A. |
|
| Aan het Volk van Nederland, inhoud van dit pamflet, I, 259-262. | |
| Aanhouding der Prinses, III, 225-226. | |
| Aanhoudingen der Engelschen: in 1739 en volgende jaren: I, 34-36; in 1756 en volgende jaren, 55 vv.; in 1778 en volgende jaren, 133 vv.; aanhouding van Van Bylandt, 166; van de papieren van Laurens, 181. | |
| Abbema (Mr. Balthazar Elias), chef van een handelshuis en vroedschap te Amsterdam, wordt door den Prins uit de schepenbank geweerd, I, 146; partijganger van Van Berckel, 201; medeoprichter van het patriotsche regentenverbond, 275; - verwelkomt Bouillé te Amsterdam, III, 15; twist met Ondaatje te Utrecht, 113; patroniseert de Vaderlandsche Societeit te Amsterdam 123; voorgedragen tot lid der commissie voor den volksinvloed, 168; heeft veel bezwaren tegen de remotie, 173, 178; harde voorwaarden aan Straalman, 196; vindt bezwaar in de bemiddeling van Frankrijk, 216; weigert den Rijngraaf binnen te laten in Amsterdam, 280; wordt naar Brunswijk afgevaardigd, 283; vlucht naar Parijs, 288, wordt compagnon in een bankiershuis aldaar, 297 noot. | |
| Achten (Goede Luiden van) te Dordt, I, 280. | |
| Achtenveertigers, uitgesloten van de conventie te Amsterdam, I, 24, 27; - Straalman een achtenveertiger, III, 195. | |
| Acte van Consulentschap, I, 80-81; door den Prins overgelegd aan de Staten-Generaal, 346. | |
| Acten van Verbintenis: van de vrijcorpsen I, 279; II, 226; - van de patriotsche regenten I, 277; II, 254; - van de prinsgezinde regenten, III, 116-117; de laatste slaagt alleen in Zeeland, 118, 155. | |
| Adams (John), verzoekt toelating als vertegenwoordiger van het amerikaansche Congres, I, 226; toegelaten, 228. | |
| Adel, II, 229; zijn positie in Gelderland, I, 75; II, 232. | |
| Admiraal-Generaal, instructie voor den -, III, 134. | |
| Admiraliteiten. - Hun geldnood, I, 88; die van Amsterdam vernietigt het recommandatierecht van de Admiraal-Generaal, II, 77. | |
| Affry (graaf d'); zijn instructie, I, 48; zijn onderhandelingen met de steden van Holland, 56. | |
| Aflossingen van de staatsschuld van Holland, I, 87; bestreden door Van Bleiswijk, 103. | |
| Alewijn (Mr. Frederik), vroedschap | |
| te Amsterdam, geremoveerd III, 182. |
| Algiers (rooverijen van), I, 91. |
| Alkmaar, ontneemt den Prins de electie, I, 273; blijft in September 1787 geruimen tijd patriotsch, III, 283. |
| Alliantiën, met Engeland vóór 1781: I, 31. - Met Frankrijk in 1785: I, 277-278; 352-354; II, 57, 59. - Met Engeland en Pruisen in 1788, III, 300. |
| Alvensleben, opvolger van Thulemeyer, III, 302. |
| Amerika (Noord-), belangstelling voor, I, 114; handel op, 327. |
| Amersfoort, inlegering van krijgsvolk, II, 123, 212-213; - Staten van Utrecht wijken naar -, III, 77; Willem V te -, 211; belangrijke conferentie te - op 22 Juni 1787, blzz. 221-222. |
| Amnestie in 1788 verleend, III, 296-297. |
| Amstelveen, aanval der Pruisen op -, III, 285. |
| Amsterdam, feestmaal aldaar op 26 April 1783, I, 274. |
| Amsterdam, geldmarkt van -, I, 86. |
| Amsterdam, handel van -, klachten over verval, III, 119, 207 noot. |
| Amsterdam, regeering van -, verzet door Willem IV in 1748, I, 23; de nieuwe regeering staat Willem IV de recommandatie af voor twee burgemeesters- en twee schepensplaatsen, 24; komt hierop terug, 24; komt in verzet tegen de Gouvernante, 47; tijdelijke gemeenschap van belangen met den hertog van Brunswijk, 66, 83; komt in verzet tegen Brunswijk en Willem V, 103, 105; tracht der Republiek een voordeelig handelsverdrag te verzekeren met de Vereenigde Staten, 131-132; geheime onderhandelingen met den franschen gezant, 137; optreden tegen Brunswijk, 198 vv.; voorstel van 18 Mei 1781 om den Prins gedurende den oorlog een raad toe te voegen, 203; maakt haar memorie van klachten tegen Brunswijk openbaar, 205; voorstel van 17 Augustus 1782 dat de gezanten der Republiek om herstel van het handelsverdrag van 1739 met Frankrijk zullen verzoeken, 236; de aanneming van dit voorstel door Van Bleiswijk verijdeld, 249; laat zich krachtig uit tegen het pamflet ‘Aan het Volk van Nederland’, 262; toont weinig ijver voor de fransche alliantie, 355; - ontraadt een bezoek van den Prins en de Prinses aan Amsterdam in 1785, II, 122; besluit 9 Maart 1786 met 21 stemmen tegen 15 tot teruggave van het haagsche commando, 164; - wil maatregelen genomen zien tegen de vrijcorpsen en tegen de vrijheid van drukpers, III, 73-74; weigert medewerking tot een gunstige ontvangst der engelsche memorie van 5 Juli 1786, blz. 75; werkt mede tot de Septemberbesluiten van Holland in 1786, op voorwaarde dat de Rijngraaf van Salm geen bevelhebber over het cordon wordt, 90; voorstel van 25 October 1786 tot onderzoek naar de grenzen der uitvoerende macht, 119; listen op 30 Januari en 15 Februari 1787, blz. 151; toeleg tot afdanking van Salms legioen, 153; list op 30 Maart 1787, blz. 169; remotie, 182; schorst Willem V als Stadhouder, 190; stelt een Commissie van Defensie voor, 211; voorstel tot inroeping der bemiddeling van Frankrijk, 217; is tegen het door Frankrijk voorgeschreven antwoord op Thulemeyer's tweede memorie, 250; stelt voor de Staten van Holland naar Amsterdam te verleggen, 268; vraagt Frankrijk om hulp, 273; doet een bezending aan den hertog van Brunswijk, 283; aan de Prinses, 284; stemt in alle eischen der oranjepartij toe, 287; capituleert, 287; verandering der regeering door commissarissen van Willem V, 294. |
| Amsterdam, schutterij van -, haar beteekenis I, 20-21; - wordt een werktuig in handen der patriotsche partij III, 150; de patriotten ontschutterd, 288. |
| Anna (Prinses), gemalin van Willem IV en na diens dood Gouvernante, steunt niet op een georganiseerde partij, I, 37-38; voorstellen tot versterking van leger en vloot, 59-61; verwijdert drie geëligeerden uit de Staten van Utrecht, II, 191; haar dood I, 61. |
| Anspach, troepen overgenomen van -, III, 292. |
| Antillen (fransche), vaart op de -, I, 60; verboden door de Staten-Generaal, 63. |
| Antwerpen, verzoekt Jozef II om opening der Schelde, I, 210-211; brengt geld bijeen voor den indischen handel, I, 218; III, 16; vrees te Amsterdam voor haar mededinging I, 327; II, 17. |
| Appingadam, aanval op de patriotten te -, III. 278. |
| Arends (boekverkooper), III, 205. |
| Aristocratic, heeft langen tijd onze steden goed bestuurd, I, 17; ontaardt, I, 19. |
| Aristoteles (leer van), over de aanwezigheid van monarchie, aristocratie en democratie in den idealen staat, I, 188. |
| Arnhem, patriotisme te - bedwongen, II, 233; ongeregeldheden te -, III 228. |
| Arros (baron d'), II, 97. |
| Asch van Wijck (Mr. H. van), raad te Utrecht, II, 197. |
| Athlone (Frederik Christiaan Reinhard baron van Reede van), hoofdofficier te Utrecht, II, 209, 215; leider der ridderschap in de Amersfoortsche Staten, III, 111, 188. |
| Attente (l'), vaartuig voor Vlissingen aangehouden II, 18. |
| Aubespine (markies d'), neef van Maillebois, II, 89, 92. |
| Auxiliaren te Utrecht III, 87. |
| Avaux (graaf d'), fransch gezant bij de Republiek, model voor d'Affry, I, 56, en Vanguyon, I, 145. |
| Averhoult (Jan Anthony d') III,188-189, 212, 213, 282. |
| Aylva (Sicco Douwe van), grietman van Westdongeradeel, II, 240. |
B. |
|
| Back (de), secretaris van Willem IV, I, 27. | |
| Backer (Mr. Willem), III, 186, 294. | |
| Backer (Mr. Willem Cornelis), III, 186, 205, 287. | |
| Barrière, valt in 1744, I, 35; opgeheven door Jozef II, I, 218. | |
| Barrièretractaat, I, 95. | |
| Barthélemy, 273. | |
| Bastert, kapitein der amsterdamsche schutterij, III, 180. | |
| Batavia, ongezondheid van -, III, 9; toelating van een fransch agent te Batavia geweigerd, 50. | |
| Beaufort (Lieven de) over de ‘vrijheid’ I, 341. | |
| Beels (Mr. Marten Adriaan), burgemeester van Amsterdam, III, 150, 151; geremoveerd, 182, 186; zijn huis geplunderd, 205, treedt weder als burgemeester op, 287; wordt Gecommitteerde Raad voor Amsterdam, 294. | |
| Belgiojoso (graaf), gouverneur der Zuidelijke Nederlanden, niet franschgezind, I, 328; weigert zich uit te laten tegenover Vanguyon, II, 11. | |
| Bellamy, II, 194. | |
| Bellonet (de), III, 263, 264 | |
| Bengalen, weerloosheid onzer kantoren aldaar, III, 2-4; de Franschen hebben er weinig macht meer, III, 11. | |
| Bentinck (J. Charles), jonger broeder van Bentinck van Rhoon en een der directeuren van de haagsche oranjesocieteit, III, 72, 141 noot. | |
| Bentinck van Rhoon (Willem graaf), zoon van Portland, voornaam bewerker der hollandsche oranjerevolutie van 1747, I, 15; in vijandschap met Van Haren en De Back, I, 27; beveelt Willem IV vaste departementen aan van algemeen bestuur, 42, 203; laat zich uit tegen de Acte van Consulentschap, 81; sterft in 1774, blz. 140. | |
| Bentinck van Rhoon (Willem Gustaaf Frederik graaf) kleinzoon van den voorgaande, in 1785 beschreven in de ridderschap van Holland, III, 54; een der diricteuren van de oranjesocieteit in den Haag, 72; belegt het ‘kransje van de minderheid’, 140; reist Bicker na door het Noorderkwartier, 175; naar Amsterdam, 180; zijn uitvaren tegen Van Bleiswijk, 184; houdt het volk in toom op 18 September, 270; commissaris tot de regeeringsverandering in de steden van Holland, 293. | |
| Bentinck van Schoonheten (Volkier Rudolph baron), kolonel van het regiment Dundas, kwartiermeester-generaal van het leger; vertrouwd vriend van Harris, II, 154; III, 198, 207, 211, 223; vergezelt de Prinses op haar reis naar Holland, 225. | |
| Berbicc, genomen door Rodney, I, 191; teruggenomen door de Kersaint, 194. |
