18Ick segghe maer een woort: ik wil nog slechts één ding zeggen
19-20Twee Hemels ... De Derde: Lansbergen zelf maakt in zijn boek een dergelijke driedeling. Aarde, zon, maan en planeten horen in het ‘wonder groot beslagh’ uit r. 9, de eerste hemel; de tweede hemel is die waarin de vaste sterren staan (het ‘onghemeten vlack’ uit r. 11), terwijl de derde hemel Gods hemel is in de zin van de wens uit r. 20, dat Lansbergen in de hemel moge komen.