terug  begin  verderprepost
[p. 169]

VII Overige dichters Bennett, Ecury, Kock en Croes

[p. 170]

1. Nena Bennett

De dichteres eugenia adelicica bennett werd op 14 juli 1935 in Oranjestad op Aruba geboren. Van jongs af aan noemde men haar Nena. In Oranjestad volgde zij de lagere school en een jaar mulo. Op haar vijftiende jaar vertrok Nena Bennett naar Nederland, waar zij haar studie voortzette in de tweede klas van een driejarige ulo. Zij verbleef in een internaat te Reuver, Limburg.

Eveneens in Reuver doorliep zij de kweekschool, waar zij na vier jaar haar onderwijzersdiploma behaalde.

In 1955 keerde zij terug naar Aruba. Bennett was toen twintig jaar oud. Op dit eiland heeft zij tot 1962 voor de klas gestaan, met een onderbreking van zes maanden op Sint Maarten.

In 1962 is Nena Bennet getrouwd, waarna het echtpaar naar Nederland vertrok. Daar woonden zij tot 1967 in Volendam. In die jaren schreef zij poëzie op losse blaadjes, die later bij verhuizingen verloren gingen.

 

In 1972 heeft zij voor het eerst gepubliceerd, en wel in Watapana. In het februari-nummer, jaargang 4, zijn twee gedichten van haar opgenomen.

Van het eerste, zonder titel, zijn de beginwoorden: ‘mientras watapana ta zwai’, ‘terwijl de watapana wiegelt’. Het tweede gedicht is ‘M'a skapa’, dat in dit hoofdstuk is opgenomen.

Ook in het Arubaanse blad Skol i Komunidat verschenen gedichten van deze schrijfster.

Nena's echtgenoot is musicus. Zij heeft liedteksten voor zijn composities geschreven. Het lied ‘Awor’ kreeg de eerste prijs op een Papiaments festival in 1979. In 1980 koos men hun lied ‘Amor para ti’ uit om de Nederlandse Antillen te vertegenwoordigen op het Argentijnse Oti festival.

Datzelfde jaar voerde Nena Bennett op de Fest-Antil te Curaçao een experiment uit met ‘poesia-balia’. Op muziek reciteerde Nena haar poëzie, waarbij de balletgroep van het Cultureel Centrum

[p. 171]

Aruba (C.C.A.) dansen uitvoerde onder leiding van Iris Bernabela. De choreografie stelden zij samen vast.

In Skol i Komunidat publiceerde de onderwijzeres Bennett elf gedichten. Tot bundelen is zij tot nu toe niet gekomen. Ze kent drie thema's; liefde, hang naar eeuwigheid en Aruba. Het verderop geciteerde gedicht ‘Relashon’ bevat alle drie de elementen.

[p. 172]
Soledat
 
Pakiko
 
Ora ku mi ta so
 
Mundo t'asina grandi
 
Inmensamente mahos
 
 
 
Pakiko
 
Ora ku mi ta so
 
Skuridat ta reine
 
Inmensamente preto
 
 
 
Pakiko
 
Ora ku mi ta so
 
Kachónan ta grita
 
ta yora i ta sklama
 
Inmensamente tristo.
[p. 173]
Eenzaamheid
 
Waarom
 
is telkens als ik alleen ben
 
de wereld zo groot
 
zo oneindig lelijk
 
 
 
Waarom
 
is telkens als ik alleen ben
 
de duisternis toch zo diep
 
zo oneindig zwart
 
 
 
Waarom
 
is telkens als ik alleen ben
 
het geblaf van de honden
 
toch zo'n klaaglijk gejank
 
zo oneindig droevig
 
 
 
[Vertaling: Igma M.G. van Putte-de Windt]
[p. 174]
M'a skapa
 
Ayera nochi
 
El a bati
 
na mi porta
 
 
 
Bon tirá
 
den su flus preto
 
i Su kamisa blanko.
 
 
 
M'a habri porta
 
lag'E drenta
 
pon'E sinta
 
p' ami bisti
 
mi pantsut biña.
 
