terug  begin 
[p. 179]origineel

Nabericht.

De jonge Heer D.... vertrok, op den bestemden Dag, weder naar Holland, na een teder afscheid te hebben genomen van Mynheer, en Mevrouw Grandisson, van Eduard en Emilia en van den Heer Bartlet. Hy vergat niet, aan Eduard zyne hartgrondige groetenis aan zyn waarden Vriend Karel aan te bevelen.

 

Zyne reis was voorspoedig, en hy werdt met de allervriendelykste tekens van liefde door zyne Moeder ontfangen, De kleine Annette vloog hem om den hals, en was blyde haaren Broeder weer by zich te hebben.

 

Er werdt eene verstandige briefwisseling onderhouden tusschen hem en den jongen Heer Grandisson, niet alleen tot onderhouding hunner schoone vriendschap; maar teffens zeer geschikt tot oeffening van den geest en ter verkryging van eene goede en onbedwongen schryfwyze, eene kundigheid, die een jong Heer en jonge Juffer altoos

[p. 180]origineel

eene byzondere eer aan doet, en waar toe men nooit de gelegenheid behoorde te verzuimen.

 

De jonge Karel ging niet naar Holland, zoo als belooft was; want hy had reeds in het volgende jaar het genoegen zyn Vriendje voor alt os naby hem te zien, dewyl Mevrouw D.... die eene Engelsche Dame van geboorte was, verkoos om in Londen haare woonplaats te vestigen.

 

Hy werdt eerlang gestelt in het Ampt, 't welk hy zich door zyne schoone hoedanigheden verkregen had. - Hy ontweek altoos alle verleidingen en kwaad gezelschap, en dwaalde nooit af van de loffelyke loopbaan, die hy zich had uitgekozen: zyne weldaadigheid, zyne deugt, zyne minzaame zachtaardigheid, verwierven hem elks achting en genegenheid, en maakte hem den Lieveling zyner Bloedverwanten. - Hy trouwde naa verloop van eenige jaaren een Juffrouw van groot aanzien, die, schoon ongemeen beminnelyk, minder uit muntte in schoonheid, dan in deugt, in wysheid en fraaye verdiensten: 't welk alles aan Karel vry meerder behaagde dan de kortduurende

[p. 181]origineel

vergangelyke aantrekkelykheden van uiterlyke schoonheid. Karel had gelyk; hy ondervond dat er geen gelukkiger lot op aarde is, dan dat, 't welk op de deugt en op 't weldoen gegrondvest is.

 

Eduard gedroeg zich zeer lofwaardig, en muntte uit in den krygsdienst, waar in hy reeds door verscheiden bewyzen van groothartigheid en moed eene hooge bevordering heeft verworven.

 

Emilia, de beminnelyke, de zachtaardige Emilia, altyd een voorbeeld van die zedigheid en deugt, die het schoonste çieraad eener Juffer uitmaaken, werdt om haare schoone hoedanigheden reeds vroeg door veele minnaars aangezocht; doch geene hoe hoog van rang, hoe ryk in middelen, hoe schoon van gedaante, als zynde zulks alleen niet bekwaam, om het Huwelyk gelukkig te maaken behaagden haar; zy begeerde tot haar Echtgenoot een man van deugt en verstand en goede zeden: het was de vriend en navolger van haaren lofwaardigen Broeder, Willem D...., die 't geluk had haar hart te winnen, en die, na zich door een voortreffelyk gedrag een zeer luisterryken

[p. 182]origineel

leevensstand te hebben verkregen haar ten vollen gelukkig maakte, terwyl het aan Karel een byzonder genoegen gaf, zyn vriend zyn Broeder te mogen noemen. Annette is tot heden ongehuwt, en leeft met haare schoonzuster in de allertederste verbintenis.

 

In 't kort onze beminnenswaardige jonge Heeren en Juffers maaken het genoegen, de troost, den zegen en blydschap uit van alle hunne nabestaanden.

 

Mogten deeze voorbeelden aan de Nederlandsche jeucht een voetspoor baanen, en dezelve leeren altoos gehoorzaam en deugtsaam te weezen, om zich de gunst des Hemels waardig te maaken, en dus zich ook met een duurzaam en wenschelyk geluk gezegent te zien, altoos bedenkende, dat het tydelyk, zoo wel als 't eeuwig welzyn, alleen gevestigt is op eene onwankelbaare pligtbetrachting.

terug  begin