Een deelwoord is een bepaling; het bepaalde woord, het onderwerp, kan niet gemist worden.
De graaf snelde naar het venster en opende het gordijn; omkijkende was het spook verdwenen.
Deze zin kan niet anders betekenen dan dat het spook had omgekeken terwijl het verdween. Het deelwoord moet dus opgelost worden in een bijzin die het onderwerp bevat:
Toen hij omkeek was het spook verdwenen.
Of, met behoud van het deelwoord:
Omkijkende zag hij dat het spook verdwenen was.
Soms kan de verandering van passief in actief de zin redden:
Samenvattend mag dus geconstateerd worden dat hij zijn taak goed heeft volbracht - samenvattend mogen wij dus constateren dat hij zijn taak goed heeft volbracht.
Zo heeft het deelwoord zijn onderwerp gekregen: wij.
Verbeter deze zinnen op verschillende wijzen:
Vanmorgen langs het huis van Mr. Halbertsma wandelend, zwom daar een eend met zeventien jongen voorbij.
De ingang van onze stad, komende van de beide stations, blijft nog steeds even weinig fraai.
Stammende uit Amsterdamse ouders, was natuurlijk het Hollands onze huiselijke taal.
Het raam reikte, staande voor het venster, slechts tot de knieën.
Zo rijdende is er voldoende gelegenheid voor het verkeer om voorbij te rijden.
Dit voor oogen houdende krijgen de feiten een ander aanzien.
Uw boekje nog eens doorbladerende viel mijn oog op de volgende zinsnede.
In het passief wordt het deelwoord veelal onjuist gebruikt:
Het orkest speelde het Wilhelmus, dat staande door de aanwezigen werd meegezongen.
Al keuvelend werd een geurig kopje mokka genoten.
Hier wordt gezegd dat het Wilhelmus stond en het kopje keuvelde; zet de zin in het actief: ‘... dat de aanwezigen staande meezongen.’ ‘Al keuvelend genoot men...’
In navolging van het Duits heeft men thans enige lelijke lange deelwoorden gevormd, tot nog lelijkere substantieven verlengd. Het ergste en gebruikelijkste is vanzelfsprekend (natuurlijk), uitgerekt tot van-zelf-sprekend-heid, soms verschrompeld tot vanzelfsheid, een vod.
Dat spreekt van zelf - dat is vanzelfsprekend.
Hij geeft er de toon aan - hij is er toonaangevend.
Het ligt voor de hand - het is voordehandliggend.
Dat is geen maatstaf - dat is niet maatgevend.
Dit gaf de doorslag - dit was doorslaggevend.
Het eerste heeft natuurlijk bijna geheel verdrongen:
Hij koos vanzelfsprekend weer de mooiste plaats.
Er waren vanzelfsprekend veel liefhebbers voor.
Het is verplichtend is onjuist voor het is verplicht (voorgeschreven): ‘Avondkleding is verplicht.’
Dit deelwoord is wel tot bijwoord geworden, maar men dient toch rekening te houden met zijn afkomst: het betekent door zo te handelen. Als men dit er niet voor in de plaats kan stellen, schrijve men daarom, hierdoor, enz.
Juist
De schurk stopte haar een prop in den mond en verhinderde haar zoodoende te schreeuwen.
Ik zette het op een lopen; zoodoende kwam ik nog juist op tijd.
Onjuist
Het stortregende; zoodoende (daardoor) werden wij kletsnat.
Moeder is hardhorend; zodoende (dientengevolge) kon zij niet van de preek genieten.
Het gezelschap was hem te luidruchtig; zoodoende (daarom) stapte hij na een kwartiertje op.
Het onderwerp werd uiterst diepzinnig behandeld; zoodoende begrepen deze eenvoudige lieden (deze eenvoudige lieden begrepen dan ook) niets van het betoog.
Bij het gebruik van het verleden deelwoord vindt men soortgelijke fouten.
a. Actief-intransitief
Nauwelijks opgestaan van een stoel voor het venster vloog een kogel door de ruit.
Hier wordt gezegd dat de kogel is opgestaan; juist is: Hij was nauwelijks opgestaan, toen enz.
b. Passief-transitief
Met voorbeelden gestaafd sprak hij over de verschillende verrichtingen van ons volk.
Bij den heer Smit binnengedragen verleende dr. De Groot de eerste geneeskundige hulp.
Volgens dit bericht is de dokter binnengedragen.
In enkele uitdrukkingen, zoals aangenomen, verondersteld, aangezien, is deze constructie geijkt; de deelwoorden worden dan als voegwoorden beschouwd.
Welbeschouwd (eigenlijk) had hij het volste recht zoo te handelen.
Alles tezamen genomen (over 't geheel) kan het feest zeer geslaagd genoemd worden.
Eigenlijk gezegd (inderdaad) was ik de gehele zaak vergeten.