terug  begin  verderprepost
[p. 47]

Danklied.

 
Van alles, Heer, wat uit Uw handen
 
Is vrijheid niet de hoogste gunst.
 
Ik dank U diepst om mijne banden,
 
Om Vrouw en Kroost, om Volk en Kunst.
 
 
 
Wie mij die banden heeft gegeven
 
Gaf vasten vorm aan los gevoel.
 
Ik dank U, Hemel, niet om 't leven,
 
Ik dank U om des levens doel.
 
 
 
Zoo mogen lust noch leed me leiden,
 
Maar plicht, die kracht naar last verleent,
 
Wanneer een korte dag moet scheiden
 
Wat macht van jaren hield vereend.
 
 
 
Daar is een weg die klimt door laster;
 
Daar is een weg die daalt door roem.
 
Soms echter, langs den doorn, verrast er
 
Den moeden man, een bloem.
prepostterug  begin  verder