 
 
Asina nos a sali
 
manera dos enamorá
 
Kuchi kuchi
 
Nos ta papia
 
Kasi den ore'i otro
 
 
 
I na un momento
 
El a bisa:
 
Mi amor
 
Awe nochi
 
Nos t'ei balia
 
Nos dos hunto, e Wals
 
Di Eternidat.
 
 
 
I mes ora
 
m'a kòrda
 
riba mi
 
yunan
[p. 175]
De dans ontsprongen
 
Gisteravond
 
klopte Hij
 
aan mijn deur
 
 
 
Uitgedost
 
in zwart kostuum
 
met wit overhemd
 
 
 
Ik deed open
 
liet Hem binnen
 
gaf Hem een stoel
 
trok toen mijn
 
wijnrode broekpak aan
 
 
 
Zo gingen we op stap
 
als een verliefd stel
 
liepen we te fluisteren
 
in elkaars oor
 
 
 
Na een poosje
 
zei Hij:
 
Liefje
 
vanavond
 
gaan wij samen
 
dansen, de Wals
 
van de Eeuwigheid.
 
 
 
En ineens
 
dacht ik weer
 
aan mijn kinderen
 
thuis in bed
[p. 176]
 
bon drumí
 
 
 
M'a laga kai
 
Saka kareda
 
Kore bai
 
Lag'E so
 
bon babuká
 
pará den porta
 
di santana.
[p. 177]
 
Ik ging er vandoor
 
rende
 
pijlsnel weg
 
liet Hem staan
 
verbouwereerd
 
bij de ingang
 
van het kerkhof.
 
 
 
[Vertaling: Igma M.G. van Putte-de Windt]
[p. 178]
Anja di turismo
 
Un anochi
 
na Tamarijn
 
sintá
 
ront di pool
 
morto
 
di antemano
 
hombernan
 
ta bende
 
nan spèrma
 
ku turista
 
den santo blanko
 
di aleu
 
motor
 
di un avion
 
tra trese mas
 
mas pa bin
 
kome
 
nos hombernan
 
nos kuminda
 
i agrega
 
pa esnan
 
ku tin
 
pajèt di plaka
 
mas i mas
 
alegria
 
sin fin
 
riba lama
 
un sombra
 
ta baha
 
i tapa
 
Aruba
 
ku su
 
skuridat
[p. 179]
Jaar van het toerisme
 
Op een avond
 
bij Tamarijn
 
gezeten
 
rond het zwembad,
 
op voorhand
 
dood,
 
verkopen
 
mannen
 
hun sperma
 
aan toeristen
 
op het witte zand.
 
In de verte
 
voert
 
de motor
 
van een vliegtuig
 
nog meer aan
 
meer om te kopen
 
eten
 
onze mannen op,
 
ons voedsel
 
en stapelen op
 
voor degenen
 
die het reeds hebben,
 
klatergoud van geld
 
meer en meer
 
vreugde
 
zonder einde,
 
op zee
 
daalt een schaduw
 
neer en dekt
 
Aruba toe
 
met haar
 
duister
 
 
 
[Vertaling: Luis H. Daal]
[p. 180]
Relashon
 
Fuertè manera nos kibrahacha
 
brabo manera un tuna
 
 
 
Streanan ta bira kandela
 
ora bo askerkami
 
 
5
Kolónan blou... kòrá
 
kòrá i blou
 
 
 
Un nubia ta preta nos
 
den su brasanan
 
i hiba nos den eternidat
[p. 181]
Intieme relatie
 
Krachtig als onze kibrahacha,
 
wild als een schijfcactus ben jij...
 
 
 
Bij mij gaan sterretjes branden
 
wanneer je dichtbij komt,
 
 
 
Kleuren van blauw... rood,
 
rood en blauw.
 
 
 
Dan omarmt ons een wolk
 
en voert ons
 
de eeuwigheid binnen.
 