| Berckel (Mr. Engelbert François van), wordt in 1762 pensionaris van Amsterdam, I, 104; karakter, 106; bij een deel der amsterdamsche regeering gehaat, 106-108; in 1781 door Rendorp uit de Staten van Holland geweerd, doch in November 1782 door burgemeester Hooft hersteld, 200; doet een voorstel tot beperking van de macht van den Admiraal-Generaal, 270, 272; wordt gecommitteerd tot het onderzoek naar de oorzaken van de mislukking der expeditie naar Brest, 337; - geeft de voorkeur aan cen stadhouderschap van Willem V boven het regentschap der Prinses, II, 149; - lid van het personeel besogne van Holland tot de zaken der Oost-Indische Compagnie, III, 8; van het personeel besogne tot vervanging van den Kapitein-Generaal, 87; staat Goertz te woord, 126; verschijnt 16 September '87 niet meer in de Staten van Holland, 268; blijft na de omwenteling te Amsterdam wonen, 297 noot. |
| Berckel (Mr. Pieter Johan van), broeder van den voorgaande, eerste gezant der Republiek bij de Vereenigde Staten, I, 309. |
| Bere (A.J.C. de), II, 249 noot; - III, 279. |
| Bérenger, secretaris van legatie onder Vanguyon en het gezantschap waarnemende bij diens afwezigheid, 1, 112; heftiger dan Vanguyon, 268; - leidt Salm bij de pensionarissen in, II, 107; stelt Bouillé voor aan Willem V, III, 15. |
| Berg (ds.), III, 154. |
| Bergsma, familie, is meester van twee friesche grietenijen, II, 239. |
| Bergsma (Mr. Johannes Caspar), medestander van Beyma, II, 244; later diens vijand, 247. |
| Bernstorff (graaf), eerste minister in Denemarken, houdt eenige maanden het verbond van gewapende onzijdigheid tegen in 1781, I, 179. |
| Beverwijk, verlangt stem in de Staten, III, 155. |
| Beyma (Mr. Coert Lambertus van), roerig vijand van Willem V in Friesland, II. 239, 244; later aan het hoofd der friesche democraten, II, 246; III, 143; zijn twist met Bergsma, II, 247; zijn vlucht uit Franeker in September 1787, III, 278-279. |
| Bicker (Mr. Jan Bernd), vroedschap te Amsterdam, medestander van Van Berckel, I, 201; een der vaders van de patriotsche regentenvergadering, 275; - patroniseert de Vaderlandsche Societeit te Amsterdam, III, 123; tracht het Noorderkwartier om te zetten, 174; stelt voorwaarden aan Straalman, 196; wijkt uit naar Brussel, 288. |
| Bilderdijk, belastert den Hertog, I, 79, en de Prinses, III, 219; advocaat van Kaat Mossel II, 71. |
| Bilfinger, secretaris van Goertz, III, 100. |
| Bischoffswerder, III, 107, 239. |
| Bisdom (Mr. D.R. van Wijckerheld), fiscaal der admiraliteit van de Maas, lid van den in 1782 opgerichten geheimen raad van marine, I, 243; wordt Thesaurier-Generaal, 78; beklaagt zich over de afwezigheid van Willem V uit den Haag, 152; - tracht in Juni '87 als bemiddelaar tusschen de partijen op te treden, III, 208; wordt als Thesaurier-Generaal vervangen door François van der Hoop, 301. |
| Bleiswijk (Mr. Pieter van), pensionaris van Delft, steller der Acte van Consulentschap, I, 80; Raadpensionaris van Holland in 1772, blz. 103; tracht Brunswijk te verdringen, 122; dubbelhartige staatkunde ten opzichte der convooien, 135; werkt zich tegenover Vanguyon geheel vast, 149; wordt ‘patriot’, 167; zijn vervanging door Rendorp of François van der Hoop in den aanvang van 1782 overwogen, 224; neemt op zich de aanneming van het voorstel van Amsterdam van 17 Augustus 1782 te verhinderen, 236, en slaagt hierin, 249; voor vijf jaar gecontinueerd, 268; wordt een willoos werktuig van de driemannen, 351; - wil niet in functie blijven als de Prins weder in den Haag komt, II, 164; - geeft een conciliatoir aan de hand in zake de vermeerdering van het haagsche garnizoen, III, 153; tracht uit den Haag |
| te vluchten, 271; wordt niet herkozen, 302. |
| Blok (Mr. Bernardus), III, 5 noot. |
| Blok (Mr. Franciscus Gualtherus), III, 168, 187, 211, 289. |
| Boas, handlanger van Coetloury, III, 130. |
| Bocrs (Mr. Frederik Willem), eerste advocaat der Oost-Indische Compagnie, in 1781 met Van de Perre naar Parijs, 1, 194; III, 15-16; in briefwisseling met Rendorp, I, 301; gesprekken met Harris in 1785, III, 35; neemt Juni 1787 zijn ontslag, maar blijft consulent der oranjepartij in oost-indische zaken, III, 48. |
| Boetzelaer (Dirk baron van), heer van Kijfhoek, III, 270. |
| Boctzelaer (Gideon baron van), ontvanger des lands van Utrecht, III, 212, 295 noot. |
| Boctzelaer (Jacob Philip baron van), lid der ridderschap van Holland, geheel onder invloed van Yorke, I, 50. |
| Bonnac (de), fransch gezant bij de Republiek, I, 46; treedt in betrekking tot amsterdamsche regenten, I, 47. |
| Booy (Klaas), III, 98, 206. |
| Borch (generaal van der), III, 265. |
| Boreel (Mr. Jacob), fiscaal der admiraliteit van Amsterdam, handlanger van de Bonnac, I, 47; gezant naar Engeland in 1759, blz. 63. |
| Boreel (Mr. Willem), vroedschap te Amsterdam, verwijderd, III, 294. |
| Bosboom, kolonel van de amsterdamsche schutterij, III, 150. |
| Bosch (den), soldatenoproer in -, III, 292. |
| Bosch (Reyer van den), delftsch patriot, lid van de burgercommissie tot expeditie der militaire zaken, III, 86, 125; tegenwoordig bij een bespreking met Chomel en Schimmelpenninck, 137. |
| Bouillé (markies de), herovert St. Eustatius op de Engelschen I, 195; door de fransche regeering bestemd om de nederlandsch-indische krijgsmacht te hervormen, III, 14-15. |
| Bourcourt (Johannes), hoofd van de oranjedemocraten te Amsterdam, III, 176, 293. |
| Bourgoing (ridder de), III, 172; zijn aankomst in de Republiek, 190; confereert met de pensionarissen en met Capellen van de Marsch, 191-194; naar Rotterdam om de bemiddeling van Frankrijk aan te bevelen, 217; naar Woerden om te vragen welke gewapende hulp de patriotten behoeven, 264; moedigt Amsterdam aan den strijd vol te houden, 272. |
| Bouwens (Mr. Reinier Leendert), III, 154, 294. |
| Braam (kapitein ter zee Jacob Pieter van), naar Indië, I, 253; - III, 18; leider der oranjerekestbeweging te Amsterdam, III, 198. |
| Brantsen (Mr. Gerard), burgemeester van Arnhem, gezant naar Parijs, I, 234; bespreekt met Vergennes de artikelen van het alliantietractaat, 361; - conferentiën met Mercy en Vergennes op 19 en 20 September 1785, II, 49-50; helt over tot de aristocraten, II, 176; - III, 128; - zijn reis naar Gelderland, III, 109-110; door de patriotten gewantrouwd, 248; teruggeroepen, 301. |
| Brest, mislukking der expeditie naar -, I, 245-252; onderzoek naar de oorzaken dezer mislukking, I, 252, 337. |
| Breteuil (baron de), fransch gezant bij de Republiek, I, 100-101; later fransch minister en correspondent van Capellen van de Poll, I, 277; wordt genoemd als aanstaand opvolger van Vergennes, II, 174; beschermt Vérac, III, 190. |
| Brielle, vroedschap van 15 op 20 gebracht, I, 26; weigert het stadhouderlijk recommandatierecht af te schaffen, II, 76; ijverig prinsgezind II, 162. |
| Brielsche Courant, I, 289. |
| Brienne, tegen het formeeren van een kamp bij Givet, III, 242-243; tegen oorlog, 274. |
| Brunswijk (Ferdinand van), I, 59. |
| Brunswijk (Karel Willem Ferdinand, regeerend hertog van), weigert zich in de zaken van zijn oom in de Republiek te mengen, I, 322; - in September 1785 betrokken in overleggingen te Berlijn omtrent het lot van den Prins en de Prinses, II, 142-143; - bevelhebber over het leger tegen Holland, III, 236; vertrekt naar Wezel, 241; zijn besprekingen met de Prinses, 251; rukt de Republiek binnen, 257; |
| neemt Gorkum, 267; wil liefst verschoond blijven van een aanval op Amsterdam, 272; zijn overleg met de Prinses ten opzichte van Overijsel, 277; conferentie in den Haag op 28 September 1787, blz. 284; aanval op Amsterdam, 285; ontraadt den koning Holland schatting op te leggen, 290; vertrekt, 291; leent troepen aan de Republiek, 292. |
| Brunswijk (Lodewijk Ernst, hertog van), door Willem IV in het land gehaald, I, 38; na diens dood aanvankelijk zeer afgezonderd, 48; wordt in 1759 besturend voogd van Willem V, 61; laat zich in 1766 de Acte van Consulentschap geven, 80; ‘entente cordiale’ tusschen hem en Amsterdam, 66, 83; durft later den strijd tegen Amsterdam niet aan, 140, en wordt daardoor overcompleet, 147; zijn hardnekkig aanblijven, 148; is tegen de gewapende neutraliteit, 178; wordt geraadpleegd over het gebruik der papieren van Laurens, 182; aangevallen door Amsterdam, wendt hij zich om eerherstel tot de Staten-Generaal, 205; vertrekt naar den Bosch, 223; wil de Republiek niet verlaten, 322; de patriotten zijn bevreesd voor hem, 343; vertrekt naar Aken, 351; - wordt beschuldigd in verraderlijke verstandhouding te staan met personen te Maastricht, II, 113-114; complot om zijn papieren te bemachtigen, 97. |
| Bruyn (Otto Jacobus), III, 176. |
| Burgercommissie (militaire) van Holland te Woerden, III, 86, 125, 136, 213, 281. - Nationale militaire burgercommissie: III, 136, 187. |
| Burgergecommitteerden (colleges van), te Deventer, I, 281; te Utrecht, zie: Utrecht; te Amsterdam, III, 174. |
| Burgerkrijgsmacht, sterkte der -, II, 218-219. |
| Burgerlegertjes, zie: Vrijcorpsen. |
| Burgersocieteiten, vergadering van - te Amsterdam, 17 September 1787, III, 281. - Burgersocieteiten verboden, III, 298. - Burgersocieteit in de Nes te Amsterdam, III, 123, 180. - Zie ook op Vaderlandsche Societeit. |
| Burgerwapening, eerste begin der, I, 264-265. |
| Burman de la Bassecour (Mr. P.C.), II, 197. |
| Bute, (Lord), schrikbeeld van Frederik de Groote, I, 111. |
| Bylandt (kapitein ter zee Frederik Sigismund graaf van), bestemd om de Bijltjes aan te voeren tegen de patriotten, III, 176. |
| Bylandt (Lodewijk graaf van), schout bij nacht, kommandeert een eskader naar de West (1777), I, 125; convoyeert een koopvaardijvloot naar Frankrijk en Spanje, doch wordt aangehouden op de hoogte van Wight (31 December 1779), 191; aangewezen om de vloot naar Brest te kommandeeren, 249; zijn gedrag bij die gelegenheid, 250-251; vervolging tegen hem ingesteld, 252. |
