terug  begin  verderprepost

3
De slag aan de IJzer. Mijn eerste bezoek bij Koning Albert. Politieke bedrijvigheid onder de vrije Belgen na de stabilisatie van de gevechtslijn. (Eind 1914 - begin 1915)

Aan de IJzer werden intussen door ons leger de meest heldhaftige bladzijden van onze militaire weerstand geschreven. De korte maar plechtige oproep die Koning Albert bij de aanvang van de IJzerslag tot zijn manschappen richtte, was de trouwe vertolking van de voor ons land beslissende betekenis welke dit historisch gevecht zou dragen. ‘Soldaten’, zo luidde zijn dagorde, ‘gij gaat nu aan uwe zijde de koene legers van Frankrijk en Engeland vinden. Het hoort aan uzelf, door uw hardnekkigheid en moed de roem van onze wapenen te bevestigen. Onze nationale eer staat op het spel.(...) Dat in de posten, waarin ik u plaatsen zal, uw blikken steeds voorwaarts gericht blijven, en beschouwt als een verrader van het vaderland alwie van terugtocht zal spreken zonder dat daartoe het uitdrukkelijk bevel zal zijn gegeven’.

Onze soldaten hebben dit koninklijk bevel op heldhaftige wijze beantwoord. Gedurende drie weken hebben zij tot uitputting toe, aan de zijde en met de hulp van de Franse mariniers van Admiraal Ronarc'h(33) en de Engelse vloot het hoofd geboden aan een vijand, die overwegend in aantal en bewapening, eveneens de slag van de IJzer als de sleutel van de overwinning beschouwde.

[p. 261]

Met achtenveertigduizend man, de enigen die na de aftocht uit Antwerpen nog waren beschikbaar gebleven, - heeft ons leger gedurende drie weken in de meest hachelijke voorwaarden een frontlijn van veertig kilometer verdedigd. Een derde van de manschappen sneuvelde of werd door zware verwondingen buiten gevecht gesteld. Ook de daarop volgende winter was verder voor onze soldaten, die onvoldoende beschut tegen water en winterweer de wacht moesten verzekeren en verschansingen aanleggen op het modderige IJzerveld in de onmiddellijke nabijheid van de vijand, een zware proef op hun uithoudingsvermogen. Doch het laatste stukje vaderlandse bodem, dat zij door hun offers hadden geheiligd, bleef voor een vijandelijke bezetting gevrijwaard. De overwinning op de Marne kreeg door de afsluiting van de westelijke toegangen voor het vijandelijk offensief haar afdoende en blijvende waarde. Het was voor de uitgeweende ogen van talloze oorlogsslachtoffers het eerste ware lichtpunt van een vrede die opnieuw vrijheid zou meebrengen. De bewondering, welke de heldhaftige weerstand van onze soldaten in de wereld had gewekt, werd tot uiting gebracht in een treffende hulde die aan Koning Albert, de ziel en bezieler van 's lands unaniem verzet en van de offergeest van zijn soldaten, werd gebracht door een aanzienlijke groep van politieke persoonlijkheden, geleerden en artiesten door de uitgave van het King Albertbook, dat onder de leiding van Hall Caine(34) door The Daily Telegraph werd uitgegeven(35). Koningin Elisabeth was trouw aan de zijde van de Koning gebleven en begon in die tragische dagen het werk van verpleegster en moederlijke vertrooster, dat zij ononderbroken en onvermoeibaar gedurende vier jaar in De Panne heeft uitgeoefend.

Ik had het voorrecht door Koning Albert te worden ontvangen in het begin van de maand januari daaropvolgende. Ik was voor een

[p. 262]

private opdracht in de maand december naar Italië geweest. Op mijn terugreis bezocht ik mijn broeder August, die als vrijwilliger was opgegaan en die zijn eerste militaire opleiding genoot in het kamp te Caen (Normandië), waar ik ook Henri de Man(36) aantrof. In Ste-Adresse vernam ik dat Koning Albert mij verwachtte te Veurne. De militaire auto die te mijner beschikking was gesteld, verongelukte bijna in een pikdonker straatje onder het gespan van een kanon. Ik kwam ten slotte veilig aan in het stadhuis te Veurne, waar de Koning mij rond 7 uur ontving. Hij wenste zo volledig mogelijk ingelicht te worden over de toestanden in Nederland en in het bezette gebied en bleek zeer bezorgd over het lot van de bevolking. Hij drukte zich uit met de bedachtzaamheid die hem steeds eigen is geweest. Zijn vertrouwen in de eindoverwinning was volledig en hij sprak met grote lof over de hardnekkigheid met welke zijn leger gestreden had aan de IJzer. Maar hij voorzag dat een lange inspanning zou nodig blijken en zette me aan om onze landgenoten aan te sporen tot geduld en volharding maar tevens tot levenseenvoud. De koninklijke familie van Engeland gaf, zo zegde hij, een voorbeeld van eenvoud aan haar bevolking. Hijzelf droeg over zijn eenvoudig uniform een nikkele ketting voor zijn zakuurwerk. Hare Majesteit Koningin Elisabeth heb ik bij deze gelegenheid niet kunnen begroeten, maar ik heb bij latere bezoeken aan het front haar kunnen bewonderen in de uitoefening van moederlijke liefde of in de werken die zij achter het front heeft tot stand gebracht. Het meest bekend zijn het hospitaal dat zij, met de medische leiding van Prof. Depage(37) te De Panne, en het

[p. 263]

kindercentrum dat zij te Wulveringem heeft opgericht.

