1. Het deelwoord zonder onderwerp
Een deelwoord is een bepaling; het bepaalde woord, het onderwerp, kan niet gemist worden.
De graaf snelde naar het venster en opende het gordijn; omkijkende was het spook verdwenen.
Deze zin kan niet anders betekenen dan dat het spook had omgekeken terwijl het verdween. Het deelwoord moet dus opgelost worden in een bijzin die het onderwerp bevat:
Toen hij omkeek was het spook verdwenen.
Of, met behoud van het deelwoord:
Omkijkende zag hij dat het spook verdwenen was.
Soms kan de verandering van passief in actief de zin redden:
Samenvattend mag dus geconstateerd worden dat hij zijn taak goed heeft volbracht - samenvattend mogen wij dus constateren dat hij zijn taak goed heeft volbracht.
Zo heeft het deelwoord zijn onderwerp gekregen: wij.
Verbeter deze zinnen op verschillende wijzen:
Vanmorgen langs het huis van Mr. Halbertsma wandelend, zwom daar een eend met zeventien jongen voorbij.
De ingang van onze stad, komende van de beide stations, blijft nog steeds even weinig fraai.
Stammende uit Amsterdamse ouders, was natuurlijk het Hollands onze huiselijke taal.
Het raam reikte, staande voor het venster, slechts tot de knieën.
Zo rijdende is er voldoende gelegenheid voor het verkeer om voorbij te rijden.
Dit voor oogen houdende krijgen de feiten een ander aanzien.
Uw boekje nog eens doorbladerende viel mijn oog op de volgende zinsnede.
In het passief wordt het deelwoord veelal onjuist gebruikt:
Het orkest speelde het Wilhelmus, dat staande door de aanwezigen werd meegezongen.