| Bijltjes, I, 23; - III, 175-176; weigerend antwoord aan Reigersman, 177-178; hun kwartier uitgeplunderd, 205-206. |
C. |
|
| Caillard, secretaris van legatie onder Vérac en schrijver over den patriottentijd, III, 129 noot; beheerscht den gezant, III, 26; gesprek met Goertz, 104; moedigt Amsterdam aan zich te verdedigen, 272. | |
| Calkoen (Mr. Abraham), oud-hoofdofficier der stad Amsterdam, boodschapper der aristocraten bij den Prins, III, 176. | |
| Calkoen (Mr. H.), pamflet van -, I, 257. | |
| Calkoen (Mr. Nicolaas), zoon van den oud-hoofdofficier; vroedschap te Amsterdam geremoveerd, III, 182. | |
| Calonne, I, 277; begunstigt Salm, II, 106; zijn val, III, 146. | |
| Canter Camerling (Mr. Daniel Jacobus), lid der Commissie van Defensie, III, 211, 289. | |
| Capellen (Alexander baron van der), tegen zijn zin benoemd tot bevelhebber binnen Gorkum, III, 257; overlijdt, 267. | |
| Capellen van de Marsch (Robert Jasper baron van der), lid der ridderschap van het kwartier van Zutfen, maakt | |
| het eerst naam bij de debatten over het onbeperkt convooi in 1779, I, 163; blijft met zijn partijgenooten in Gelderland in de minderheid, 264; - is de drijfkracht van den patriotschen regentenbond, II, 252; - hooge verwachtingen in het begin van September 1786, III, 83; teleurgesteld, ontraadt hij de verdedigîng van Hattem en Elburg, 83; doet in zijn kwartier een voorstel tot reglementsherziening, 111; beklaagt zich over de werkeloosheid der pensionarissen op militair gebied, 187-188, 192; vlucht naar Deventer, 228; wordt genoemd als ambassadeur des volks bij Montmorin, 248; wordt in Frankrijk welwillend ontvangen, 297. |
| Capellen van de Poll (Joan Derk baron van der), vertaalt Price, I, 113; advies over de schotsche brigade, I, 117; geschorst als lid der Staten van Overijsel, I, 118; auteur van: Aan het Volk van Nederland, I, 259, zijn readmissie, I, 259; zijn dood, II, 229. |
| Capellen van Rijsselt (Mr. Frederik Benjamin baron van der), burgemeester van Zutphen, II, 232. |
| Capellen van Schonauwen (Gerlach Theodoor baron van der), lid der ridderschap van Utrecht, II, 215 noot; - III, 148. |
| Carmarthen (Lord), minister van buitenlandsche zaken onder Pitt, II, 128; laat den Prins verzoeken dat hij het land niet verlate, 150; - is geheel ondergeschikt aan Pitt, III, 116. |
| Carolina (Prinses), zuster van Willem V, I, 65. |
| Caroline Mathilde van Engeland, voorgeslagen als gemalin voor Willem V, I, 83. |
| Cassini (markies de), gunsteling van Maillebois, II, 90, 92. |
| Castries (de), fransch minister van marine en koloniën, verlangt dat een deel der nederlandsche vloot naar Brest zal komen, I, 245; - wil de verdediging der nederlandsche koloniën aan de handelscompagnieën onttrokken zien, III, 18, 22; wijst de indische plannen van St. Lubin en Salm af, 44; verklaart zich vóór het formeeren van een kamp te Givet, 242; stemt vóór den oorlog, 274. |
| Catharina van Rusland, I, 171; samenkomst met Jozef II in 1780, I, 172; rondschrijven aan de onzijdige mogendheden van 10 Maart 1780, I, 175; weigert garantie onzer overzeesche bezittingen, I, 181; biedt algemeene bemiddeling aan, I, 190; daarna afzonderlijke bemiddeling tusschen Engeland en de Republiek, I, 214; - gepolst over een tusschenkomst van Pruisen in de Republiek, III, 108. |
| Cau (Mr. J.J), lid van de burgercommissie ter expeditie van de militaire zaken, III, 86; woont bespreking bij met Chomel en Schimmelpenninck, III, 137. |
| Ceilon, voor Engeland begeerlijk I, 158; - in fransche handen voor Engeland gevaarlijk, III, 14. |
| Census, het nieuwe kiesrecht te Utrecht beperkt binnen vrij hoogen -, II, 204, 211. |
| Chandernagor, fransche bezitting in Bengalen, III, 11. |
| Chomel (Pieter), koopman en assuradeur te Amsterdam, consul van Pruisen, voornaam lid der Vaderlandsche Societeit; zijn onderhandelingen met Goertz en de democraten, III, 122, 123, 124, 137, 138, 141, 165-166, 195-196. |
| Citters (van), invloedrijkste geslacht in Zeeland, II, 235. |
| Citters (Mr. Willem van), vertegenwoordiger van den Prins als Eersten Edele van Zeeland; neemt als zoodanig zijn ontslag, I, 83; werft stemmen voor een benoeming tot gezant te Londen, 309; - gesprek met Harris in October 1785; III, 59; gaat met het stadhouderlijk gezin in Juli 1786 mede naar het Loo, 79; wordt 's Prinsen kabinetssecretaris, 155; 220-223, 285. |
| Cltters (Mr. Willem van), zoon van den voorgaande, afgevaardigde wegens Zeeland ter Staten-Generaal, III, 56, 76, 208. |
| Citters (Mr. Willem Arnoud van), burgemeester van Middelburg, III, 56. |
| Clifford (Mr. Pieter), burgemeester van Amsterdam in 1784 naast Dedel, I, 354; in 1786 naast Rendorp, II, 161; in 1787 naast Hooft, III, 150. |
| Clotterbooke Jr. (Mr. Casper), gecom- |
| mitteerde raad voor Haarlem, III, 270-271. |
| Coetloury (graaf de), fransch avonturier, gewezen agent van Vauguyon, in Maart 1786 onder goedkeuring van Vergennes in dienst genomen tegen Rendorp, II, 164; reist maanden lang de hollandsche steden rond, 187; - III, 74; nachtelijk onderhoud met Goertz, 130; memorie aan Vergennes, 143. |
| Collen (van), regeeringsgeslacht te Amsterdam, I, 24; III, 294. |
| Collot d'Escury, (Johan Marten baron), geremoveerd te Rotterdam, III, 151. |
| Commissie van Defensie in Holland, opgericht, III, 211; haar maatregelen, 212; aanhouding der Prinses, 226; overleg met den Rijngraaf, 263; met Bourgoing, 264; begeeft zich naar Amsterdam, 264, 280; wordt door de Staten vernietigd, 271. |
| Compagnie (Oost-Indische), haar schepen vallen in 1781 voor een deel te Drontheim binnen, I, 192, 230, 233; zendt Boers en Van de Perre naar Parijs, 194; huurt in Frankrijk regimenten voor Ceilon en de Kaap, 195; biedt tevergeefs equivalenten aan voor Negapatnam, 297; geruïneerd door den oorlog met Engeland, 326; III, 4-8; ‘de Souverain genoegzaam haar eenige crediteur geworden,’ III, 8; wordt door de provincie Holland met hervormingen bedreigd, 8-11, 30; besluit tot het huren van wurtembergsche troepen, 36; schrijft brief aan de Staten-Generaal nopens de verdediging van Indië, 43. - Kamer Amsterdam: voorstel van 9 Januari 1786 tot oprichting van een ‘vijfde departement’, III, 32, met eenige wijzigingen goedgekeurd door de Staten van Holland, 33, en door de Staten-Generaal, 37. - Kamer Zeeland: protesteert tegen het vijfde departement, III, 39; zoekt geldelijken steun bij Engeland, 39, 47, 115; legt zich bij de bestuursverandering neer, 48. - Kleinere kamers: houding tegenover het hervormingsvoorstel van Holland, III, 31. |
| Contrabande, engelsche opvatting van het begrip -, I, 34; opvatting van het fransche reglement van 26 Juli 1778, I, 173; speculatie in contrabande te Amsterdam, I, 136. |
| Conventie van 1752 te Amsterdam, I, 24. |
| Cordon op de grens van Holland, wordt gevormd, III, 89-90; verloopt voor een deel, 192, 211; wordt opgebroken, 264. |
| Cornish (admiraal), in 1762 voor Trinkonomale III, 2. |
| Cronwallis (Lord), zending van - aan Frederik de Groote in 1785, II, 139-140. |
| Corver (Gerrit), burgemeester van Amsterdam, I, 13, 23. |
| Coste (markies de la), schoonzoon van Vérac, met een dringende dépêche naar Versailles gezonden, II, 42. - Gesprek met Goertz, III, 104; naar Amsterdam voor de remotie, 178-179 en voor de bemiddeling, 216. |
| Costerus (Mr. Dominicus), burgemeester van Woerden, lid der hollandsche burgercommissie, III, 125. |
| Costerus (Mr. Hendrik), zoon van den voorgaande, secretaris der Commissie van Defensie, III, 289. |
| Cotineau, I, 166. |
| Courrier du Bas-Rhin, I, 289. |
| Craeyvanger (Elias), lid van het vijfde departement, III, 38. |
| Curtius (Mr. P.J.), afgezet raad te Wijk, II, 198. |
D. |
|
| Daendeis (Mr. Herman Willem), III, 81. | |
| Dalrymple, (Lord), II, 134. | |
| Dam (Mr. Christoffel Jan van), haarlemsch regent, III, 169. | |
| Danckelmann (freule von), gewezen gouvernante der Prinses, I, 138, 140, 315; - III, 229. | |
| Dankadressen aan de Staten van Holland voor de besluiten van September 1786, III, 125; dankadres te Amsterdam, 150. | |
| Danser Nijman, kolonel der amsterdamsche schutterij, III, 150. | |
| Deane (Silas), I, 130. | |
| Declaratoir van den Prins, III, 204. - Declaratoiren der vrijcorpsen, zie Vrijcorpsen. | |
| Dedel (Mr. Willem Gerrit), burgemeester van Amsterdam in 1784, I, 354, en in 1787, III, 150; zijn voorstel om de recommandatie van den Admiraal-Generaal af te schaffen bij de admiraliteit van Amsterdam, II, 77; - geremoveerd als vroedschap, III, 182; als burgemeester, 186; zijn huis bedreigd, 205; hersteld, 287-288; naar den Haag om met Willem V de regeeringsverandering te Amsterdam te bespreken, 293. |
| Dekkhan, fransch bezit in -, III, 11. |
| Delft, prinsgezind I, 303; II, 162; plan van Harris om den Prins daar te doen verblijven, III, 76, 117; omwenteling op 21 Augustus 1787, blz. 250; patriotsche uitspattingen, 268; oranjeomwenteling, 270. |
| Demerary, genomen door Rodney, I, 191; teruggenomen door de Kersaint, I, 195. |
| Democratie, haar optreden te Amsterdam in 1748, I, 19; ontgoocheld door Willem IV, I, 26; haar programma in den patriottentijd, I, 282-284; II, 202-204; niet begrepen door de Prinses, II, 120; - onderhandelt met Goertz, III, 124-127, 136-137; met de driemannen in Januari 1787, blz. 147. |
| Desnoyers (abbé), zaakgelastigde van Frankrijk bij de Republiek, I, 118, 119. |
| Deventer, college van burgergecommitteerden te -, I, 281; gelijkstelling van roomschgezinden geëischt, II, 231; anti-roomsche beweging te -, III, 156; oranjeomwenteling, 277. |
