[p. 13]
Aan die van Havere toen zij vergaten dat ook Vlaanderen in België lag.
Wij houden van trukken noch tirelantijnen,
Heeren van Havere, weet het goed!
Wij zijn Germanen, geen Latijnen,
Opene harten, zuiver bloed!
Heb ik geen recht, ik heb geen land;
Heb ik geen brood, ik heb geen schand;
Vlaanderen, Vlaanderen, met hand en tand
Sta ik recht voor u,
Vecht voor u!
Geen bondgenoot, geen band in 't Zuiden!
Havere, Havere,'t zal niet gaan
Dat gij het Noorden uit zult luiden
Om aan onze erve hand te slaan!
Heb ik geen recht, ik heb geen land;
Heb ik geen brood, ik heb geen schand;
Vlaanderen, Vlaanderen, met hand en tand
Sta ik recht voor u,
Vecht voor u!
[p. 14]
Zoo gij de meerderen doemt tot minderen,
Zoo gij het brood uit hun monden rooft,
Wijl gij het bloed eischt van hun kinderen,
Kome dit bloed niet over uw hoofd! . . . .
Heb ik geen recht, ik heb geen land;
Heb ik geen brood, ik heb geen schand;
Vlaanderen, Vlaanderen, met hand en tand
Sta ik recht voor u,
Vecht voor u!
Weet de Koning, ònze Koning,
Dat men zijn Volk tot slaven drilt?
Vlaanderen wordt onz' eigen woning
Of de Leeuw springt uit zijn schild!
Heb ik geen recht, ik heb geen land;
Heb ik geen brood, ik heb geen schand;
Vlaanderen, Vlaanderen, met hand en tand
Sta ik recht voor u,
Vecht voor u!