terug  begin  verder

LIX. Brief.
Willem aan zyne Moeder, den 30 September.

Myn vriend Kareltje is weer terug gekomen, Mama lief! - Met welk eene blydschap werdt hy ontfangen; Mevrouw Grandisson schreidde van tederheid: Mynheer omhelsde hem; Emilia gaf hem wel hondert kussen; Eduard was vergenoegt, en ik, O ik schreide mede van vreucht, en drukte hem wel hartelyk in myne armen. De Dienstboden zelf waaren allen in het voorportaal om hem te verwellekomen, en geluk te wenschen met zyne bevordering; nooit was een Jongheer zoo bemint als hy. Het boere volk had, met eenige andere jonge luiden, aan het groote voorhek van de Buitenplaats een eereboog opgerecht voor zyne verheffing, en riepen, by zyne aankomst, lang leeve onze jonge Heer Grandis-

[p. 78]origineel

son! Zy kreegen ook een goed geschenk, waar voor zy zich des avonds braaf vrolyk maakten. Karel ontfangt dagelyks de gelukwenschingen van den Adel der omleggende plaatsen: welk eene eer in zyne jaaren! doch dit alles maakt hem niet hovaardig hy is noch nederiger dan te vooren, en dat is juist een teken, dat hy zyn geluk verdient. Een oude Tuinman, die voorheen in dienst is geweest van zyn overleden Grootvader, en die thans leeft van eene jaarwedde, welke hem de Heer Grandisson heeft toegelegt, kwam meede dees morgen, leunende op zyn krukje, zyn gelukwensch afleggen: Karel ontfing hem met vriendelykheid en beleeftheid, en had de traanen in de oogen. Ik bidde u zie, zeide Eduard, zou men niet zeggen, dat het bezoek van dien man, myn Broeder meer vermaak doet, dan al de anderen? Gy hebt gelyk, sprak Karel; de woorden van zulke luiden zyn geene pligtplegingen; zy komen uit het hart voort. ‘die oude Gryzaart zoude gewisselyk geen uur verre, met ongemak komen gaan, om my zyn zegenwensch te brengen indien hy het niet wel meende’; en zeker, Mama ik zach ook, dacht my, eene toe-

[p. 79]origineel

geneegenheid in zyne oogen, waar uit ik verscheiden traanen zach vallen, die ik in het gezicht van de Heeren zoo niet bemerkt had.

 

Zoo eeven komt myn Vriendje in blydschap by my om my te zeggen, dat de Milord, die zyn zoon heeft doodgestooken pardon heeft gekregen: dat is recht dunkt my; maar, laas! de arme man is ziek van droefheid, en zal ligt nooit zyne gezontheid weder krygen.

 

Vaarwel myne geëerde Mama. Deeze brief is kort: de Kales staat voor de deur; ik worde geroepen om uit te ryden.

terug  begin  verder