[p. 83]
Meische morgen
Meische morgen, die door 't open
Raam drijft in de ziekenzaal.
Laat me, van uw licht bedropen
Drinken aan uw zuivren straal.
Lentelucht uit hove' en dreven,
Frisch van dauw maar luw van zon,
Koele dronk van heelend leven,
Versch uit parelende bron;
Geurende adem, die mijn kranke
Borst de blijde boodschap meldt,
Hoe ter dorre rozenranken
Weer een bloei van knoppen zwelt;
Die door voet en stam en kruinen
Voller sappen rijzen doet,
Die ter groenbewaasde tuinen
Bot en bloem en blaren voedt;
Laat me, - lijk ten zomerdage,
Op het zonbereden land,
Moede maaier drinkt met trage
Teugen uit zijn holle hand, -
[p. 84]
Laat me langzaam laven tong en
Lippen aan uw overvloed;
Sterker aêm beroert mijn longen
Naar den slag van rijker bloed.