[p. 56]
Avondlied.
't Dumstert en de landman gaat,
Met den avond in 't gelaat,
Vrouw en kind traag tegemoet.
Navond, navond,
Vredigen avond;
De avond maakt de menschen goed.
Mij, die zonder reisgezel,
Haastig, driftig, verder snel,
Ach, hoe hartlijk klinkt hun groet,
Navond, navond,
Vredigen avond;
De avond maakt de menschen goed.
[p. 57]
Eens is alle leed geleên,
Alle strijd ten eind gestreên.
Rust bekomt het hardst gemoed.
Navond, navond,
Vredigen avond;
De avond maakt de menschen goed.