Da Costa's lezing in de Hollandsche Maatschappij. - De Lamartine. - Kennismaking met Da Costa.
Thans begint in zooverre een nieuw tijdperk in het leven van de Clercq als zijne kennismaking met Da Costa nadert.
‘In de Maatschappij van Hollandsche Letterkunde leerde ik Da Costa kennen. Hij las eene ode, die wild was, doch waarin men hier en daar den voedsterling van Bilderdijk herkende. Doch dit genie kan de schaaf nog wel velen.’ (2 Jan.)
‘Twee zeer genoegelijke bijeenkomsten had ik bij Hartsen en Pauly en leerde daar met recht veel genoegen den jongen Da Costa kennen, den voedsterzoon van Bilderdijk, die veel genie en vooral de groote kracht van geest heeft om voor zijne gevoelens uit te komen. Ik hoorde van hem en de Maatschappij een sierlijk stuk over de bestemming
des dichters, waarin eene uitmuntende episode over Tasso en Petrarca.’
En gelijktijdig hiermede, benijdenswaardig samentreffen:
Door een gelukkig toeval geraakte ik dezer dagen in kennis met de werken van een nieuwen franschen dichter, Alphonse de Lamartine. Zijne heerlijke lierzangen slepen ons mede. Wij lezen ze met verrukking, leeren ze van buiten en deze schijnbaar onbeduidende omstandigheid deelt nu weder aan mijn geheele leven eene letterkundige richting mede, doet mij datgene oproepen, hetwelk ik vroeger verachtend verwierp, en deze richting is mij een bron van onophoudelijk genoegen, en troost mijne eigenliefde die niet alleen eene gevoelige wonde heeft bekomen, maar haar tooverbeeld geheel heeft zien verdwijnen, en uit den streelendsten slaap is ontwaakt.
Een heerlijke avond. Reeds lang had ik gewenscht Da Costa, dien ik nog slechts in eenige kringen gezien had, nader te leeren kennen. Ik gaf hem deze begeerte te verstaan, en nu kwam hij op een recht genoegelijken avond bij mij. Hij is wezenlijk dichter, vol vuur, vol gevoel; wij doorliepen de schoonste stukken van verschillende letterkunde. Spanje, Italië, Portugal, alles had zijn beurt. Hij is eenvoudig, zonder pedanterie, en was veel beminnelijker dan toen hij in de vergadering bij Pauly op Hartsen aangehitst werd om den adeldom of de denkbeelden der ultra's te verdedigen. Hij begrijpt juist wat het improviseeren is, en was de eerste, die mij den raad gaf: of improviseer niet meer, of schrijf geene verzen meer. Het eene kan niet met het ander gaan, en dan is het eerste, wijl het zeldzamer is te verkiezen, omdat dan de wereld voor u open ligt en gij geen enkel denkbeeld, dat als gij schrijft buiten uw plan zou vallen, behoeft te laten ontsnappen. - Alle dichters moesten eigenlijk improvisato
ren zijn. Hij verzocht mij zelfs nog eens voor hem te improviseeren, hetgeen zijne goedkeuring wegdroeg. Wij spraken over zijne vorming, over Bilderdijk, over zooveel schoons en groots.1
De Clercq had het thans dubbel noodig, daar hij als handelsman de moeilijkste dagen doorleefde.
J'eus une soirée charmante chez le bon oncle de Vos avec van 's Gravenweert et Da Costa...........
Da Costa a encore une imagination fraiche et facile. C'est l'homme qui de tous ceux que j'ai vus m'a realisé le plus l'idée d'un homme de génie. Nous eûmes vraiment un souper attique.
Men zou bijna kunnen zeggen, dat om Da Costa het leven de Clercq zich nu voortaan voor een goed deel beweegt.