Het kleine koffiehuis was een one woman shop. Excuseer mijn Engels. Ik vlucht er alleen in om aan de grammaticaal onjuiste s van ‘een vrouws zaak’ te ontsnappen. De Nederlandse taal is soms behelpen. De Nederlandse volksaard ook. De woman in kwestie bediende een expresso-apparaat, maar bedierf vervolgens het nachtzwart sap dat de machine aan de koffieboon ontwrong door er te veel water bij te doen. Want de meeste mensen willen Italiaanse koffie in een Nederlandse hoeveelheid.
Op een vergelijkbare manier worden we momenteel geregeerd. Terwijl ik op mijn beurt stond te wachten - er waren enige mensen vóór mij - keek ik uit naar een zitplaats. Bij het raam was nog een klein tafeltje vrij, vlak naast een ongewoon mensenpaar, dat meteen mijn nieuwsgierigheid opwekte. Een man van een jaar of vijftig, in gezelschap van een mooi meisje dat hooguit twintig was. De man praatte onafgebroken en het meisje hing aan zijn lippen, helemaal stralend van verrukking. Ik dacht: ‘Hoe heeft hij dat gedaan gekregen?’
Want hij was waarlijk geen Jean Gabin om te zien. Ook van Robert Mitchum kan ik mij wel voorstellen dat hij nog steeds meisjes van twintig achteloos om de vinger windt. Maar deze man had het dorre uiterlijk van iemand die zich pas op het kadaster helemaal in zijn element voelt.
‘Expresso alstublieft,’ zei ik, want ik was aan de beurt.
Terwijl ze het apparaat bediende bleef ik kijken naar die twee.
Mijn verbazing over het opmerkelijk succes van deze man was natuurlijk gebaseerd op een door bioscoopbezoek vergiftigde observatie. De mannen die op het doek, per procuratie, voor ons de grote minnaars spelen hebben het uiterlijk dat daar, in ‘het beschaafde spraakgebruik’, bij hoort. Maar hebt u wel eens een foto gezien van de Amerikaanse toneelschrijver George S. Kaufman, een der acteurs van Je kunt het toch niet meenemen? Ik wel. Een zeer alledaags, kippig brillend iemand, zou ik zeggen. Maar hij raakte, jaren geleden, in een enorm schandaal verwikkeld, omdat de filmster Mary Astor, met wie hij een buitenechtelijke verhouding had, zo onvoorzichtig was een dagboek bij te houden waarin zij jubelend en tot in de kleinste details, zijn enorme bedprestaties beschreef. Nóg wat Engels, van Mary: ‘He fucked the living daylights out of me.’
Na die bril te hebben afgezet. Ik kon het niet aan hem zien. Zij wel.
‘Meneer, uw koffie,’ zei de juffrouw.
Ik nam het kopje van haar aan en liep, door het café, in de richting van de nog vrije plaats bij het raam.
‘Soms doet het uiterlijk er niets toe,’ dacht ik. ‘Dan is de stem al voldoende. Een timbre. Je hebt ook van die vrouwen. Ze worden pas meeslepend als ze beginnen te praten. En er bestaan ook mooie meisjes die vooral hun mond niet moeten opendoen, omdat ze door een spotgeest zijn opgezadeld met het verkeerde geluidje.’
Ik ging zitten.
‘Dood...’ zei de man.
Hij had een piepstem. Dat was het dus óók niet. Maar ze lag volkomen horig aan zijn voeten - dit bij wijze van spreken.
‘Medisch dood is een recent medisch begrip,’ zei de man. Ze knikte, haar ogen vol liefde.
‘Maar burgerlijk dood is de juridische benaming voor iemand die voor de natuur leeft, maar voor de wet dood wordt beschouwd,’ vervolgde de man, parmantig piepend. ‘De herkomst is de Code Pénal. Daarin werd de burgerlijke dood van rechtswege verbonden aan veroordeling tot levenslange dwangarbeid of deportatie. Maar wat hebben wij daar ooit mee te maken gehad, zul je vragen, hè Elly?’
‘Ja, professor,’ zei ze op de toon van Garbo tegen Wronsky.
‘Hè nee, geen professor. Zeg nou toch Jan.’
‘Ja Jan...’
‘Welnu, tijdens de Franse overheersing werd ook bij ons de Code Pénal ingevoerd. En gehandhaafd toen Willem i op de troon kwam, zij het - en nu opgepast Elly - “bij provisie en tot dat daaromtrent nader zal worden voorzien.” Nu hadden wij de guillotine niet. Alleen de strop, het zwaard, de geseling. En die werden later afgeschaft. Dus wijziging op wijziging, die leidden tot een zekere stelselloosheid.’
Hij praatte door en zij dronk zijn woorden gretig in, of hij aldoor zei: ‘Je bent zo mooi, zo mooi, zo mooi...’ Maar hij had het alleen maar over het vak, waarin zij ongetwijfeld studeerde, en hij wist er zo verschrikkelijk veel van, dat ze hem was gaan beminnen. Want liefde heeft vele gedaanten. De man zei: ‘In Nederland is de burgerlijke dood uitgesloten krachtens artikel 4 van het bw, begrijp je Elly?’
Hij legde zijn hand even op haar arm. Ze sidderde en zei met omfloerste stem: ‘Ja pro... Jan.’