 
 
[Vertaling D.M. van Schendel-Labega]
[p. 182]

Het liefdesgedicht relashon heeft als thema de geslachtsgemeenschap. De dichteres bouwt naar steeds abstracter beelden toe, waardoor de delicate inhoud goed tot zijn recht komt. Drie onderdelen laten zich onderscheiden; de geliefde (r 1, 2), wat zijn komst opwekt (r 3 t/m 6), wat ze beiden ervaren (r 7 t/m 9).

Aanvankelijk gebruikt de dichteres concrete begrippen zoals kibrahachabomen en cactussen. De sterren beduiden het licht in de ogen. Sterren hebben de connotatie van de nacht. Daarna gebruikt Bennett wat minder concrete begrippen zoals kleuren en een metafysische wolk, die innerlijk, gevoelsmatig wordt ervaren.

De beelden in de beginregels vertolken de mannelijkheid van de partner. De kibrahacha is een boom vol goudgele bloemen, die fungeert als symbool voor glanzende, mannelijke viriliteit. Vergelijk Frank Boois gedicht ‘Un anochi mi a soña’, waarin hij de kibrahacha met de vaderfiguur associëert. Het woord ‘kibra’ betekent ‘breken’ en ‘hacha’ is ‘bijl’. Je breekt je bijl kapot. Vader is keihard geworden. Ook de stekelige schijfcactus in ‘Relashon’ is een concreet object, dat verwijst naar een erachter schuilgaand begrip. De schijfcactus weet zich met zijn stekels goed te verdedigen tegen vraatzuchtige geiten. Die stekeligheid doet denken aan mannelijke weerbaarheid.

De regels vijf en zes krijgen op tweeërlei wijze extra aandacht, enerzijds door de herhaling van het laatste woord in regel vijf, kòrá, aan het begin van de volgende regel, anderzijds door de antithese, die indirect in de woorden rood en blauw aanwezig is. Blauw heeft de connotatie van afstandelijk, koud. Rood is daarentegen indringend, warm. Hier staat de omgekeerde herhaling, de stijlfiguur van de chiasme. We hebben hier een combinatie van leven en dood. Een en ander suggereert beweging en vervoering met een climax.

‘Relashon’ is een voorbeeld van een vrij vers geschreven in de gewone spreektaal. In zijn eenvoud is het een mooi gedicht. Achter de tekst gaat een rijke inhoud schuil. Jammer, dat de slotregel wat banaal is.

[p. 183]

2. Nydia Ecury

nydia maria enrica ecury werd op 2 februari 1926 op Aruba geboren uit een donkere vader en een blanke moeder. Op haar dertigste is zij op Curaçao gaan wonen. Ecury is gescheiden en moeder van twee kinderen. Aan de Nilda Pinto school gaf zij lessen in het Engels en Papiaments. Daarna is zij gedetacheerd bij het Departement voor Onderwijs.

Als mede-oprichtster van de toneelgroep Thalia heeft Ecury geregisseerd, toneel gespeeld en enkele buitenlandse blijspelen bewerkt. Ook leidde zij een toneelgroep van kinderen tussen zes en twaalf jaar. Als cabaretière trok zij met haar ‘one woman show’, ‘Luna di papel’, papieren maan, volle zalen.

Van Nydia Ecury zijn vier poëziebundels uitgekomen. In 1972 verscheen ‘Tres Rosea’, drie ademtochten, die samen met Mila Palm en Sonia Garmers is geschreven. Het boekje gaat over alledaagse onderwerpen zoals kinderen, kindermeisjes en vriendschap. Meer diepgang heeft het gedicht ‘Sekura’, droogte, dat illusies en dood als thema's heeft.

In februari 1976 publiceerde zij de bundel ‘Bos di sanger’, stem van het bloed. De dichteres is zich bewust geworden van haar veelzijdige afstamming. In 1978 publiceerde zij haar derde poëziebundel ‘Na mi kurason mará’, aan mijn hart verknocht, en in 1984 een vierde bundel onder de titel ‘Kantika pa mama tera’ ofwel ‘Song for mother earth’ met een Engelse vertaling naast de Papiamentstalige tekst.

