[p. 25]
Door dagen en nachten
[p. 27]
Vers
Gelukkig wie ten strijde gaat
Voor 't recht en, onbewogen,
In roes van vuur'gen daver staat
Met klare en rustige oogen.
Gelukkig wie zijn vrees verwon
En warse wil verhardde,
En trotsch het felst gevecht begon,
Wat dood ook tegensarde.
Gelukkig wie den dag aanvaardt
In dank, met vroom vertrouwen,
Al zal misschien zijn oog op aard
Geen morgen meer aanschouwen.
Gelukkig wie zijn hoofd bevrijd.
Zijn hart heeft opgedreven,
Tot 't vredig licht van eeuwigheid,
Hoog boven dood en leven.