terug  begin  verderprepost
[p. 71]

Verpleegster

 
Teer blauw en blank, gelijk in onze tempelhallen
 
Er beelden van Madonnas en van heiige staan;
 
Veel wit, heel wit opdat een straalke vreugde valle
 
Op al het duister lijden waar gij langs zult gaan.
 
 
 
Misschien zal ik, gekwetst, eens worden ingedragen
 
Waar gij in liefde uw leven geeft, door nacht en dag;
 
Maar gij zult naast me staan, met dringend-vreez'ge vragen
 
En over mij de vrede van uw glimmelach.
 
 
 
Gij zult mijn bleek en moede hoofd traag streelen
 
Dat in de roze schaal van uw handen ligt;
 
Gij zult den kloppend-koorts'gen brand der wanden heelen
 
Met dubblen ijver, dankbaar voor uw grootschen plicht.
 
 
 
Uw stem zal ruischen in mijn oor, en 't hart doen breken
 
Opeens van onvermoed geluk, dat leed verving;
 
Want geen die 't zielsverholen woord van troost kan spreken
 
Als wie zelf weemoed draagt van heil dat onderging.
 
 
 
En over mijn onrust'gen slaap, zal, trouwe wake,
 
Uw oogenpaar gelijk een dubble sterre staan;
 
En als ik, plots ontwekt, me uw vingeren voel raken,
 
Zal 't zijn of moeders handen om mijn slapen gaan.

2 April 1916.

prepostterug  begin  verder