dan zult gy het niet hooren; het regent noch niet.

Karel.

Neen, broeder! speelen of zingen kunnen wy doen als de buy weer over is; 't is daar geen tyd voor, dunkt my, wanneer God ons zoo een verbaazend teken van zyne Almagt laat zien. Laaten wy het onweer met eerbied aanschouwen.

Emilia.

O, welk een harden slag! zou dat

[p. 19]origineel

weer geen teken weezen, dat God op ons vertoornt is?

Karel.

Neen, zeker; het onweer is een zegen, die Hy aan de Aarde bewyst: het is 'er nodig om de lucht te zuiveren: de zomerhette zou zonder dat eene menigte van ziektens voortbrengen. Hoor, Emilia! stel u gerust! God heeft ons lief, dat toont hy ons dagelyks; laaten wy Hem ook liefhebben, en dan is 'er niets daar wy bevreest voor behoeven te zyn. Hy is weldaadig en goed.

Emilia.

Komt, laat ons dan schielyk in huis gaan: Papa zeide eens het was gevaarlyk in den blixem te kyken.

Karel.

Zeker is dat kwaad: het Hemelvuur is zeer sterk: het zou u kunnen verblinden; eeven zoo is het als men in de zon kykt: zy verduistert terstond het gezicht.

Eduard.

Welk eene gekheid om daarom in huis te gaan!

Karel.

Wy kunnen ligtelyk uwe Zuster hier in genoegen geeven: de beleeftheid wil, dat wy haar vergezellen Mynheer!

[p. 20]origineel
Eduard.

En ik, ik blyf hier.

Emilia.

Dat durft gy wel doen, want gy spot somtyds met het onweer.

Karel.

Dat hoop ik niet van Eduard, Zusje, 't is kwaad 'er bang voor te weezen, maar 't is verfoeylyk 'er geene eerbied voor te toonen. Geef my de hand ik zal u geleiden.

Wy gingen hier op in huis. Het weer dreef ras over, en ik zach wel dat Karel gelyk had, dat de donder nuttig is, want alles scheen in onzen Tuin verfrischt.

 

Gy weet, Mama lief! dat ik mede bang voor zulk weder plagt te weezen; maar ik zal voortaan redelyker zyn, en het aanzien als eene goedheid die God aan de Aarde bewyst.

 

Ik danke u duizendmaal, lieve Mama voor het geld, dat gy my gezonden hebt. Gy zegt het is weinig; neen, lieve Moeder, ik achte het zeer veel; zie daar myne aanmerking dieswegen: gy zyt niet ryk; gy geeft my een geschenk van twee Ducaaten; dit is dan meer, als wanneer eene

[p. 21]origineel

ryke Moeder 'er twintig gaave, en myne erkentenis voor uwe gift moet des te grooter weezen, om dat uwe vermogens kleiner zyn. Och! mogt ik eens in staat komen om aan alle uwe goedheden en tedere kinderliefde te beantwoorden!

terug  begin  verder