[p. 184]
Sekura
 
Ata 'wó
 
m'a keda so
 
maner' un mata
 
ku su raiz
 
kobá, ranká
 
ta seka
 
warda morto
 
 
 
Den mi kabei
 
para preto
 
di ultratumba
 
a sinta traha neshi
 
pa nan fika
 
 
 
Dje yobida di antaño
 
ay, un keda ni un gota
 
pa alivia e gran sekura
 
den mi alma
 
 
 
Ata 'wó
 
e mata skur y seku
 
ku ta mi mes
 
ta persiguimi
 
henter dia
 
y den mi soño
 
para preto
 
ku nan gritonan
 
salvahe
 
ta koba, ranka, piki
 
den dje tiki
 
ku a resta
 
di mu kurazon
 
kibrá...
[p. 185]
Droogte
 
Kijk, hier sta ik dan,
 
alleen,
 
als een plant
 
met uitgegraven, uitgetrokken
 
wortels
 
uit te drogen,
 
wachtend op de dood.
 
 
 
In mijn haren
 
hebben zwarte vogels
 
van gene zijde van het graf
 
zich een nest gebouwd
 
om te overnachten.
 
 
 
Van de regen van weleer,
 
ach, daarvan rest geen druppel
 
om de grote droogte
 
in mijn ziel te lessen.
 
 
 
Kijk, hier sta ik dan:
 
die donkere, dorre plant
 
die ik zelf ben
 
vervolgt mij
 
de hele dag door,
 
en in mijn dromen
 
graven, trekken, plukken
 
zwarte vogels
 
met hun woeste kreten
 
in dat kleine beetje,
 
dat nog is gebleven
 
van mijn gebroken
 
hart...
 
 
 
[Vertaling D.M. van Schendel-Labega]
[p. 186]
Rekuerdo
 
Mi ta korda tempu di aña
 
ku solo su sombra djatardi ta largu
 
i souchinan ta bula pasa
 
desesperá
 
kasi raska tera
 
buskando kiko
 
Djo sa
 
 
 
Mi ta korda tempu di aña
 
ku Kuaresma ta den
 
i mucha bon mucha
 
n' ta kome ni un mangel
 
ni un snup
 
i biento ta supla
 
manera chapara
 
riba lomba di tur mata ku tin
 
 
 
Mi ta korda tempu di aña
 
ku awa ta yobe
 
enbes di bai skol
 
nos ta para b'ei het sapatiá
 
Ranchero kañá
 
ta bringa ku otro
 
pa djis despues hasi bon
 
tumando mas beter ainda
 
bashando kansion
 
na Spañó
 
 
 
Mi ta korda tempu di aña
 
ku kosecha ta den
 
nan buriku mará
 
na porta di tienda
[p. 187]
Herinnering
 
Ik herinner mij de tijd van het jaar
 
wanneer de middagschaduw van de zon lang is
 
en zwaluwen voorbijvliegen,
 
wanhopig,
 
bijna de grond rakend,
 
zoekend naar
 
God weet wat.
 
 
 
Ik herinner mij de tijd van het jaar
 
wanneer het Vasten is
 
en lieve kinderen
 
geen zuurtje
 
of snoepje eten
 
en de wind
 
als een gesel waait
 
over de ruggen van alle planten die er zijn.
 
 
 
Ik herinner mij de tijd van het jaar
 
wanneer het regent,
 
in plaats van naar school te gaan
 
staan wij onder de dakgoot te trappelen,
 
aangeschoten Rancho-bewoners
 
vechten met elkaar,
 
om het eventjes later weer goed te maken,
 
terwijl zij dan nog meer borrels nemende
 
liedjes in het Spaans
 
staan uit te kramen.
 
 
 
Ik herinner mij de tijd van het jaar
 
wanneer de oogst binnen is.
 