| Deutz (Willem Gideon), nieuw burgemeester te Amsterdam in 1748, I, 254. |
| Diderot, Voyage en Hollande, I, 73, 74 (noten). |
| Diemermeersche Courant, I, 289. |
| Dieu (Mr. Daniel de), burgemeester van Amsterdam, in betrekking tot de Bonnac, I, 47. |
| Dillenburg (vlucht van den Prins naar -) overwogen, I, 349; II, 152. |
| Dissenters (protestantsche), bijna zonder uitzondering patriotsch, I, 287; worden hier en daar tot ambten toegelaten, I, 313; niet uitgesloten van de colleges van burgergecommitteerden, I, 287, II, 365. |
| Doel (den), I, 324. |
| Does (Mr. Adriaan Jacob van der), goudsch regent, III, 267. |
| Does (Wigbold Johan Theodoor baron van der), heer van Noordwijk, lid der ridderschap van Holland, baljuw van den Haag, I, 224. |
| Doggersbank, I, 208. |
| Dohm, I, 342. |
| Dokkum, eerste stad van Friesland die voor de stadhouderlijke recommandatie bedankt, II, 245. |
| Dordrecht, staat reeds in 1747 de recommandatie toe aan Willem IV, I, 44; bij de regeeringsverandering in 1748 verschoond, 26; volgt Amsterdam, 134; schaft de stadhouderlijke recommandatie af, 264; - de gilden verlangen hier wederom de veertigen samen te stellen, II, 163; naijver van haar regenten op den pensionaris De Gijselaar, 187; - schorst Willem V als Stadhouder, III, 190; de Pruisen te -, 271. |
| Dopff (generaal), -, III, 288. |
| Drente, landvolk tegen landjonkers, II, 237. |
| Driemannen (Van Berckel-De Gijselaar-Zeeberg), hun bestendige vrees voor een stadhouderlijke tegenomwenteling, I, 355; II, 42, 54, 165, 187; hun ontwerp van alliantie met Frankrijk, I, 358; verzwijgen het voorbehoud door Vergennes gemaakt ten opzichte van de geschillen met den Keizer, 362; - aanvankelijk niet geneigd om meer dan twee millioen hollandsch tot afkoop van 's Keizers vorderingen te betalen, II, 35; hun gehuichelde toenadering tot den Prins op het eind van 1784, blz. 108; geven in Januari 1786 hun plannen voor de naaste toekomst aan Vergennes op, 157; verlangen een openlijke verklaring van Frankrijk in het voordeel der patriotsche partij, 171; willen dat te Utrecht de burgers zullen overwinnen, 216; - hun onderhandeling met Grimoard, III, 24; denken over inlijving der stad Utrecht bij Holland, 112; hun onderhandeling met Rayneval, 131-135, 147; met de democraten, 147; willen het legioen van Salm in den Haag leggen, 152; niet de bewerkers der remotiën, 185; conferentiën met Bour- |
| going en Capellen van de Marsch, 191-194; geheim voorstel aan Thulemeyer, 235; besluiten tot verlegging der Statenvergadering naar Amsterdam, 268; te Amsterdam, 269. - De driemannen beoordeeld door Rayneval, III, 135. |
| Drostendiensten in Overijsel, I, 118. |
| Drukpers (groote vrijheid van), I, 74. |
| Dumas, agent van het amerikaansche Congres in de Republiek, I, 131; agent van Vérac, II, 164. |
| Dumas (Mathieu), III, 275. |
| Dumont-Pigalle, (Pierre Alexandre), III, 173. |
| Dumoulin (generaal), directeur-generaal van de genie, vijand van den Hertog en van den Raad van State, I, 337; - maakt deel uit van een door Willem V ingestelden geheimen raad van oorlog, II, 92; leidt den Rijngraaf in bij de pensionarissen, 107; - zijn verschijning in den Haag tijdens de aanwezigheid van du Portail, III, 129; raadt den Prins aan den post te Nieuwersluis te verrassen en naar den Haag te gaan, 220. |
| Duyn van Maasdam, generaal van der -, II, 89, 92. |
| Duyn van Maasdam, kolonel van der -, III, 188. |
E. |
|
| Edam, weigert de stadhouderlijke recommandatie af te schaffen, II, 76. | |
| Eed op het erfstadhouderschap gevorderd, III, 295. | |
| Efferen (generaal van), III, 188. | |
| Elburg, weigert een besluit der Staten van Gelderland af te kondigen, III, 81; wordt door de patriotten ontruimd III, 84. | |
| Electie (recht van), den Prins ontnomen te Alkmaar en elders I, 273, 336; II, 76. | |
| Elias (Mr. David Willem), wordt tweede pensionaris van Amsterdam, III, 294. | |
| Elias (Mr. Jacob), burgemeester van Amsterdam in 1781 naast Rendorp, I, 199; in 1786 wederom naast Rendorp, II, 161; naar den Haag om met Willem V de regeeringsverandering te Amsterdam te bespreken, III, 293. | |
| Ellis (George), schrijver over den patriottentijd, I, 15 noot; III, 129 noot. | |
| Elsevier (Jan Jacob), schutterijkapitein te Rotterdam, II, 68; in de regeering III, 217. | |
| Engeland, langdurige alliantie met de Republiek, verklaard I, 30-31; zeeoorlog met Spanje (1739), 32; met Frankrijk (1744), 34-35; verklaart 's vijands goed verbeurd waar het het vindt, 34; zeeoorlog met Frankrijk (1756), 56; vraagt te vergeefs de Republiek om 6000 man hulptroepen, 55; zware schuldenlast, 86; verzoekt in 1775 de schotsche brigade te leen, 115; klachten over begunstiging der Amerikanen, 115, 120, 124; oorlog met Frankrijk (1778), 127 vv.; houdt nederlandsche schepen aan in het Kanaal, 133; redenen om met de Republiek liever in vrede te blijven, 158-159; verzoekt om de bij tractaat gestipuleerde hulp, 162; geeft nieuwe instructies aan zijn kapers, 170; duldt niet onze opneming in het verbond van gewapende onzijdigheid, 176; verklaart den oorlog, 184; het krijgslot Engeland over het gemeen niet gunstig, 186; vleit zich dat de oorlog met de Republiek van korten duur zal zijn, 190; meester van de Noordzee, 193; doet aanbiedingen van afzonderlijken vrede aan de Republiek, 209, 212, 215, 219, 230; vangt onderhandelingen aan te Parijs voor een algemeenen vrede, 233; wijst de van onze zijde gestelde eischen af, 254; stelt een ultimatum aan Brantsen, 303; teekent preliminairen met de Republiek, 305; stelt voor de onderhandeling voor den definitieven vrede naar den Haag of Londen te verleggen, 305, 328; teekent den vrede, 333; - moeilijke taak van Engeland in de Republiek na den vrede, II, 125; - Engeland als koloniale wereldmacht, III, 1; engelsche vaart in onze oost-indische wateren, III, 3; verklaring van 29 Juni 1787 aan Frankrijk, 231; mededeelingen aan Pruisen, 239-240; stelt artikelen op als grondslag van een bemiddeling der mogendheden in de Republiek, 253; mededeeling van 21 September 1787 aan de europeesche hoven, 273; | |
| geheime overeenkomst van 2 October 1787 met Pruisen, 276. - Zie verder op Grenville, Harris en Yorke. |
| Essequebo, genomen door Rodney, I, 191; teruggenomen door de Kersaint, 195. |
| Eustatius (St.), belang van den smokkelhandel over -, I, 114, 120, 125; verwoest door Rodney, I, 195; heroverd door Bouillé, I, 195. |
| Ewart (Joseph), zaakgelastigde van Engeland te Berlijn, II, 134; wordt gemachtigd een nauwere verstandhouding tusschen Engeland en Pruisen ter sprake te brengen, 135; - zijn verhouding tot Bischoffswerder, III, 239. |
| Eyck (Adriaan Hendrik), raad te Utrecht, wordt burgemeester en ‘gouverneur’ der stad in 1786, II, 222-223; zijn onbeholpenheid III, 262, 265, 266. |
| Eys (J.N. van), lid van het vijfde departement, III, 38. |
| Eysinga (familie), meester van drie grietenijen, II, 239. |
F. |
|
| Faas (Mr. Nicolaas), burgemeester van Amsterdam in 1786, II, 161. | |
| Fagel (Mr. Hendrik), griffier der Staten-Generaal, vergezelt Willem IV naar Amsterdam in 1748, I, 25 noot; geraadpleegd over den tekst der Acte van Consulentschap, 81; voorstander van een engelsch huwelijk voor Willem V, 83; engelschgezindheid van zijn geslacht, 147 noot; geraadpleegd over het gebruik der buitgemaakte papieren van Laurens, 182. | |
| Fagel (Mr. François), zoon van den voorgaande, deelt Rendorp in 1768 het geheim der Acte mede, I, 81 noot. | |
| Fagel (Mr. Hendrik), zoon van den voorgaande; zijn aanteekeningen over het jaar 1748, I, 13; wordt 1 October 1787 zijn grootvader als adjunct toegevoegd, III, 301. | |
| Falciola, III, 232. | |
| Falck (O.W.), lid van het vijfde departement, III, 38. | |
| Fawcett (generaal), III, 252. | |
| Fénelon (de), fransch gezant bij de Republiek, I, 35. | |
| Finckenstein (graaf Finck zu), minister van Frederik de Groote, I, 318; een van de hoofden der franschgezinde partij te Berlijn, III, 94. | |
| Fitzherbert, I, 235. | |
| Fondsen (daling der publieke), I, 171; II, 80. | |
| Fontainebleau (vrede van), tusschen de Republiek en den Keizer, II, 57; geratificeerd, II, 59. | |
| Foreest (Mr. Cornelis van), lid der commissie van defensie, III, 211, 268, 289. | |
| Fortificatiën en magazijnen (slechte staat der), I, 98. | |
| Fox (Charles James), woordvoerder der jongere whig's in Engeland, I, 229; wordt minister, I, 229-230; nogmaals minister, I, 298, zendt generaal O'Hara naar den Haag, I, 306; kiest Harris uit voor den gezantschapspost in de Republiek, II, 126; valt, I, 329. | |
| Franeker, magistraatsbestelling te -, II, 245; - zoogenaamde Staten van -, III, 279. | |
| Franeker academie, tweede eeuwfeest der -, II, 119. | |
| Franklin (Benjamin), te Parijs, I, 127; richt zich tot Van Bleiswijk, I, 130. | |
| Frankrijk, handelsverdrag van 1713 met -, verlengd in 1739, I, 32; vervallen verklaard in 1745, blz. 53; verbond met Oostenrijk in 1756, blz. 53; met de Vereenigde Staten in 1778, blz. 127; edict van 25 December 1778, blz. 145; tarief van 1779, blz. 160; reglement op de onzijdige scheepvaart van 26 Juli 1778, blz. 173; verklaart Engeland den oorlog, 162; teekent zijn preliminairen met Engeland, 254; - positie van Frankrijk in Indië sedert 1763, III, 11; verval van zijn geldmiddelen, en invloed hiervan op zijn koloniale plannen, 43; verlangt door de Staten-Generaal als bemiddelaar te worden ingeroepen, 190; ondersteunt de gevluchte patriotten, 297; verklaring van 27 October 1787, blz. 298; zie verder op de namen der fransche ministers en gezanten. | |
| Frederik de Groote, zijn verwijdering van Engeland, I, 111; wil Frankrijk in de Republiek niet tegenwerken, 111, 144; minacht Willem V, 112; raadt toetreding der Republiek tot het | |
