terug  begin  verderprepost
[p. 18]

Kerstverlangen.

 
Hoe zacht der klokken klagen
 
Uitzindrend op mijn hert!
 
Het sneeuwt op donkre smert.
 
En vromen hoor ik vragen,
 
Terwijl de dag komt dagen,
 
Wat groots geboren werd.
 
 
 
Gebogen menschen rijzen
 
En zien elkander aan.
 
Voorbij de bloedige waan!
 
De volkren zijn te prijzen
 
Waar Koningen en Wijzen
 
Langs witte wegen gaan.
[p. 19]
 
O gij, die recht en rede
 
Begeert, genoeg gedwaald.
 
De zoen des hemels daalt.
 
Verheugt u telkerstede:
 
Geboren is de Vrede,
 
Die godlijk ademhaalt.
prepostterug  begin  verder