[p. 49]
De zware dagen.
Hoe vlug, hoe vlug, hoe vlug,
gaan de zware dagen,
met ons strijden, lijden, klagen...
Wie kan leggen op een wagen
wat die donkere dragers dragen
op hun rug?
Dood noch rouw en doen vertragen.
Niemand wenscht hun komst terug.
Ach, Goddank, dat zware dagen
gaan zoo vlug.