| verbond van gewapende onzijdigheid aan, 178; ongezind tot voorspraak van den hertog van Brunswijk, 201, 206, beklaagt zich bij de fransche regeering over Vauguyon, 239; richt een eerste memorie tot de Staten-Generaal, 272; weigert Hertzberg naar de Republiek te zenden, 322; tweede memorie aan de Staten-Generaal, 336; raadt aan, Brunswijk te verwijderen, 348; - raadt aan, uit de aangeboden fransche generaals Maillebois te kiezen, II, 21; zijn gezondheid neemt af, 43; is verstoord op Willem V, 112; beschuldigt Brunswijk van verraad tegen de Republiek, 113; wijst de aanzoeken van Ewart af, 135; zijn onderhoud met Lord Cornwallis, 140; wil niet dat de Prinses gouvernante zal worden, 142; weigert opnieuw de overkomst van Hertzberg toe te staan, 148; verlangt dat Willem V zich nederleggen zal bij de amsterdamsche resolutie van 9 Maart 1786, blz. 167; gelooft aan de schuld van Willem V aan het oproer voor de Stadhouderspoort, 178-179; richt wederom een vertoog tot de Staten-Generaal, 185; - zijn dood, III, 93. |
| Frederik Hendrik (fort), II, 36. |
| Frederik Willem, prins van Pruisen, I, 317-318; - werkt mede aan de totstandkoming van den Duitschen Vorstenbond, II, 30; acht het vertrek van Willem V uit de Republiek noodzakelijk, 142; - bestijgt als Frederik Willem II den troon, III, 94; zijn voorstel aan Frankrijk, 97; zendt Goertz naar de Ropubliek, 97-98; raadt aan, de voorwaarden van Rayneval aan te nemen, 139; schenkt de zoons van Willem V den Zwarten Adelaar, 140; roept Goertz terug, 140; laat een ‘plan de conciliation’ opmaken, 158, en zendt dit aan Montmorin, 200; ontvangt tijding der aanhouding van de Prinses, 229; doet Frankrijk een nieuw voorstel tot beslechting der geschillen, 233; eischt voldoening van Holland, 235; verzamelt een leger en draagt het bevel aan Brunswijk op, 236; wil zich niet leenen om de patriotten met geweld ten onder te brengen, 238; wil aanvang September 1787 nog geen alliantie met Engeland, 254; verlangt dat Amsterdam een schatting op zal brengen, 291. |
| Frescheville (Bosquillon de), III, 255 noot, 265. |
| Fresne (de), 265. |
| Friesland, vijandig aan den Hertog, I, 66-67; verlangt reeds in 1781 een verbond met Frankrijk, 216; fel besluit in zake den Hertog, 349; - heeft een eigen provinciale vrijcorpsenconfederatie, II, 225; groote macht der aristocratie in Friesland, 237-240; geheim comité van 1781, blz. 243-244; regeling der magistraatsbestelling in de steden, 242, te Leeuwarden en Franeker, 245; de friesche aristocraten in onderhandeling met Willem V, II, 247-248; III, 210; Staten van Friesland handhaven het stadhouderlijk electierecht te Leeuwarden, II, 248; hun anti-democratische besluiten van September 1786, II, 249; III, 114; geldnood der friesche aristocraten, III, 115; val van het patriotisme in Friesland, 279. |
| Fijnje, (Wybo), I, 232. |
G. |
|
| Gales, kolonel der amsterdamsche schutterij, III, 283. | |
| Galitzin (prins), gezant van Catharina II bij de Republiek, I, 176, 179, 230. | |
| Gaudi (generaal von), pruisisch bevelhebber te Wezel, I, 321; - III, 257, 258, 266. | |
| Gazette de Leyde, I, 69, 289. | |
| Geelvinck (Mr. Joan), III, 186, 284, 288, 294. | |
| Gelderland, patriotisme in -, II, 232-234. | |
| Gelderland (Staten van), verbieden het ter teekening leggen van rekesten, II, 234; III, 81; besluiten tot wapengeweld tegen Hattem en Elburg, III, 83. | |
| Geldersche Historische Courant, prinsgezind volksblaadje te Bommel, I, 289. | |
| Genderen (van), III, 226. | |
| Generaliteitslanden, I, 235. | |
| Genié (de St.), II, 98. | |
| George III van Engeland, I, 111. |
| Gevaerts (Mr. Ocker), burgemeester van Dordrecht, rijdt door de Stadhouderspoort, II, 169. |
| Gevers (Mr. Paulus), hoofdofficier van Rotterdam, II, 71; - III, 217. |
| Gezworen gemeenten, I, 280. |
| Gibraltar (beleg van), I, 175, 231, 249. |
| Gilles (Mr. Jacob), Thesaurier-Generaal, creatuur van den hertog van Brunswijk, I, 221; neemt zijn afscheid, II, 77. |
| Givet, korte afstand van daar tot Maastricht, II, 33; III, 193, 217. |
| Goejanverwellesluis, III, 226. |
| Goens (Mr. Rijklof Michael van), prinsgezind publicist, I, 256-259; uit den raad te Utrecht verwijderd, 290; - in den Haag door Harris bezocht, II, 130; verlaat het land, I, 291. |
| Goertz (Johann Eustach graaf von), pruisisch stadtsdienaar), komt reeds vroeg in aanmerking voor buitengewoon gezant naar de Republiek, II, 148; - in Augustus 1786 als zoodanig uitgekozen door Frederik Willem II, III, 96; zijn instructie, 98-99; Goertz te Deventer, 100; op het Loo, 101; ontvangst door Vérac in den Haag, 102; gesprekken met Caillard en de la Coste, 104; met Maillebois, 105; met Coetloury, III, 130; onderhandelingen met Chomel, 124-127, 136-137; met Rayneval, 132, 138; Goertz te Nijmegen, 138-139; teruggeroepen, III, 141. |
| Goes, patriotsche minderheid te -, III, 60; oproer te -, 152. |
| Goes (Frank van der), vroedschap van Amsterdam, III, 169, 173, 182. |
| Goll, vroedschap van Amsterdam, III, 283. |
| Goltz (baron von), pruisisch gezant bij het fransche hof, I, 240, 323; II, 151. |
| Gooi, steden van het -, verlangen stem in de Staten, III, 154. |
| Gordon (O.D.), II, 222. |
| Gorkum, vroedschap door Willem IV van 17 op 24 gebracht, I, 26; de Stadhouder oefent hier geen recht van recommandatie uit, 44; - valt af van de patriotsch partij, III, 149; remotie te -, 234 noot; genomen door de Pruisen, 267. |
| Gosse (Pierre), I, 269; II, 77. |
| Gouda, recommandatierecht beeft onder Willem IV bestaan, maar is in 1766 niet weder hersteld, I, 44; - voorstel van Gouda om het platteland te wapenen II. 73; - voorkomt een remotie, III, 183; is tegen het verleggen der Staten naar Amsterdam, 269. |
| Goudoever (van), kolonel der amsterdamsche schutterij, III, 150, 152, 153, 205. |
| Graaff (Johannes de), kommandeur van St. Eustatius, I, 120, 124. |
| Graafland (Mr. Joan), vroedschap te Amsterdam, I, 224 noet; III, 182. |
| Graeff (Mr. Gerrit de), vroedschap te Amsterdam, III, 294. |
| Grantham (Lord), I, 235, 254. |
| Gratie (stadhouderlijk recht van), II, 66. |
| Grave (Hendrik), I, 91. |
| 's-Gravenzandsche Courant, II, 160; verboden, II, 170. |
| Grenville (William Wyndham), engelsch onderhandelaar te Parijs in 1782, I, 233; teruggeroepen, 235; - in den zomer van 1787 in de Republiek, III, 48; in September 1787 naar Parijs gezonden, 274; zijn instructie medegedeeld aan Pruisen, 276. |
| Grimoard (graaf de), III, 21; gesprekken met de Castries over het oostindische chapiter, III, 23; onderhandelingen met de pensionarissen, III, 24-25; gesprek met den Rijngraaf, III, 28; naar Versailles terug, III, 42. |
| Groene wegje (oploop aan het), II, 99. |
| Groene zoodje, I, 358. |
| Grondwettige Herstelling van Nederlands Staatswezen, I, 281; II, 228. |
| Groningen, patriotisme te -, II, 236; III, 156, 278. |
| Grothausen, II, 103. |
| Grovestins (Jan Sirtema van), hoveling van Willem IV, I, 27. |
| Grovestins (Jan Sirtema van), III, 148. |
| Gijselaar (Mr. Cornelis de), pensionaris van Gorkum, I, 151; wordt pensionaris van Dordrccht, 152; niet van patricische af komst, 152; wordt gecommitteerd tot het afvorderen van verantwoording van den Admiraal-Generaal, 242, 251; sedert 1782 in briefwisseling met Capellen van de Poll, 266; wordt gecommitteerd tot het onderzoek van den toestand der vestingwerken, 337; tot navraag bij |
| den Prins naar de Acte van Consulentschap, 346; gehoor bij den Prins van 8 Juli 1784, blz. 349; - wordt gezegd een regentschap der Prinses te verlangen, II, 149; rijdt door de Stadhouderspoort, 169; woont namens het driemanschap de vergaderingen van Vaderlandsche Regenten bij, 252; - lid van het personeel besogne van Holland tot de zaken der Oost-Indische Compagnie, III, 8; reis naar Gelderland in Juli 1786, blz. 73; zijn overleggingen aldaar, 78; redevoeringen op 4 en 5 September 1786, blz. 85-86; lid van het personeel besogne ter vervanging van den Kapitein-Generaal, 87; bij de democraten meer gezien dan Van Berckel en Zeeberg, 166; gaat wonen te Brussel, 297 noot. |
H. |
|
| Haag (den), schutterij en kleine burgers sterk prinsgezind, I, 269; II, 159, 168, 170; zie verder: Oploopen. - Coetloury stelt voor den Haag stem te geven in de Staten, III, 143. - Omwenteling in den Haag op 18 September 1787, blz. 270. | |
| Haarlem, de vroedschap in 1748 van 24 op 32 gebracht, I, 26; vraagt den stadhouder geen recommandatiën, 44; kiest in den convooistrijd de zijde van Amsterdam, 145; - doet den 30sten Januari 1787 een voorstel tot het regelen van den volksinvloed, III, 149; stelt 17 Februari 1787 voor, het legioen van Salm in den Haag te leggen, 152; schorst Willem V als Stadhouder, 190. | |
| Hadoux, I, 272. | |
| Haeften (Mr. Jacob van), patriotsch raadslid te Utrecht, II, 222. | |
| Haeften (Reinier van), vervangt Wassenaer-Twickel als gezant te Weenen, II, 41. | |
| Haersma (familie), meester van drie grietenijen, II, 239. | |
| Haersma (Mr. Hans Hendrik van), II, 252, 255 noot; III, 212 noot. | |
| Haider-Ali, I, 195; III, 11-12. | |
| Haiderabad (nizam van), III, 11. | |
| Halfweg, III, 285. | |
| Handelsverdrag tusschen Frankrijk en de Republiek, zie: Amsterdam en Frankrijk; tusschen Frankrijk en Engeland, 26 September 1786, III, 43. | |
| Hanestemmen, II, 241. | |
| Hara (generaal O'), I, 306 en II, voorbericht. | |
| Harderwijk, op het punt van mede te doen met Hattem en Elburg, III, 82. | |
| Haren (Duco van), III, 176. | |
| Haren (Onno Zwier van), hoveling van Willem IV, I, 27; hoofd eener friesche kabaal tegen den hertog van Brunswijk, 65; zijn val, 66. | |
