[p. 53]
Nieuwe mei.
Een Mei gaat open uit mijn hart,
de bloei der blijdschap na de smart;
en heerlijk kleurt de zonnegloed
daarin mijn bloed.
Mijn nieuwe Mei, zoo frisch en vroom!
De nachtegaal zit op den boom,
stort goud en paarlen op den vliet
van oud verdriet.
Zijn galmkruin is de roode beuk.
Daar lokt hij, overwelmd van reuk
geruisch en licht, met hel gefluit
een antwoord uit.