[p. 92]
Over de' angst....
Voor M
w
. E. Laenen-Claes.
Over de' angst van brekende oogen,
Over klagelijk gekerm,
Zie 'k uw witte huif gebogen
Hangen lijk een vreed'gen scherm.
Om zijn hals uw arm gewonden,
Naar zijn mond uw troostend woord,
Veil'ger voelt zich de gewonde,
Die de dood al pijpen hoort.
Langzaam gaat in 't donker deizen 't
Grijnzend beeld dat de onrust sart;
Milder komt weer hoop berijzen 't
Moede en krachtgebroken hart.
Doover snijdt door merg en midden 't
Scherpe schrijnen van zijn wond;
Van uw lippen gaat weer bidden
Leeren leedverstarde mond.
Dankbaar komen tranen trillen
Door zijn blik, die glazig glanst;
Stiller klinkt het schrille gillen
Van de nijd'ge dood die danst.
[p. 93]
Zachter zal haar hand hem raken,
Waar gij 't hart ter reis bereidt;
Blijde zal zijn blik ontwaken
In een lichter eeuwigheid.