over DBNL
auteursrecht en copyright
bestuur, medewerkers en adviescommissies
adressen
stages
nieuws
nieuwsbrief
Nederlandse literatuur
auteurs
beschikbare titels
Middeleeuwen
Gouden eeuw
Achttiende eeuw
Negentiende eeuw
Twintigste eeuw
Eenentwintigste eeuw
tijdschriften/jaarboeken
onze kinderboeken
buitengaats
Friese literatuur
Limburgse literatuur
Surinaamse literatuur
gescande titels
e-books
Nederlandse taal
woorden
etymologie
zinnen
klanken
betekenis
vormen
normen
taalbeheersing
historische taalkunde
taalverwerving en psycholinguïstiek
sociolinguïstiek
dialectologie
Nederlands als tweede taal
taaldidactiek
atlas voor de Nederlandse taal en literatuur
basisbibliotheek
tijdschriftenladder
literatuurgeschiedenis.nl
de langste dag
auteurs: overzichten
titels: overzichten
organisaties: overzichten
naslagwerken
audio
thema's
zoeken in de hele website
zoeken in teksten
auteur: Matthijs de Castelein
bron: Matthijs de Castelein, De const van rhetoriken (facsimile van de eerste uitgave, Gent 1555), Theater Pax Vobis, Oudenaarde 1986.
verantwoording
inhoudsopgave
doorzoek de hele tekst
downloads
Matthijs de Castelein
[I. Voorwerk] De Const van Rhetoriken, allen ancommers ende Beminders der zeluer, een zonderlijngh Ex emplaer ende leerende Voorbeeld, niet alleen in allen Soorten ende Snéden van dichte, nemaer ooc, in alles dat der Edelder Co n st va n Poësien co m peteert en de ancleeft.
Octroy.
¶ Ian Cauweel, an allen Nederlandschen Poëten ende Beminders van Poësien, gheseid Rhetorica.
¶ Heinric van den Keere, van Ghendt, beminder van Poësien, vraeghd ende andwoord den Berespers.
Tafel van den inhaudene van dezen bouck, ghesteld bi A.B.C. dan of t'eerste ghetal beteeckend de Page of zide, en de t'andere het Baladeken, ofte Clausel van diere.
Zommighe fauten aldus te corrigieren.
¶ Author ad librum suum, Carmine hendeca syllabo.
Tot den Lezer.
[II. De Const van Rhetoriken] [1. Theoriestrofen 1-182]
[2. Voorbeeldgedichten + de daarbij aansluitende theoriestrofen 183-217] [Gedichten van 1, 2, 3, 4, 5, 6 regels; rondelen; theoriestrofen 183-184]
[Balladen van 7-en; theoriestrofen 185-187]
[Balladen van 8-en (gewoon, ghecruust , en metten steerte ); theoriestrofen 188-201]
[Balladen van 9-en; theoriestrofen 202-203]
[Refereinen van 10-en; theoriestrofen 204-205]
[Refreinen van 11-en; theoriestrofe 206]
[Refreinen van 12-en]
[Refreinen van 13-en]
[Refreinen van 14-en]
[Refreinen van 15-en]
[Refreinen van 16-en]
[Refreinen van 17-en]
[Refreinen van 18-en]
[Refreinen van 19-en]
[Refreinen van 20-en]
¶ Snede oft clause zonder hende, of te wille.
[3. Theoriestrofen 207-217]
[4. Rhetorike extraordinaire + de daarbij aansluitende theoriestrofen 218-227] [ Sesse baladen, in eene + Nota]
[2x Balade intricaet + Nota]
¶ Dobbelsteerten.
[ Keten-dicht ; theoriestrofe 218]
¶ Ander vremde snede.
¶ Hier volghd het Schaeckberd.
[3x Ander vremde snede ]
[6x gedichtjes in latijnse metra]
[Simpletten en Dobbletten ]
[Theoriestrofe 219; Ricqueracque ; theoriestrofe 220]
[ Dobblet met twee stocken ; Al dicht ; Deffianche ; 2x Aud Rondeel ]
[Begin en einde van spelen]
[Tafelgebeden]
[ Superflue dicht ; Parabole ; Cocorullen ; Morael ; theoriestrofe 221]
[ Regheldicht ; Comparatie ; Endelveers ; Sprake ; Interrogatie ; Epitaphie ]
[Theoriestrofe 222: Proverbien ]
[Raadsel van de sfinx]
[Eed der zotten]
[Theoriestrofen 223-227]
¶ Sermoen van Sencte Reinhuut .
[5. Conclusie: theoriestrofen 228-239]
[III. Nawerk] VVaerschvwijnghe tot den Lezer.
¶ Vermaen tot den Leer-Iounghers va n Casteleins discipline .