[p. 39]
Wie zal deze' avond keeren....
Wie zal deze' avond keeren,
Waar veil'ger rust ons noodt;
Wie zal zijn leven weren
Uit de armen van den dood?
Na 't droef gesloof der nachten,
Een hel dees heele dag:
Het davert op de grachten,
Die dansen slag op slag.
De hemel scheurt en schettert,
De lucht is dof van damp;
Daar ligt vier man verpletterd,
Met ijz'gen kreet van kramp.
Ons hoofd is hol en duizelt,
En doof van daver 't oor;
Onze aarden muur vergruizelt.
Het staal rameit er door.
Genegen handen reiken
De keel een koelen dronk;
Elk botte beuk ter dijken
Is op ons hart een bonk.
[p. 40]
Ik hoor gewonden klagen
En de avond draalt zoo lang....
Wie zal de dooden dragen
Uit 't vuur van ons gevang?