Met hun ezels vastgebonden
 
aan de poort van het winkeltje
[p. 188]
 
komadernan di Tanki Lender
 
i di Nòrt
 
ta ofrese pampuna
 
bonchi ku pinda
 
i maíshi di rabu
 
pa traha pan batí
 
riba kasuela
 
na fogón
 
 
 
Mi ta korda tempu di aña
 
ku tin alabansa pa Mama Maria
 
ainda mi boka ta purba
 
aroma di sensia
 
i mi ta sinti
 
kon bas di e orgel
 
ta lora, ta bini
 
te boltu
 
nèt den mi pechu
 
 
 
Mi ta korda tempu
 
ku aña t'ei kaba
 
i Marichi, mi wela
 
ta trese foi tienda
 
ròl di sèn pretu
 
i bòter di ròm
 
pa gradisi mei anochi
 
dandé
 
pa kantika bunita
 
i tur bon deseo
 
 
 
Mi ta korda...
 
Te dia ku sombra di solo
 
di mi bida
 
ta largu
 
lo mi sigui korda
[p. 189]
 
bieden de commères van Tanki Leendert
 
en van Noort
 
boontjes en
 
pinda's te koop
 
maïs aan de stengel
 
om broodjes van te maken
 
op de braadplaat
 
in de oven.
 
 
 
Ik herinner mij de tijd van het jaar
 
wanneer er lof wordt gezongen voor Moeder Maria.
 
Nog proeft mijn mond
 
de geur van wierook
 
en voel ik
 
hoe de bas van het orgel
 
weergalmt en dan precies
 
tegen mijn borst terecht komt
 
en zelfs weerkaatst.
 
 
 
Ik herinner mij de tijd
 
wanneer het jaar teneinde loopt
 
en Marichi, mijn grootmoeder,
 
vanuit de winkel
 
rollen munten van een cent meeneemt
 
en flessen rum
 
om te middernacht
 
de dandézangers te bedanken
 
voor de mooie liedjes
 
en alle goede wensen.
 
 
 
Ik herinner mij...
 
Tot aan de dag dat de schaduw
 
van mijn levenszon
 
lang is,
 
zal ik blijvend de herinnering koesteren
[p. 190]
 
tur tempu di aña
 
di 'Ruba!
 
 
 
Pa Shon Kita Scholten (r.i.p.)
 
bondad en pasta
[p. 191]
 
aan alle jaargetijden
 
van Aruba.
 
 
 
Opgedragen aan Mevrouw Kita Scholten (r.i.p.),
 
de goedheid zelve.
 
 
 
[Vertaling: D.M. van Schendel-Labega]
[p. 192]
Destino
 
Den añanan di flor
 
m'a soña ku bo
 
hòmber pretu
 
orguyoso
 
sin bèrguensa
 
pa bo mes koló,
 
sin doló
 
di sklabitut
 
ta huña
 
den bo pechu mas
 
 
 
Fo'i bo forsa
 
i bo fé
 
lo m'a saka
 
inspirashon
 
pa bira
 
mes muhé
 
ku Mama Afrika
 
 
 
Den añanan di flor
 
m'a warda riba bo
 
ku makutu yen
 
di mango
 
ku tamarein
 
 
 
Awó, katuna
 
a kuminsa
 
ta tapa mi kabes,
 
ilushonnan kasi tur
 
ta derá
 
 
 
[Lees verder op de volgende even pagina]
[p. 193]
Noodlot
 
In mijn jaren van bloei
 
heb ik van je gedroomd
 
trotse
 
zwarte man,
 
zonder schaamte
 
voor je eigen huidkleur
 
zonder de pijn
 
van de slavernij
 
nog als wonde
 
in je borst.
 
 
 
Uit je kracht
 
en je geloof
 
zou ik inspiratie
 
hebben geput
 
om evenzeer
 
vrouw te worden
 
als Moeder Afrika.
 
 
 
In mijn jaren van bloei
 
heb ik op je gewacht
 
met manden vol
 
mango's
 
en tamarindes.
 
 
 
Nu mijn haar
 
begint te lijken
 
op wit katoen,
 
zijn mijn illusies
 
bijna alle begraven.
 
