[p. 80]
Rijs ik....
Voor M.
Rijs ik naar een rijker leven,
Daal ik naar de donkre dood?
Langs de lage luchtereven
Slinkt het zinkend avondrood.
Dwaalt mijn hoofd en duizlen de oogen;
Valt de voorjaarsnacht zoo vroeg;
Heeft de dood mijn hoop belogen
Die 'k naar rijper zomers droeg?
Kalm is 't hart, maar droef te moede;
Moe de geest die traag verblindt.
O wanneer ge gaat bevroeden
Dat uw laatste reis begint.
Als ge in bloei en kracht gebroken
Staat, opeens, voor 't bitter end,
En nog eens uw traangeloken
Blikken naar uw leven wendt....
Zie 'k nog ooit u weer die verre
Zijt en schreiend zit, misschien?
Zullen de vertrouwde sterren
Dezen nacht mijn uitvaart zien?