Met de stabilisatie van de gevechtslijn over geheel het Westers oorlogsfront en het gevoel dat de overwinning, waarin nu algemeen werd geloofd, vele maanden op zich kon laten wachten, richtten de uitgeweken Belgen in Nederland, Frankrijk en Engeland, maar vooral in de twee eerste landen zich ook op een eigen gemeenschapsleven in. Dit ging niet zonder een gelijktijdige heropleving van onze binnenlandse politiek. De politieke onenigheden tussen uitgeweken landgenoten zijn doorgaans weinig verkwikkelijk. Bij de oude partijschappen voegden zich spoedig in dit geval politieke ambities en berekeningen, die zich in oorlogstijd liefst in versterkte vaderlandse kleuren vertonen. De onmiddellijke omgeving van de regering te Ste-Adresse was natuurlijk het gedroomde veld voor deze woekerkultuur. Doch ook in Holland kwam deze met een zekere weelderigheid te voorschijn. Voor de gelegenheidspers was dit een geliefkoosd voedsel. In Ste-Adresse was het de xxe Siècle, in Amsterdam de Echo belge, in Leiden La Belgique, in Londen La Metropole(38), die de roemtrompetten van deze grootvaderlandse geest zijn geworden. Sommigen - het kan niet worden ontkend - werden geleid door journalisten met een bewonderenswaardig talent: Fernand Neuray(39), hoofdopsteller van de xxe Siècle, en Charles Bernard(40) die zijn fijne pen aan de Echo belge heeft geleend. Doch beide zijn het slachtoffer geweest van dezelfde dwalingen en beider oorlogswerk is even onvruchtbaar gebleven.

(33)Pierre Alexis Ronarc'h, oQuimper 1865 †Parijs 1940, commandeerde tijdens Wereldoorlog i tot 1916 de lucht- en zeemacht van het Noordfranse leger, 1919-1920 als vice-admiraal chef van de generale staf van de marine.
(34)Thomas Henry Hall Caine, oRuncorn (Cheshire) 14 mei 1853 †Greeba Castle (eiland Man) 31 aug. 1931, Engels romanschrijver en heimatdichter van het eiland Man.
(35)King Albert's Book. Een bulde aan den Koning der Belgen en het Belgische volk vanwege voorname en gezaghebbende personaliteiten door de wereld been, uitgegeven door The Daily Telegraph met de medehulp van The Daily Sketch, The Glasgow Herald en Hodder and Stoughton, Londen. De Engelse uitgave van 1914 is de oorspronkelijke; de Nederlandse en Franse versies verschenen begin 1917.
(36)Hendrik (Henri) De Man, oAntwerpen 17 nov. 1885 †Murten (Zwitserland) 20 juni 1953, promoveerde 1907 te Leipzig in de filosofische faculteit (economische geschiedenis) en van dan af zeer geëngageerd in de socialistische beweging; 1929-1933 docent te Frankfurt a.M., nadien hoogleraar te Brussel; maart 1935-maart 1938 minister, eerst van Openbare Werken nadien van Financiën, 1939 voorzitter van de B.W.P., sept. 1939-jan. 1940 vice-eerste-minister; ontbond aug. 1940 de Belgische Werkliedenpartij en collaboreerde aanvankelijk met de Duitse bezetter, dec. 1942 naar Savoye nadien in Zwitserland; 1946 als collaborateur zwaar veroordeeld.
(37)Antoine Depage, oWatermaal-Bosvoorde 15 nov. 1862 †Den Haag 10 juni 1925, chirurg, 1913 hoogleraar te Brussel, was als kolonel in De Panne hoofdgeneesheer van het veldhospitaal ‘Océan’, dat eind dec. 1915 reeds 750 bedden telde, in juli 1917 1200, en nog later 1500; 16 mei 1920-1925 liberaal senator voor het arr. Brussel.
(38)Voor de drie eerst genoemde bladen zie hoger in het Oorlogsdagboek p. 209-213. Het Antwerpse katholieke dagblad La Métropole (o1894) verhuisde na de val van Antwerpen, eind 1914 naar Londen en verscheen er als supplement bij The Standard.
(39)Fernand Neuray, oEtalle (prov. Lux.) mei 1874 †(aan boord van het schip ‘Jean Laborde’ tegenover de havenstad Piraeus) maart 1934, studeerde geschiedenis aan de Luikse universiteit, in 1896 hoofdredacteur van L'Avenir du Luxembourg; nadien 1898 bij de Vingtième Siècle, die hij tijdens Wereldoorlog i sedert nov. 1914 te Le Havre opnieuw uitgaf; verhuisde in nov. 1916 naar Parijs en stichtte er in maart 1918 La Nation belge, dat na de oorlog (tot 1956) te Brussel verscheen.
(40)Charles Bernard, oAntwerpen 28 okt. 1875 †Brussel 24 okt. 1961, advocaat, criticus, journalist o.m. als redactielid van L'Echo belge (Amsterdam), 1934 lid van de ‘Académie royale de Langue et de Littérature françaises de Belgique’, 1946-1951 vast secretaris hiervan.
prepostterug  begin  verder