| Haren (Willem Anne van), grietman van Weststellingwerf, leider der friesche aristocraten, II, 243 noot; III, 114. | |
| Harpen (van), III, 198, 206. | |
| Harris (Sir James), gezant van Engeland bij Catharina van Rusland, I, 172; door Fox bestemd tot gezant bij de Republiek, 332; - Pitt houdt zich aan deze keuze, II, 127; zijn instructie, 128; aankomst in den Haag, 129; op een ongunstig oogenblik, 130; tracht het vertrouwen van de Prinses te winnen, 133; keert met een lang verlof naar Engeland terug, 135; einde van zijn verlof, 136; onderhoud met de Prinses op het eind van Juli 1785, 137; wil dat de Prins zich naar Zeeland zal begeven, 145; wil dat niemand van het stadhouderlijk gezin in den Haag terug zal keeren, 149; middelen daartoe aangewend, 150; zijn voorstelling van de plannen der tegenpartij, 154; - werkt Hollands plannen met de Oost-Indische Compagnie tegen, III, 33-35; kennismaking met Willem van Citters, 59; zijn teleurstelling met Amsterdam, 64-65; onderhoud met Van de Spiegel, 65-68; dient namens zijn regeering een memorie in bij de Staten-Generaal, 72; bezoekt in Augustus 1786 het Loo, 80-81; dringt aan op een aanval tegen Utrecht, 84; denkt met geringschatting over de zending van Goertz, 102; is ontevreden over 's Prinsen antwoord aan Pruisen van 20 October 1786, 109; verkrijgt Engelands geldelijke hulp voor de friesche aristocraten, 115; vormt het plan eener prinsgezinde verbintenis, 116- | |
| 118; werkt Goertz tegen, 138; reis naar Nijmegen in Maart 1787, 155; gebruikt Reigersman en Van Nagell, 176-177; reis naar Nijmegen in Mei '87, 200; steekt naar Engeland over, 202; terug in den Haag, 203; conferentie van 2 Juni, 207; zijn gedrag op de tijding der aanhouding van de Prinses, 227; tracht zich in betrekking te stellen met Brunswijk, 252; zijn aandeel in de resolutiën van 18 en 21 September 1787, 269, 274; zijn bemoeiingen voor Fagel's kleinzoon en tegen Pieter Paulus, 301. |
| Hartsinck (admiraal Andries), I, 197, 208, 222, 233, 241. |
| Hartsinck (Mr. Jan Casper), schepen van Amsterdam, III, 198; wordt vroedschap, 294. |
| Hasselaer (Mr. Gerard Aernout), burgemeester van Amsterdam, I, 24, 56. |
| Hattem, weigert een door den Prins aangesteld raadslid te erkennen, III, 81; richt zich in op een beleg, 81; door de patriotten verlaten, 83-84; geplunderd, 84. |
| Havrincourt (markies d'), fransch gezant bij de Republiek, I, 100. |
| Heeckeren van Brandsenburg (Dirk Jan baron van), geëligeerde in de provincie Utrecht, kamerheer van den Prins, buitengewoon gezant der Republiek bij Catharina II, I, 180, 248; III, 76, 111, 210. |
| Heeckeren van Enghuizen (Jacob Adolf baron van), lid der ridderschap van de graafschap Zutfen, III, 110, 200. |
| Heeckeren van Suyderas (Mr. August Robert baron van), burgemeester van Zutfen, III, 110, 175, 223. |
| Hees (Mr. Ignatius Johan van), secretaris van den Raad van State, creatuur van Brunswijk, I, 221; neemt zijn ontslag, II, 78. |
| Heim (Mr. Jacob van der), III, 151. |
| Heldewier (Mr. Daniel Michael Gijsbert), veertig te Leiden, lid van de hollandsche burgercommissie, III, 125, 137. |
| Helldorff (majoor), pruisisch avonturier, II, 104, 109. |
| Helsdingen (J.C. van), III, 198. |
| Hendrik van Pruisen (Prins), een der hoofden van de fransche partij te Berlijn, I, 318; III, 94. |
| Hertzberg (Ewald Fredrich von), minister van Frederik de Groote, I, 141, 271, 318-319; heeft geen gezag bij den koning, 320; zijn raadgevingen aan de Prinses, 334-335; - zijn hoop op een verbond met Rusland, II, 134; raadt aan dat de Prinses Gouvernante worde, 142; niet afkeerig van samenwerking met Engeland ten bate van het huis van Oranje, 186; - aanvankelijk bij Frederik Willem II hoog in de gunst, III, 94; dringt vruchteloos aan op het ondersteunen der zending van Goertz door een troepenbeweging, 98-99; het ‘plan de conciliation’ van Maart '87 is door hem opgesteld maar is niet in zijn geest, 158; dringt aan op een verbond met Engeland, 254; zijn overdreven voorstelling van de macht van Pruisen, 302-303. |
| Hespe (Mr. J.C.), redacteur van den Politieken Kruyer, I. 298; in de boeien, II, 122; directeur der burgersocieteit te Amsterdam, III, 123. |
| Hessen-Darmstadt (prins Christiaan Lodewijk van), II, 19 noot. |
| Hessen-Kassel (landgraaf van), heeft een subsidietractaat met Engeland, II, 19; III, 253, 292. |
| Hessen-Kassel (prins Frederik van), II, 19. |
| Heusden, revolutionnair optreden der bevolking te -, III, 154; bestraft, 167. |
| Heyden Reinestein (Sigismund Pieter Alexander graaf van), oud-gezant der Republiek te Berlijn, landdrost van Drente, I, 221; II, 237; zijn zending naar Versailles, I, 271. |
| Heyliger (Johannes), kommandeur van St. Eustatius, I, 120. |
| Hillegom, conferentie te, III, 137. |
| Hinlópen (Mr. Jan), II, 197. |
| Hoeven (Mr. Johan Adriaan van der), III, 151, 198. |
| Hofstede (ds.), I, 256. |
| Hogendorp (Gijsbert Karel van), III, 198, 203, 223, 251. |
| Hogendorp (Jean François van), III, 151. |
| Hogendorp van Hofwegen (Mr. Diderik Johan van), III, 183. |
| Holdernesse, engelsch gezant bij de Republiek, I, 37. |
| Holland, zijn overwicht in de Republiek, I, 5. |
| Holland (Hof van), II, 67. |
| Holland (Staten van), besluiten tot beperkt convooi, 18 Nov. 1778, I, 137; tot onbeperkt convooi, 30 Maart 1779, blz. 151; stellen de Staten-Generaal een termijn van vier weken om mede tot onbeperkt convooi te besluiten, 161; besluiten 19 Oct. 1780 tot toetreding in het verbond van gewapende onzijdigheid, 182; vorderen verantwoording van den Admiraal-Generaal, 242, 251; verzoeken uitlevering van haagsche vluchtelingen aan Pruisen, 271; verbieden den Hoogen Krijgsraad kennis te nemen van zaken binnen Holland voorgevallen, 274; verwerpen 26 Aug. 1783 het zenden van een minister naar Engeland om gunstiger vredesvoorwaarden te bedingen, 304; verbieden het verkoopen van krijgsambten en het geven van titulaire aanstellingen, 312; trekken de magistraatsbestelling van Alkmaar en Purmerend aan zich, 336; II, 76; bevelen Willem V geen vlagofficieren te benoemen dan met hun medewerking, I, 337; verordenen een onderzoek naar den staat der vestingwerken, 337; doen navraag naar de Acte van Consulentschap, 346; verklaren den hertog van Brunswijk van zijn waardigheden vervallen, 350; - stemmen toe in een tijdelijke vergrooting van het leger, II, 18; zenden troepen naar Leiden en verbieden het dragen van oranje, 66; zenden commissarissen naar Rotterdam en leggen daar garnizoen, 70; ontnemen deze stad haar vrije magistraatsbestelling, 72; gelasten opschrijving van alle weerbare mannen op het platteland en oefening van den derden man, 73-74; vernietigen het stadhouderlijk recommandatierecht te Brielle en te Edam, 76; ontnemen den Stadhouder de beschikking over de posten ter begeving van Gecommitteerde Raden staande, 77; stellen voor Van Hees en Gilles in hun ambten te schorsen, 77; verklaren zich bereid tot herziening der quotentabel, 80; verlangen generaliteitscommissiën tot de financiën en tot de defensie, 85; ontnemen voorloopig den Stadhouder het bevel over het haagsche garnizoen, 101; geven een hooghartig bescheid aan den koning van Pruisen, 147; bevelen dat aan de leden der Staten van Holland militaire eerbewijzen zullen worden gebracht, 160; rumoerige zitting van 15 Maart 1786, blz. 165; ontnemen den Stadhouder voor goed het haagsche commando, 187; verbieden de troepen der hollandsche repartitie tegen de stad Utrecht te gebruiken, 217; - stellen een personeel besogne in tot de zaken der Oost-Indische Compagnie, III, 8; verslag door dit besogne uitgebracht, 8; dienen bij de Staten-Generaal een voorstel in tot hervorming der Oost-Indische Compagnie, 10; doen een voordracht voor bewindhebbers van het vijfde departement, 37; beraadslaging in het personeel besogne over de indische plannen van St. Lubin en Salm, 43-44; nemen het legioen van Salm in hun bizonderen dienst, 76; dreigen zich van vertegenwoordiging ter Staten-Generaal te zullen onthouden zoo Van de Spiegel's antwoord op de engelsche memorie van 5 Juli 1786 wordt aangenomen, 77; verbieden het gebruik van de troepen hunner repartitie tegen burgers waar ook in de Republiek, 79; ontbieden de troepen hunner repartitie naar de provincie, 87; schorsen den Prins als Kapitein-Generaal, 87; zeggen de stad Utrecht gewapende hulp toe, 91, benoemen een commissie tot bepaling van de grenzen der uitvoerende macht, 149; vermeerderen het garnizoen van den Haag, 154; nemen maatregelen tegen Heusden, 167; benoemen een commissie tot regeling van den volksinvloed, 169; erkennen het nieuwe credentiaal van Rotterdam, 183; benoemen een commissie van defensie, 211; schrijven vruchteloos een leening uit, 212; roepen de bemiddeling in van Frankrijk, 234; geven weigerend antwoord op de eerste en tweede memorie van Thulemeyer om voldoening voor Goejanverwellesluis, 235, 250; roepen Frankrijks hulp in, 255; geven antwoord op het ultimatum van Pruisen, 256; trekken het verbod van oranje- |
| dragen in, 270; herstellen den Prins in al zijn waardigheden, 271; bedanken voor Frankrijks hulp, 274; geven voldoening aan de Prinses, 289; machtigen Willem V tot het verzetten der wet, 293; geven amnestie, 296; verklaren het erfstadhouderschap tot een essentieel deel der constitutie, 295. |
| Hooft (Mr. Daniel), III, 294. |
| Hooft (Mr. Daniel - Willemsz.), III, 294. |
| Hooft (Hendrik), burgemeester van Amsterdam, I, 199, 275, 354; III, 150, 154, 294. |
| Hooft van Vreeland (Daniel), vroedschap te Amsterdam, I, 201; III, 294. |
| Hoop (Mr. Adriaan Salomon van der), bewindhebber in het vijfde departement, III, 37. |
| Hoop (Mr. Cornelis van der - Gijsbz.), III 186, 294. |
