1. Rond is adjectief of bijwoord: De aarde is rond en draait rond. Het wordt tegenwoordig in navolging van het Engels (zie XIV) gewoonlijk als voorzetsel in de plaats van om (rondom) gebruikt: rond de tafel, de reis rond de wereld. Men schrikt zelfs niet terug voor waarrond en daarrond.
N.B. Rond voor ongeveer (blz. 57) en rondom voor over zijn germ.: De strijd rondom (over) het spellingsvraagstuk.
2. Vanaf. Splits dit, of schrap het overtollige af:
Vanaf het begin (van het begin af).
De treinen lopen vanaf (van) Amsterdam naar Utrecht.
De stoet vertrekt vanaf (van) het sterfhuis.
Een mooi uitzicht vanaf (van) de toren.
Vanaf (van) de kansel verkondigen.
Prijzen vanaf f. 1,00 (f. 1,00 en hoger).
Vanuit is even onnodig als vanaf.
3. Per. Een in handelsbrieven en regeringsstukken zeer gewone fout (Dd.) voor op: Per 1 September. Op kan ook weggelaten worden: wij hopen u 8 Augustus te bezoeken.
4. Soort zonder van. Een gewone fout: verbinding zonder voorzetsel sluit het begrip hoeveelheid in, fles wijn, bord soep, stuk hout, massa mensen.
Vertaling verduidelijkt deze fout: een soort mensen - une sorte gens, a sort people?
5. Vaak verkeerd gebruikte voorzetsels
Iemand, iets voorbijgaan (niet: aan iemand, aan iets)
Met of door een voorbeeld verduidelijken (niet: aan)
Voor een prijs leveren (niet: aan)
In aansluiting aan (niet: met, bij)
Voorzien van (niet: met)
Op de hoogte van (niet: met)
Dit (be)hoort aan mij (niet: van)
Ontleend aan (niet: uit); maar: een ontlening uit
Verliefd op (niet: in)
Ten of als antwoord op (niet: in antwoord)
Aandringen op (niet: tot)
Gemis van (niet: aan); maar: gebrek aan
6. Vermijd opeenhoping van voorzetsels:
Let op de schets van de met schepen bevolkte haven met de bij een met vlaggen versierde boot in de zon spelende kinderen.
7. Verschillende voorzetsels bij hetzelfde werkwoord
| Opleiden | |
|---|---|
| Voor een examen | Tot bibliothecaris |
| Richten | |
|---|---|
| Aan een rechtspersoon, bv. het secretariaat | Tot een natuurlijke persoon, bv. den secretaris |
| Ontslaan | |
| Van de last, de moeite, de verplichting, het gezelschap, rechtsvervolging | Uit de dienst, een bediening, een betrekking |
| N.B. Ontheffen van een verplichting, een ambt, een waardigheid, de waarneming, de voogdij | |
| Bestaan | |
| Bestaan in is zijn; bestaan uit duidt de bestanddelen aan. | |
| Zijn vermogen bestaat in effecten | Dit werk bestaat uit drie delen |
8. Ten (te den) en ter (te der) kunnen natuurlijk niet gebruikt worden waar het lidwoord niet past, dus niet vóór mijnen, dezer, allen, een, enz. Juist is: ten tijde van (te den tijd) maar niet: ten allen tijde (te den allen tijd?), ter verontschuldiging van (te der verontschuldiging) maar niet: ter harer verontschuldiging (te der hare verontschuldiging?). Schrijf dus:
te uwen dienste, te dien tijde, te allen tijde, te dezer plaatse, te dier gelegenheid, te harer verontschuldiging, te zijnen huize (ook afgekort: te mijnent, enz.), te uwen gerieve, te mijnen genoegen, te hunnen behoeve; te een ure.
N.B. Bij, door, in, te dezen (datief van dit)