terug  begin  verderprepost
[p. 105]

Aenden Weerden, Eerweerden ende Hoogh-geleerden D.+ Philips Lansbergen Op zijn Boeck van't gebruyck des Astrolabivms+

 
GHeluckich is de mensch, die opter aerden leeft
 
En des al niet te min tot inden hemel sweeft;
 
Gheluckich is de mensch die, schoon met vlees omvanghen,3
 
En blijft noch aen het vlees noch aen de weerelt hanghen.
5
Gheluckich is de mensch die in dit jammer-dal5
 
Ghevoelt wat eens de mensch hier namaels wesen sal.
 
Wat ligghen wy ghestaegh hier in het stoff en woelen,7
 
En soucken onsen troost in dese laghe poelen?
 
De ziel, die niet en sterft, en can niet stille staen,
10
En can niet zijn vernoeght, met dinghen die vergaen.
 
Wel op dan, mijn Ghemoet, soeckt elders u vermaken11
 
En stelt my nimmermeer u troost in aertsche saken,
 
Maer gaet in teghendeel en brengh u gantsche kracht13
 
Tot u vernieuden gheest, die op den hemel wacht:14
15
Gaet met een innigh hert gheduerigh overmercken15
 
Gaet weeght met alle vlijt des Heeren wonder wercken,16
 
Prent die, mijn weerste deel, prent die in u ghemoet,
 
En stijght gheduerich op, tot aen het hoochste goet.18
 
Wie nae den hemel tracht, moet vanden hemel spreken,19
20
Moet nae den hemel gaen, jae door den hemel breken,
 
Moet stijghen met den gheest soo verr' hy jmmer kan
 
Daer noyt en is ghegaen het oogh van eenigh man.
 
Lansberghe, lieve vrient, dit hebt ghy waerghenomen,
 
Dit hebt ghy metter daet nu langhe nae ghekomen;
25
Jck sie ô weerde Man, ick, die u langhe ken,
 
Den hemel in u siel, den hemel in u pen:
 
V wesen, u bedrijff, u schriften, u ghedachten,27
 
Die leeren alghelijck ons nae den hemel trachten:28
 
Dit is u gantsche wit, u eenigh oogh-ghemerck;29
30
Ten goeden vande Staet, ten goede vande Kerck.
 
Dit boek is mijn ghetuygh, een boeck van grooter weerden,
 
Het toont ons inder daet den hemel op der Eerden.
+D.: Dominus
+ASTROLABIVMS: Het astrolabium, een der oudste astronomische instrumenten, werd gebruikt voor het bepalen van hoogte en positie van hemellichamen. Daarmee kon de waarnemer betrekkelijk eenvoudig de plaatselijke tijd en de geografische breedte bepalen.
3schoon met vlees omvanghen: hoewel met vlees omhuld (in de bijbelse zin van: aards, zondig, vergankelijk)
5dit jammer-dal: dit aardse tranendal
7woelen: najagen van aardse, ijdele dingen
11Ghemoet: geest (hier voorgesteld als een persoon die op zijn beurt weer een ‘ghemoet’ bezit, vgl. r. 17)
13Maer gaet... kracht: maar richt daarentegen al uw kracht
14vernieuden: Vgl. r. 33-34 van Bedenckinghe, het eerste gedicht van het pamflet, en r. 12-20 van Nieuwe-Iaer-Gifte, het laatste gedicht daarvan.
15Gaet... overmercken: bezie voortdurend met een vroom hart
16Gaet weeght: overweeg
wonder: wonderbare
18het hoochste goet: het hoogste goede
19tracht: streeft
27V wesen, u bedrijff: uw aard, uw arbeid
28alghelijck: alle evenzeer
29wit: doelwit
oogh-ghemerck: oogmerk
prepostterug  begin  verder