 
 
[Lees verder op de volgende oneven pagina]
[p. 194]
 
Ma kisas
 
aki un shen añ'asina
 
nos spiritu
 
lo por topa 'nochi
 
bou di un pal'i indju
 
den un sabana grandi
 
luna kla
 
 
 
Kisas kaminda
 
sanger di katibu
 
a yeg'i drama
 
nos lo tene man
 
i logra na penetra
 
e pakiko
 
di nos destino
 
separá
[p. 195]
 
Maar mogelijk
 
over zo'n honderd jaar
 
zullen onze zielen
 
elkaar in de nacht ontmoeten
 
onder een indju boom
 
in een groot open veld
 
bij helder maanlicht.
 
 
 
Mogelijk zullen wij daar
 
op de plek waar eens
 
slavenbloed werd vergoten,
 
hand in hand staan
 
en zullen wij erin slagen
 
een verklaring te vinden
 
voor het waarom
 
van onze levensbestemming,
 
gescheiden van elkaar.
 
 
 
[Vertaling: D.M. van Schendel-Labega]
[p. 196]
Bos di sanger
 
Den mi soño
 
spiritu di mi wela
 
ta supla den mi orea:
 
‘Bo sanger ta mas diki
5
ku di tur...’
 
i den anochi skur
 
mi ta hañami ta karga
 
fligí ku un soledat intenso
 
e Tumba inmenso
10
di tur mi antepasadonan
 
 
 
Bos di sanger
 
papia kla
 
Ki tur e kosnan aki
 
ta nifika?
15
Boso tin pa mi
 
un tarea
 
un mishón wardá?
 
 
 
T'ami ta Eslabon
 
ku mesté sigui uni
20
Generashon?
 
 
 
T'ami tin di mantene
 
un Tradishon
 
k'a origina
 
den selvanan di Afrika
25
o nasí foi den mondongo
 
di sabana
 
na Bushiribana?
 
 
 
[Lees verder op de volgende even pagina]
[p. 197]
Stem van het bloed
 
In mijn droom
 
fluistert de geest
 
van mijn grootmoeder in mijn oor:
 
‘Jouw bloed is dikker
 
dan dat van de rest...’
 
en in de donkere nacht
 
voel ik mij bedolven,
 
triest, onder onmetelijke eenzaamheid,
 
het enorme Graf
 
van al mijn voorouders.
 
 
 
Stem van het bloed,
 
spreek toch duidelijk.
 
Wat heeft dit alles
 
te betekenen?
 
Hebben jullie voor mij
 
een taak, een opdracht,
 
in de schoot?
 
 
 
Ben ik soms de schakel
 
die de geslachten
 
moet verbinden?
 
 
 
Moet ik soms
 
voortzetten
 
wat begonnen is
 
in de wouden van zwart Afrika
 
of is ontsproten aan het intieme
 
van de savanne
 
van Bushiribana?
 
 
 
[Lees verder op de volgende oneven pagina]
[p. 198]
 
Ta mi sanger Alemán
 
ta yora
30
morto di mi ruman
 
o ta e indomitabel Israel
 
den mi
 
ta kanta melodía
 
di David?
 
 
35
Bos di sanger,
 
papia kla
 
Mi n' ta dotá
 
ku profundidat
 
pa interpretá
40
parábola
 
 
 
Sinembargo,
 
den tur sinseridat
 
me ke kumpli
 
ku bo enkargo
 
 
45
Bos di sanger,
 
papia!
 
Papia kla!
[p. 199]
 
Is het mijn Duits bloed
 
dat thans weent
 
om de dood van mijn broer
 
of is het ontembaar Israel
 
in mij
 
dat het lied van David
 
zingt?
 
 
 
Stem van mijn bloed,
 
spreek toch duidelijk
 
Ik ben niet begiftigd
 
met diepgang
 
om parabelen
 
te kunnen verklaren.
 
 
 
Niettemin,
 
wil ik
 
in alle oprechtheid
 
je opdracht volbrengen.
 
