[p. 73]
De Bloeiende Wonden
[p. 75]
Opdracht
Ik heb geen schooner dank gevonden,
Geen rijker hulde voor uw voet,
Dan de' armen bloei van de eigen wonden,
Nog lauw van 't eigen droppend bloed;
De gave van twee roode rozen
Ter zinderende schouderplaat,
En één die, broos maar uitverkozen,
Ter borst alleen te bloeien staat.
Nog voel ik spier en zenuw schrijnen,
Waar 't lood door de ijle longen brak;
Maria, stil en strem de pijnen
Waar scherp de nijd'ge doren stak.
Omhul me met uw lichtgenade
En laat op donzen blarenvouw,
In 't rijzend licht der dageraden,
De zegen dalen van uw dauw,
Opdat elk bloemehart de luchten
Doorgeuren moge en elke wond,
In needrig lied of zoet verzuchten,
U love met zijn rozenmond.
[p. 76]
Maria, neem in uw meedoogen
Dees bloemen, voor U saamgereid.
Opdat ze bloeien voor Uwe oogen
Dees heele maand, u toegewijd
1 Mei 1916