| Hoop (Mr. François van der), secretaris der Generaliteits-Rekenkamer, komt in aanmerking voor Raadpensionaris van Holland, I, 224; prinsgezind candidaat voor den post van Thesaurier-Generaal in 1785; II, 78; wordt Thesaurier-Generaal na de omwenteling, III, 301. |
| Hoop (Mr. Joan Cornelis van der), broeder van den voorgaande, beschermeling van Rendorp, benoemd tot fiscaal der admiraliteit van Amsterdam, I, 216; zijn onderhandeling met Wentworth, 220; zijn eerzucht, 222; wordt opgenomen in den geheimen raad van marine, 243; legt Vauguyon een plan over van krijgsoperatiën voor het jaar 1782, 230; wordt zeer vertrouwd door de Prinses, 323, noot, 347-348; III, 107; wordt door Rendorp afgezonden naar Goertz, 119; zijn betrekkingen met Chomel, 166, 196. |
| Hoop (Willem Gerrit van der), generaal der cavalerie, broeder van de twee voorgaanden, I, 221; II, 88, 92; bezet Amersfoort, II, 123, 213. |
| Hooreman (Mr. Librecht Jacob), III, 20 noot; 43. |
| Hoorn, boontrekking aldaar, II, 163; wordt gezegd door Harris te zijn omgekocht voor de stemming op 27 Juli 1786, blz. 187; - ongeregeldheden in Maart 1787, III, 168. |
| Hoorn (Quirijn Willem van), burgemeester van Amsterdam, I, 295 noot; III, 294. |
| Hop (Mr. Hendrik), gezant te Brussel, I, 332. |
| Hop (Mr. Johan), Thesaurier-Generaal in 1766, 1, 99. |
| Hope (huis), engelschgezind, I, 136, 269 noot; III, 115, 288. |
| Hope (Thomas), I, 314. |
| Hope van Vlierden, I, 269 noot. |
| Hornleger, II, 238. |
| Hovy (Lodewijk), III, 154, 289. |
| Howe, engelsch admiraal, I, 233, 249. |
| Hughes, engelsch admiraal in Indië, I, 195. |
| Huydecoper van Maarsseveen (Mr. Jan Elias), type van den amsterdamschen aristocraat, II, 176; III, 73, 128. |
| Huygens (Mr. Willem), burgemeester van Amsterdam, I, 221. |
I. |
|
| Instructiën voor Willem V in zijne kwaliteiten van Stadhouder, Kapiteinen Admiraal-Generaal, in 1787 bij Holland ontworpen, III, 133-134. | |
| Introduction, engelsch werkje over den patriottentijd, I, 49 noot; III, 129 noot. | |
J. |
|
| Jachtgericht (streng), in de provincie Utrecht, II, 194. | |
| Janaon, III, 11. | |
| Johnstone, engelsch admiraal, I, 195. | |
| Joncheere (A. de), II, 198. | |
| Jones (Paul), I, 165. | |
| Joosting, aanvoerder der Bijltjes, III, 176. | |
| Jozef II, tracht in 1778 afstand van Nederbeieren te verkrijgen, I, 128; zijn bezoek aan de Republiek in 1781, blz. 210-211; Jozef en de barrière, 217; beiersche ruilplannen, 302; aanvang onzer moeilijkheden met hem, 324; ‘Tableau sommaire’, 360; eiscbt opening van de Schelde, 363; - II, 12-14; zendt troepen naar de Zuidelijke Nederlanden, 18; brengt den beierschen ruil ter sprake bij Lodewijk XVI, 27; zegt toe dat na 1 Febr. | |
| 1785 de troepen niet verder zullen voortrukken, 33-34; verschillende vorderingen aan de Republiek in den loop der vredesonderhandeling, 36, 46, 48. |
K. |
|
| Kàap (de), voor de Engelschen begeerlijk, I, 158, 194. | |
| Kaas (noordhollandsche) in Frankrijk verboden, I, 164. | |
| Kaat Mossel, II, 70-71. | |
| Kahlenberg (graaf), III, 260-261. | |
| Kalkreuth (graaf), III, 282, 291, 292. | |
| Kapers, engelsche, I, 191; nederlandsche, I, 193. | |
| Karel, hertog van Palts-Tweebruggen, II, 26, 29; III, 240. | |
| Karel Theodoor, keurvorst van de Palts, I, 128; II, 25-26. | |
| Karikal, III, 11. | |
| Kasteele (Mr. Pieter Leonard van de), tweede pensionaris van Haarlem, III, 126, 166, 168, 289. | |
| Kemp (F.A. van der), I, 275; II, 255. | |
| Kempenaer (Mr. Ludovicus Timon de), III, 87, 289. | |
| Kinckel (Hendrik August baron van), agent van Harris; III, 61, 201, 202, 209; zijn reis naar München in 1785, II, 39. | |
| Kinsbergen (Jan Hendrik van), I, 222, 241, 242, 243, 252. | |
| Knobelsdorf (divisie), III, 257. | |
| Kock (Mr. Johannes Conradus de), II, 255. | |
| Kooplieden, klachten aan de Gouvernante, I, 60; verzoeken convooi naar de Oostzee, I, 196, 208. | |
| Koromandel (kust van), III, 4. | |
| Kretschmar (Jacob van), generaal der infanterie, III, 270. | |
| Kruisschans, II, 36. | |
| Krijgsraad (Hooge), I, 273-274. | |
| Krijgsraad (Vrije) te Amsterdam geeischt in 1748, I, 21, 26 noot. | |
L. |
|
| Laan (Mr. Hendrik Arnout), secretaris der Staten van Utrecht, III, 113. | |
| Lafayette, III, 244, 245. | |
| Lambert (markies de St.), III, 275. | |
| Lambrechtsen (Mr. Nicolaas Cornelis), pensionaris van Vlissingen, III, 61. | |
| Lampsins (Mr. Apollonius Jan Cornelis), vroedschap te Amsterdam, geremoveerd III, 182. | |
| Lange van Wijngaarden (Mr. Cornelis Joan de), III, 225, 289. | |
| Larrey (T.J. baron de), kabinetssecretaris van Willem V, I, 84 noot, 347; III, 155, 221, 223. | |
| Laurens (Henry), gemachtigde van het amerikaansch Congres met bestemming naar de Republiek; zijn papieren vallen onderweg in handen der Engelschen, I, 182. | |
| Lee (Arthur), gemachtigde van het amerikaansch Congres, I, 130. | |
| Lee (William), gemachtigde van het amerikaansch Congres, I, 131; ontmoeting met Jan de Neufville te Aken, I, 132. | |
| Leeuwarden, rekest der burgerij om herstel van privilegiën, II, 246; nieuw stedelijk reglement ingevoerd, II, 248. | |
| Leeuwen (Cornelis van), goudsch burgerkapitein, III, 225. | |
| Leeuwen (Theodoor van), lid der hollandsche burgercommissie, III, 271. | |
| Leger, ongunstig oordeel van buitenlanders voor zijn waarde, I, 59; bedraagt in werkelijkheid ruim 30.000 man, 93, hoewel er 41.000 op de rol staan, 98; subsidietractaten met duitsche vorsten, 94; misbruiken bij het leger, 98; voorstellen van Willem V tot vermeerdering van het leger, 99-103; - tijdelijke vermeerdering tijdens de geschillen met den Keizer, II, 18; voorstellen tot legerhervorming van Maillebois, 90. - Zie ook: cordon en mariniers. | |
| Leiden, staat Willem V geen recommandatie af, I, 44; volgt in de jaren vóór den engelschen oorlog Amsterdam, 134; - ongeregeldheden aldaar in 1784, II, 66; vergaderingen van gewapende burgercorpsen aldaar, II, 227, 220 noot; III, 86, 247; conferentie aldaar op 1 December 1786, 137; Leiden schorst Willem V als Stadhouder, 199. | |
| Leidsch Ontwerp, I, 282-285. | |
| Lennep (Mr. Cornelis van), III, 294. | |
| Leoninus (Mr. Jan), burgemeester van Edam, III, 174. |
| Lestevenon van Berkenrode (Mattheus), secretaris van Amsterdam in 1748, I, 23 noot, gezant der Republiek te Parijs, I, 221, 234, 301; - III, 301 noot. |
| Lestevenon van Hazerswoude (Willem Anne), haarlemsch regent, zoon van den voorgaande, II, 14, 254 noot; III, 294. |
| Lewe van Aduard (Barend baron), generaal der infanterie, II, 89. |
| Leyden (Adriaan Pompejus van), vroedschap te Amsterdam, III, 289. |
| Leyden (Pieter van), heer van Nieuwland, gedeputeerde der Republiek naar Weenen, II, 37; zijn aankomst aldaar, 40. |
| Liebeherr (Bogesilaus Fredericus von), utrechtsch democraat, II, 255; zijn reis naar den Haag in 1785, II, 117. |
| Liefkenshoek, II, 36. |
| Lillo, II, 36; wachtschip voor - weggenomen, II, 11. |
| Lippe-Bückeburg, II, 19. |
| Lottum (divisie); III, 257, 268, 282. |
| Louis (le), antwerpsch vaartuig, voor Saaftingen aangehouden, II, 18. |
| Lubin (ridder de St.), III, 11, 12, 18, 19, 43. |
| Luckner, fransch generaal, biedt zich bij Brantsen aan om het leger der Republiek aan te voeren, II, 20. |
| Luden (Jacob - Hendriksz.), burgergeconstitueerde te Amsterdam, III, 283. |
| Luitenant-Stadhouders, I, 161; deze positie te Utrecht van bizonder gewicht, II, 193. |
| Lutteken (Nicolaas Justus), aanvoerder der Bijltjes, III, 176-177. |
| Luxembourg (regiment de), in dienst genomen door de Oost-Indische Compagnie, I, 195; III, 13; 15 noot. |
| Luyken (Mr. Jan), I, 270; II, 75, 159. |
| Luzerne (de la), III, 215, 244. |
| Lynden (D.W. baron van), gewezen gezant der Republiek bij Zweden, I, 206; zijn aanval op den Hertog, 207; gezant bij Engeland na den oorlog, 308-309, 333; III, 56; teruggeroepen III, 301. |
| Lynden (Jan Elias baron van), burgemeester van Nijmegen, III, 200. |
| Lynden van Blitterswijk (Willem Care Hendrik baron van), broeder van den gezant, vertegenwoordiger van Willem V als Eersten Edele in Zeeland, I, 248; II, 235; III, 56, 209. |
| Lynden van Hemmen (Willem baron van), afgevaardigde wegens Gelderland ter Staten-Generaal, honorair gouverneur der jonge prinsen, burggraaf van Nijmegen, I, 221, 234; ontvangt Harris als president van de Staten-Generaal, II, 129; heeft groot gezag bij Willem V, III, 56; ontraadt in 1785 tegen de ratifieatie van het verbond met Frankrijk te stemmen, 61; sterft III, 223 noot. |
| Lynden van Lunenburg (Balthazar Constantijn baron van), lid der ridderschap van de provincie Utrecht, III, 56, 113. |
| Lynden van Oldenaller (Herman Willem Jan baron van), III, 56. |
| Lynden van Oldenaller (Samuel baron van), zoon van den voorgaande, III, 56. |
M. |
|
| Maatschappelijk leven, verfranscht, I, 68. | |
| Maddison, secretaris van Yorke, mogelijk auteur der ‘Introduction’, I, 49 noot. | |
| Mahé, III, 11. | |
| Mahratten, III, 11, 44. | |
| Maillebois (Yves Marie graaf de), fransch generaal, biedt zijn diensten bij Brantsen aan, II, 20; wordt aanbevolen door Frederik de Groote, 21; levert een corps lichte troepen, 21; komt in den Haag, 89; zijn legioen gedeeltelijk te Rijswijk gelegd, 90; hervormingsplannen voor het leger der Republiek, 91; slaat den Prins een ‘bureau militaire’ voor, 92; deelt zijn plannen mede aan de Staten-Generaal, 93; komt, door de patriotten teleurgesteld, tusschen de partijen in te staan, 95-96; tracht zich in te dringen bij de Prinses, 145; - waarschuwt Vergennes tegen de patriotten, III, 129. | |
| Maisoer (sultanaat van), III, 11. | |
| Manzon, redacteur van den Courrier du Bas-Rhin te Kleef, I, 289. | |