 
 
Stem van mijn bloed,
 
spreek!
 
Spreek toch duidelijk!
 
 
 
[Vertaling: Luis H. Daal]
[p. 200]
Tètèchi
 
Tètèchi,
 
mi yayachi1
 
alma noble
 
k'a guiami,
5
mi tin
 
gan'i haña
 
sa
 
den bo
 
simpleza
10
ki te kos
 
k'a inspirabo
 
na duna
 
tanto
 
di bo mes.
 
 
15
Tètèchi,
 
mi yayachi,
 
mama pretu
 
k'a stimami
 
bo amor
20
ta retorná,
 
tende?
[p. 201]
Tètèchi
 
Tètèchi,
 
mijn yayachi,
 
edele ziel
 
die mij leidde,
 
ik zou
 
willen
 
weten
 
wat jou
 
in je eenvoud
 
heeft bewogen
 
zoveel
 
te geven
 
van jezelf.
 
 
 
Tètèchi,
 
mijn yayachi,
 
zwarte moeder
 
die mij liefhad,
 
je liefde
 
vloeit naar je terug
 
hoor je?
 
 
 
[Vertaling: Igma M.G. van Putte-De Windt]
[p. 202]

De schrijfster vraagt zich in bos di sanger, ‘Stem van het bloed’ af, welke opdracht de voorouders voor haar hebben. Dit thema werkt zij uit in twee onderdelen, de droom in de eerste strofe en de aanroeping in de rest van het gedicht.

De dichteres beziet het leven door de bril van de dood, het heden door die van het verleden, de werkelijkheid door die van de droom. Het motief, de invloed en terugkeer van het verleden, komt het sterkst naar voren waar de elegicus spreekt in de regels zes tot en met elf. Het fraaie effect hiervan gaat teniet door de storende clichés ‘anochi skur’, ‘donkere nacht’ en ‘soledat intenso’, ‘onmetelijke eenzaamheid’. Ook de puntjes achter ‘tur’ in regel vijf zijn storend.

De aanroeping

In het tweede onderdeel personifieert de dichteres de stem van het bloed, wat meer effect sorteert. Ook probeert zij in de derde strofe extra nadruk te leggen op de woorden ‘Eslabon’ en ‘Generashon’ door Schakel en Geslachten met een hoofdletter te schrijven. Dit geldt ook voor ‘Tradishon’ in de strofe daarop. Geslachten en traditie staan centraal in de cultuur van een volk. Ecury ziet de consequenties daarvan voor zichzelf onder ogen. Dit is de boodschap van ‘Bos di sanger’.

De stem in de elfde versregel symboliseert de voorvaderen. Dit bekrachtigt de dichteres in de regels vijftien tot en met achttien, waarin de tegenstelling tussen talloze doden, jullie, en één levende, haarzelf. Vreemd genoeg hanteert zij in regel 15 ‘boso’, ‘jullie’ en in regel 44 ‘bo’, ‘je’ voor wat de stem van het bloed bij haar oproept.

De aanroeping slaat in de strofen vier en vijf op de geografische oorsprong van de traditie. Ecury vraagt zich af waar haar wortels liggen. Zij benadert dit proces van bewustwording vanuit haar eigen persoon, los van de maatschappij, maar niet los van haar familie voor wie ze wellicht een taak heeft. Overigens voegt de vertaler met ‘zwart Afrika’ in regel 24 nog een cliché toe.

De regels 28 tot en met 30 bevatten een toespeling op gebeurtenissen uit de geschiedenis, de Tweede Wereldoorlog. Waarschijnlijk denkt de dichteres daarbij aan de in Nederland gefusilleerde verzetsstrijder Segundo Jorge Adelberto Ecury, die van Arubaanse afkomst was.

