terug  begin  verderprepost
[p. 24]

Als deez' tijden groot.

 
O nacht van dagen waar, tot onderling verderven,
 
Zich rampgenoot in angst vastklampt aan rampgenoot,
 
Waar moord tot moorden dwingt en eedle volkren zwerven
 
Van hongersnood in vuur, van vuur in hongersnood!
 
 
 
Wat heb ik, voor die hoos van driften, menigwerven
 
Op éénen naam gehoopt die als deez' tijden groot:
 
Shakespeare! Mocht dan, kon dan de schoonste wereld sterven
 
Terwijl, ten derden male, een eeuw rouwt om uw dood?
 
 
 
Uw somberst scheppen toont noodlottigheid, geen schuldigen,
 
Het mensch'lijke en uw hart zijn diep gelijk de zee;
 
Bij storm slaan leed op leed in zwaar vermenigvuldigen.
 
 
 
Een Storm hebt gij gekeerd tot wonderklaren vree.
 
Straal, zongelijk, uw glans door 't wolkig wereldwee,
 
Zoodat ook Goethe's kroost Uw zuivre kracht moog huldigen.
prepostterug  begin  verder