| Marck (Mr. Johan Hieronymus van der), schout van Leiden, II, 67. |
| Maria Louise, weduwe van Joan Willem Friso, I, 61, 65. |
| Maria Theresia, I, 96. |
| Marie Antoinette, begunstigt den Rijngraaf, II, 106, en Vérac, III, 190. |
| Mariniers, I, 157; II, 107 noot. |
| Markof, I, 227, 230. |
| Marmontel, zijn ‘Bélisaire’ hier veel gelezen, I, 72. |
| Marokkanen, zeeroof der, I, 57, 91, 133. |
| Marselis (van), kolonel der amsterdamsche schutterij, III, 150. |
| Marselis (van), franschgezind huis te Amsterdam, I, 147. |
| Martanges (de), fransch generaal, biedt de Republiek zijn diensten aan; aanbevolen door den Rijngraaf, II, 20. |
| Martfeldt (Johan Frederik), generaal der infanterie, I, 337. |
| Mattha, II, 19 noot; III, 282, 283. |
| Matthias (majoor), III, 279. |
| Maximiliaan, keurvorst van Keulen, broeder van Jozef II, II, 20. |
| Maximiliaan Jozef, keurvorst van Beieren, I, 128. |
| Mecklenburg-Schwerin, III, 292. |
| Mecklenburg-Strelitz, II, 19. |
| Meerman (Mr. Gerard), pensionaris van Rotterdam, buitengewoon gezant naar Engeland in 1759; I, 63. |
| Meerman van der Goes (Mr. Daniel Adriaan), derde pensionaris van Amsterdam, III, 269, 294. |
| Mendelssohn (Mozes), vertaald door Van Goens, I, 257. |
| Mennonieten, rijkdom der friesche -, geldschieters der friesche aristocraten, II, 240; III, 000. |
| Meppel, oploop te, II, 237. |
| Mercy-Argenteau (graaf de), gezant van Jozef II te Parijs, II, 11, 46, 49. |
| Merens (Mr. Dirk), raadsheer in het Hof van Holland, commissaris van Willem V, III, 293. |
| Meuron (regiment de), in dienst genomen door de Oost-Indische Compagnie, I, 195. |
| Meyer (H.G.), III, 274-275. |
| Middelburg, voorstel van -, om de onderteekening der fransche alliantie uit te stellen, II, 58; III, 60; patriotsche minderheid te -, 61; oproer te -, 228. |
| Mieden (Mr. Adriaan van der), raadsheer in het Hof van Holland, in 1755 genoemd als opvolger van Steyn, I, 48. |
| Milbank, engelsch admiraal, blokkeert onze kusten, I, 241. |
| Militaire commissie, naar Indië uitgezonden, III, 49. |
| Mirabeau te Berlijn, III, 107. |
| Mirabel (graaf de), gezant van Sardinië bij de Republiek, I, 209; III, 59 noot. |
| Möllendorf (generaal), II, 21 noot; III, 229, 236. |
| Mollerus (Mr. Johan Hendrik), wordt secretaris van den Raad van State, II, 78; III, 208. |
| Molukken, vrije vaart door de -, door Engeland bedongen, I, 255, 295, 296, 304. |
| Montaigu (de), fransch generaal, biedt zich bij Brantsen aan voor den dienst in de Hepubliek, II, 20. |
| Montesquieu (staatsleer van), I, 70, 72, 188. |
| Montfoort, kiest de zijde van Utrecht tegen Amersfoort, III, 114. |
| Montieu (ridder de), I, 195. |
| Montmorin (graaf de), opvolger van Vergennes, III, 146; verlangt in de Republiek te bemiddelen, 214; wil voorkomen dat ook Engeland tot een bemiddeling wordt uitgenoodigd, 232; is vóór het formeeren van een kamp bij Givet, 242; zendt een dreigbrief naar Berlijn, 245; wil dat Pieter Paulus zal overkomen, 246; roept Vérac terug, 249; zijn bericht van Bourgoing van 12 September, 263-264; wijst Amsterdams verzoek om hulp af, 275. |
| Mossel (Mr. Jacob), vroedschap te Rotterdam, III, 151. |
| Mourand, II, 170. |
| Muilman (Hendrik), vroedschap te Amsterdam, III, 169, 173, 182. |
| Mulder (Catharina), zie: Kaat Mossel. |
| Munter (Cornelis), vroedschap te Amsterdam, III, 169, 173, 182. |
| Musschenbroek (van), burgemeester van Utrecht, II, 209, 213. |
N. |
|
| Naarden (verdediging van), III, 282. | |
| Nagell (Anne Willem Carel, baron van), kamerheer van den Prins, agent van Harris, III, 138, 175, 177, 207, 208, 301. | |
| Nassau-Weilburg (prins van), zwager van Willem V, I, 65; hoopt Brunswijk te zullen vervangen, 344. | |
| Nationaal Fonds, II, 253-254; raakt uitgeput, III, 191. | |
| Nederburgh (Mr. Herman), pensionaris van Rotterdam, lid van het personeel besogne van Holland tot de zaken der Oost-Indische Compagnie, III, 8, 198. | |
| Negapatnam, veroverd door de Engelschen, I, 195; afstand van - geëischt, I, 254, en aanvankelijk door de Staten-Generaal geweigerd, I, 295, 297; hoop op teruggave van -, III, 48; wordt verijdeld, 300. | |
| Neufville (Jan de), I, 132. | |
| Nieuwediep (haven van), I, 196. | |
| Nieuwersluis (overgave van), III, 282. | |
| Noailles (markies de), fransch gezant bij de Repubiek, I, 100. | |
| Nomsz, redacteur van de Opregte Nederlandsche Courant, III, 180. | |
| North (Lord), engelsch minister, zendt Paul Wentworth naar de Republiek, I, 212; zijn lang ministerie, 213; zijn val in 1782, 229; vormt in 1783 met Fox een nieuw ministerie, 299; raadt Jozef II aan, de Schelde te openen, 324; valt, 329. | |
| Notabelenvergadering in Frankrijk, III, 146. | |
| Nijs (Mr. Adriaan de), wijksch patriot, II, 221; zijn reis naar den Haag in 1785 met Von Liebeherr, II, 117. | |
| Nijvenheim van Dorth (Berend baron), I, 277. | |
O. |
|
| Oldenbarnevelt genaamd Witte Tullingh (Mr. Hendrik Justus van), III, 63. | |
| Omer (St.), nederlandsche kolonie te -, III, 297. | |
| Ommelanden, II, 237; III, 156, 000. | |
| Ondaatje (Mr. Pieter Philip Jurriaan Quint), II, 195; vader van het democratisch ontwerp van stedelijke constitutie te Utrecht, 201; wil niet dat de kiezers een college zullen uitmaken, 204; wordt gekozen als burgergeconstitueerde, 207; toespraak op 11 Maart 1785, blz. 208; neemt zijn ontslag als burgergeconstitueerde, 210; - twist met Abbema, III, 113; zijn verhouding tot den Rijngraaf, 280. | |
| Ontcijfering van dépêches, I, 118-119. | |
| Onzijdlgheid (gewapende), I, 60, 137; verbond van - ongeschikt voor de Republiek, I, 174; vijf artikelen van 10 Maart 1780, I, 175; onze gezanten teekenen het verbond, I, 190. | |
| Oorlog (geheime raad van -) van den Prins, II, 92. | |
| Oorlogsschepen, aangeboden aan Frankrijk; oorsprong van dit aanbod, II, 58; het aanbod aangenomen, 60; de levering wordt onmogelijk, 61. | |
| Oostenrijksche partij aan het fransche hof, II, 22. | |
| Oostergoo (voorstel van) tot oprichting eener gewapende burgerlandmilitie, I, 265. | |
| Opperbewindhebber der Oost-Indische Compagnie; zijn voorrechten, III, 9; verkort, III, 33; zijn recommandatierecht bedreigd, III, 10. | |
| Opstootjes. - In den Haag: St. Nicolaas-oproer, I, 269-270; opstootje van 4 Sept. 1785; II, 99; opstootje aan de Stadhouderspoort, II, 168-169. - Te Leiden, in 1784, II, 66; te Rotterdam, April 1784 en vervolgens, II, 68-69; te Leiderdorp, in het land van Arkel, te Moerkapelle, Soeterwoude, Sliedrecht, alle naar aanleiding van de opschrijving der plattelanders, II, 75; in Zeeland, III, 151, 228; te Deventer, 156; te Hoorn, 168; geweldig oproer te Amsterdam, 205-206; opstootjes in Gelderland, III, 228; voor die te Utrecht zie Utrecht. | |
| Oranje (dragen van), verboden, II, 66, 76. | |
| Oranje (huis van); zijn plaats in de Republiek, I, 6-8; nauw bondgenootschap met de orthodoxie in de kerk, 72; zijn populariteit afgenomen maar niet vernietigd, 292; II, 116; krijgt in 1787 een grooten knak, III, 298. | |
| Oranjedemoeraten, III, 195, 197, 206. | |
| Oranjepartij, bestanddeelen der -, I, | |
| 40, 291; mist goede organisatie, I, 292; II, 116. |
| Oranjesocieteiten, in den Haag, III, 141, 198, 203; te Amsterdam, III, 141, 198, 205; te Rotterdam, III, 141. |
| Oranjevrijcorpsen, in den Haag, II, 159, verboden, II, 170; te Delft, II, 160. |
| Ostende (Compagnie van), I, 95, |
| Oudermeulen (Cornelis van der), bewindhebber der Oost-Indische Compagnie ter kamer Amsterdam, door Rendorp naar Engeland gezonden, I, 215. |
| Oudewater, verlangt stem in de Staten, III, 154. |
| Overmaze, afstand der landen van - gevorderd, II, 36. |
| Overijsel, patriotisme in -, I, 281; II, 230-232: III, 156; zijn val, 277. |
P. |
|
| Pallandt van Zuythem (Adolf Warner baron van), drost van Yselmuiden, medestander van Capellen van de Poll in Overijsel, I, 276; II, 230; zijn ontmoeting met Goertz te Deventer, III, 100. | |
| Paludanus (Mr. Rutgerus), III, 168, 294. | |
| Panin (graaf), I, 171. | |
| Patenten (recht van), I, 337; II, 87; III, 134. | |
| Patriciërs in de Republiek, burgerlijk karakter hunner beschaving, I, 73. | |
| Patriot (term), I, 56 noot, 146, 187. | |
| Patriot (Ouderwetse Nederlandsche), I, 258. | |
| Patriotsche genootschappen (vergadering van), zie Burgersocieteiten. | |
| Patriotsche pers, beoordeeling der -, I, 187. | |
| Paulus (Mr. Pieter), jonge kracht der patriotsche partij, wordt benoemd tot secretaris der commissie tot onderzoek naar den staat der vestingwerken, I, 338; onder de dagelijksche leiders der partij opgenomen, II, 56; volgt Bisdom op als fiscaal der admiraliteit van de Maas, 78; door Willem V opgenomen in den geheimen marineraad, 113; belangrijk gesprek met de Prinses in 1785, blz. 124; voorstander van een regentschap der Prinses, 145, 149; - wordt onderscheiden door Rayneval, III, 145; wil niet naar Versailles zonder toestemming der burgerijen, 248; te Antwerpen, 273; ontslagen, 301. | |
| Perponeher (Mr. Willem Emmery de), III, 111, 188. | |
| Perre (Mr. Paulus Eduwaldus van de), I, 194. | |
| Pesters (Jan), luitenant-stadhouder van Utrecht, II, 193; III, 111. | |
| Pitt (William), opgenomen in het ministerie-Shelburne in 1782, I, 234; premier in 1784, I, 329; zijn staatkunde, 330; - benoemt Harris tot gezant bij de Republiek, II, 127; - zijn houding in 1787, III, 202, 274. | |
| Platteland, patriotisme op het -, II, 76, 228. | |
| Pol (kolonel van de), III, 282-283. | |
| Politiek Vertoog van van Goens, I, 257. | |
| Politieke Kruyer, I, 289; valt Rendorp aan, II, 122; wordt te Amsterdam verboden, III, 287. | |
| Poll (Mr. Harman Henrik van de), burgemeester van Amsterdam in 1748, I, 1 | |