Het boeiende van dit gedicht zit in de vele erflijnen. Ecury is waarschijnlijk iemand, die veel tegenstrijdigheden in zichzelf voelt. Ze blijkt nogal onzeker. Er zit ook het ongeduld in van iemand, die een rol wil hebben, maar niet weet welke (r 16 t/m 23). De schrijfster voelt zich onbevredigd,

[p. 203]

wat blijkt uit de vragen, die telkens gesteld worden. Er zit ook iets in van tekort schieten, niet verder kunnen. Ze heeft een opdracht, die ze niet begrijpt (r 38 t/m 41).

 

Het gedicht tètèchi is ontleend aan de bundel Tres rosea. Samen met de gedichten ‘Frèn’, ‘Karidat’ en ‘Pai su yu’ past Tètèchi goed in de sfeer van het nadien uitgekomen ‘Bos di sanger’. Frèn is een meisjesnaam. De beide andere titels zijn te vertalen met liefdadigheid en pappie's kind. In Tres rosea beschrijft Ecury voorvallen uit het dagelijks leven rond de familiekring. Ze belicht soms op indringende wijze het contact met medemensen.

Een kindermeisje als onderwerp van een gedicht vraagt om eenvoud in overeenstemming met de sfeer van het gedicht. ‘Tètèchi’ bevat korte regels, simpele woorden, herhalingen en weinig adjectieven. Het thema is universeel; het ontvangen en geven van liefde.

De beeldspraak ‘alma noble’ in regel 3 kan bogen op een zekere traditie en is om die reden weinig origineel, alhoewel het woord ‘ziel’ in dit gedicht essentieel is. De liefde van het kindermeisje fungeert als voedsel voor de ziel van de dichteres. In de regel 16 en 17 spreekt Ecury van de zwarte moeder in tegenstelling tot de echte blanke moeder.

In de regels 3, 4, 17 en 18 komt het edele en liefdevolle van de zwarte moeder naar voren. In dit gedicht spreekt Ecury over een liefde, die over de grens van de dood heengaat, een sterke vorm van liefde. Tètèchi moet wel zijn overleden, want anders zou je haar gewoon opzoeken. Bovendien gebruikt de dichteres in genoemde regels de verleden tijd.

Ook Henry Habibe noemt zijn kindermeisje in het gedicht ‘Papia Patua?’, dat eveneens in dit boek is opgenomen. Zijn thema is echter niet het eenvoudige kindermeisje. Het woord ‘patua’ in de Papiamentstalige titel is een vertaling van het Franstalige ‘patois’, dat dialect betekent. Habibe wil het ‘dushi papiamentu’ niet gelijkschakelen met plat praten maar met een volwaardige taal. Ook bij deze dichter is er een proces van bewustwording van ‘mi lenga su lombrishi’, ‘de navelstreng van mijn taal’. ‘Papia Patua?’ is meer georiënteerd op het volk, waarvan de taal gemeengoed is. Qua vorm is Henry's gedicht gecompliceerder dan ‘Tètèchi’, zie bijvoorbeeld de uitvoerig uitgewerkte metafoor over de roos.

Nydia Ecury wil ook liefde aan het kindermeisje geven. Dat werpt een aardig, persoonlijk licht op de dichteres. Hier blijkt de grote rol van het kindermeisje in haar opvoeding. Dit maakt de parallel met Habibe duidelijk. Het gaat niet alleen om het kindermeisje, maar op bedekte wijze ook over de taal. De regels drie en vier (Alma noble/k'a guiami) duiden erop dat er

[p. 204]

Papiaments gesproken werd, omdat anders de dichteres zich nooit door het kindermeisje had kunnen laten leiden. Het woord ziel slaat ook op de taal als ziel van het volk. De yaya brengt iets van de ziel van het volk mee. Dát is de diepere thematiek van het gedicht.

[p. 205]

3. Ireno Ricardo Kock

De dichter ireno ricardo kock werd 20 oktober 1948 op Aruba geboren. Zijn gedichten gaan over de natuur, de mens en de schepper. Hij behoort tot de Arubaanse talenten van de jaren zeventig, die mede hun stempel hebben gedrukt op het Papiamentstalige culturele tijdschrift Brindis.

[p. 206]
Esey ta mi isla
 
Palo di divi-divi, ku ta