terug  begin  verder

LXI. Brief.
Willem aan zyne Moeder. den 2 October.

De verheffing van Karel heeft Eduard zoo getroffen, Mama lief, dat hy niet meer dezelfde schynt; als hy zoo voortgaat zal hy een recht beminnelyk jongheer worden. Ik moet u dieswegen een gesprek over schryven, tusschen hem en zyn Vader, dat my waarlyk bly maakte. Zy waaren in de boeke kamer van den Heer Grandisson: Karel

[p. 82]origineel

was mede tegenwoordig, en ik was in een klein schryfvertrekje naast aan, alwaar ik alles van woord tot woord konde hooren. Geloof eevenwel niet, lieve Moeder, dat ik daar bedektelyk was, om te luisteren naar 't geene 'er gezegt werdt; gy hebt my dikwyls onderricht, hoe laag en verachtelyk het zy naar eens anders geheimen nieuwsgierig te weezen, en ik hebbe nooit dien les vergeeten, want het is ook onbehoorlyk. Neen, de Heer Grandisson, Karel en Eduard, wisten alle drie zeer wel, dat ik 'er was, en ik maakte ook verscheiden maalen eenig gestommel, om my te doen hooren. Zie hier het gesprek.

De Heer Grandisson.

De begunstiging van uw Koning strekt u tot eene aangenaame overtuiging, Karel! hoe goed het is zich wel te gedraagen.

Karel.

Ja, myn Papa! Maar indien ik my welgedraagen heb, ben ik dat alleen aan uwe wyze Lessen, en aan die myner lieve Mama, verschuldigt.

De Heer Grandisson.

Gy, Eduard! neem dit wenschelyk geval tot uw voorbeeld; gy

[p. 83]origineel

hebt u tot den Krygsdienst geschikt; maar bedenk, dat 'er weinig bevordering voor u te wachten is, indien gy de deugt niet omhelst. De levenswyze van sommige losbandige Officiers doet u misschien denken, dat men in dien stand al mag doen, wat men wil doch gy bedriegt u; de deugt is altyd deugt, en de ondeugt altyd ondeugt, in wat rang of bediening menzy. - De Krygsdienst is een dienst van eer, en het kan geen braaf Officier zyn, die niet teffens een beminnaar is van zyn Vaderland en van zyn Opperheer, en die niet begaaft is met eene edele en weldoende ziel. Een Krygsman moet, om zich aanziens te geeven, geen stuursche, oploopende, ruuwe Dolleman zyn; hy moet bezadigt, koelzinnig, menschlievend en grootmoedig weezen, altoos bedenkende, dat zyn bloed niet meer aan hem toebehoort, maar aan zyn Vaderland, waar aan hy het met zyn dienst heeft opgedragen. In dit Caracter alleen staa ik u toe Officier te worden; buiten dien zult gy myne goedkeuring niet hebben. - Maar zeg my! hoe zal hy, die zyne Ouderen niet gehoorzaamt, gehoorzaam zyn aan andre

[p. 84]origineel

Meesteren? - Ik vreeze! - My en uwe Moeder bedroeft gy; hen zult gy vertoornen.

Eduart, op zyne kniën vallende,

Vergeef my, waarde Papa! alle myne misslagen, ik erkenne myne schuld. De verheffing myn's broeders heeft my in het hart getroffen: ik zie, wat zyne goede hoedanigheden hem verworven hebben: 'k ben ouder dan hy; maar ik schaame my niet zyne meerderheid booven my te erkennen: ik zal hem trachten na te volgen, - Gy, en myne Mama, gy bemint ons beiden; maar ik zie wel, dat hy met reden de voorkeur heeft: 't is door 't weldoen, dat hy een grooter plaats in uw hart heeft als ik. - Ik zal des voortaan, gelyk hy, de deugt betrachten, en uwe genegenheid wederom winnen, en dan zult gy beiden uwen Eduard eeven lief hebben als gy Karel hebt. - Neem my dan weer aan in uwe gunst, myn waarde Papa: ik zal nooit u weer bedroeven door myne onoplettenheid.

De Heer Grandisson.

Staa op, myn Zoon! dees dag is een blyde dag voor my: wat

[p. 85]origineel

kan een Vader meer vermaak geeven, dan zulk eene belofte van een Zoon, dien hy teder lief heeft? En gy, Karel! kom hier; dat ik u beiden omhelze, als my beiden eeven dierbaar.

Eduard.

Gy vergeeft my dan Papa? en Mama zal my ook vergeeven?

De Heer Grandisson.

Met al myn hart, en ten blyk dat ik vertrouwe op uwe oprechtheid, zal ik u hier een geschenk doen, dat ik hoop dat gy u waardig zult maaken. Zie daar een Geschrift, waar in gy aangestelt wordt tot Vendrig in het zelfde Regiment van den Majoor, aan wien uw broeder het leeven gered heeft. Ik kon u by geen aangenaamer gelegenheid verrassen. - Gy hebt dees eersten stap aan de deugt van uwen broeder te danken: verkryg uwe verdere bevorderingen door uwe eigene verdiensten!

Eduard.

De Hemel zy gedankt! welk eene vreucht voor my! - Ja, Papa! ik hoope een braaf Officier te zyn, en te voldoen aan alle uwe wenschen, - ik vlieg naar myne Mama.

[p. 86]origineel

Karel bleef met zynen Vader alleen, om hem te helpen aan het verschikken van eenige boeken, want ons vertrek naar Londen is op aanstaande Vrydag vastgestelt. De Heer Grandisson vervolgde het gesprek over een geval, dat Karel met zekren Stenly gehad heeft, waar van hy my echter niets gezegd had; doch ik zal die gesprek voor een andren brief bewaaren, - Vaarwel myne dierbaare Mama!

terug  begin  verder