terug  begin  verderprepost
[p. 56]


illustratie

[p. 57]

Tekst en vertaling

Boeven-tucht
ofte
Middelen tot mindering der
schadelyke ledighghanghers.

Exod: 22.

Zo iemand steelt en datmen het zelfde by
hem vint hy betale dat twevout, isset
niet in wezen hy vergheldet viervout:
heeft hijs gheen macht, men veroordele
hem tot een slaaf vercocht te werden &c.

t'Amsterdam
By Harmen muller, Figuersnyder,
inden gulden Passer. 1587.
[p. 58]

1Elders kooptmen duur om gheld onschuldighe slaven 2 Hier ismen verleghen met boeven tot straf veroordelt2 3 Al verschonckmen tghenot van haar roeyen of graven 4 Noch waren zy zelf en t'land hier duer ghevoordelt 5 Dus hoe wel ghy vrije landen gheen mensch-eyghendom sijt 6 Hengt uyt nood datmen boeven doe wercken tot haar eyghen profijt.

 

7Aen mijnen Heeren den Edelen ende 8 ghezanten der Steden in Holland des-9selvens Staten representerende.9

 

10VERTOONT met eerbieding zeker liefhebber des ghemeynen10 11 nuts, dat hy bemerckende den groten overlast te beduchten 12 staende zoo opten weghen als inden velden vant ledigh 13 gheboefte, nu eenighe Jaren by na heel ongestraft geweest, door 14 de zware stormen des oorlochs als hinderlyke beletselen voor 15 den uytwiedinghe van zulc willigh ende mild aenwassend15 16 oncruyd, ende daer door (ooc mede door dien dese krijgh veel16 17 naerstige broodwinners in verderflycke ledigh ghangers heeft17 18 verdorven) in groter menichvuldicheyd vermeerdert zijnde, 19 met vlytigher aendacht ghespoort heeft ghehad na eenighe 20 bequame middelen, om metten minsten quetse ende meeste 21 nut van desen lande, zulck geboefte spoedelijck ende zekerlijck 22 te doen verminderen tot een veylighe ruste vanden Landtsaten 23 ende tot een merckelyken oorbaer van desen Lande voorseyt.23 24 Ende gelet hebbende (na zijn slecht begrijp) opten, i, eynde24 25 alder straffingen, opten, ij, onvruchtbaren remedien tot noch 26 toe ghebruyct, ende mitsdien verstaende die nootsakelicheyd26 27 van sulcken, iij, onnutte in een nutte remedie te veranderen,27

[p. 59]

Elders koopt men voor veel geld onschuldige slaven;

Hier weet men geen raad met boeven die tot een straf zijn veroordeeld.

Al gaf men het geldelijk voordeel van hun roeien of grondwerk weg,

Dan nog waren zij zelf en het gewest erbij gebaat.

Vrije landen, staat op grond hiervan, om dat het nodig is, toe, Hoewel gij geen slavernij duldt, dat men boeven in hun eigen belang laat werken.

 

Aan de heren Edelen en aan de gezanten van de steden van Holland die samen de Staten van Holland vormen

 

legt iemand wie het algemeen belang ter harte gaat met eerbied voor, dat hij zich het hoofd heeft gebroken over maatregelen, toen hij oog kreeg voor de grote overlast, die zowel op de wegen als in het veld te vrezen is van het leeglopend geboefte, dat nu al enkele jaren bijna in het geheel niet gestraft is, doordat de zware stormen van de oorlog het wieden van zulk welig tierend en overvloedig opschietend onkruid op hinderlijke wijze beletten en dat daardoor nu (ook al doordat de oorlog vele hardwerkende kostverdieners in kwalijke leeglopers heeft doen ontaarden) tot een grote massa is vermeerderd. Hij heeft met grote oplettendheid en concentratie naspeuring gedaan naar alle mogelijke middelen om met de minste pijn en moeite en het meeste voordeel voor dit gewest, dat geboefte snel en doeltreffend te verminderen, ter beveiliging en geruststelling van de inwoners en tot aanzienlijk voordeel voor dit bovengenoemde gewest. Hij heeft (als eenvoudige leek) daarbij gelet op het doel van elke vorm van straf (Par. I), de onvruchtbaarheid van de tot nu toe gebruikte middelen (Par. II) en de daaruit voortvloeiende noodzaak deze nutteloze in nuttige middelen te veranderen (Par. III). Hij heeft bovendien gelet op de oorzaken

[p. 60]

28ooc mede gelet hebbende opten oorsaken vanden, iiij, aenwas 29 der Rabbauwen, namentlyck, v, onachtsaemheyd opten huys-30houdingen der armen, der zelver, vi, hope van onghestraftheyd30 31 mitsghaders, vij, kleyn ontsich voor eenen quaden voormid-3132dagh, heeft willen alle zulx, soo hy cortste mochte stellen by32 33 gheschrifte met by voeginge van nut-schijnende remedien daer 34 teghen, als eerst middelen om te comen tot gewisse, ix, kennis-35se van alle stercke arme ledichgangers ooc om alle den zelven 36 inheymsche wesende, xiij, nutbaer werck te besorgen, ende 37 den uutheymschen, xxij, uyt te houden, van gelyken mede37 38 eenige gerede ende oorbaerlyke straffingen der ledigen ende38 39 quaedtdoende Rabbauwen, te weten xxv, roeyen op Galeyen 40 opten veeren hier te lande, onnutte xxviij. duynen inden scha-41delyken meren of onnutte veenen te voeren: in besloten 42 plaetsen op water ende broodt nutte xxix. hantwercken te 43 leren ende plegen: ofte aen, xxx, gemeenlants wercken met43 44 dijcken, heyen, diepen ende anders te arbeyden. Door welcke44 45 voorschreven middelen (of andere diemen beter mach 46 bedencken) wech ghenomen souden werden voort eerst die 47 ledicheyd alder quaeddoens oorsake, de hope van ongestraft-48heydt, met het kleyn ontsich eender corter pijnen, ende zoude 49 mitsdien het gheboefte grotelick minderen, ende der landen49 50 ruste, xxxij, oirbaer ende, xxxviij, veylicheyd wenschelyck ver-5051meerderen tot eere Godes, tot loflyck gerucht van t'land van51 52 Holland, ende tot welvaren van desselvens inwoonderen, zo 53 breder ghesien mach werden inden geschrifte by desen overge-5354levert ende bedacht alleenlyck tot dienst vanden lande, ver-55soeckende de vertoonder niet anders dan dat sulcx ghelesen 56 mach werden by U.E. off ten minsten by eenighe daer toe by56

[p. 61]

van de groei van het aantal misdadigers (Par. IV), te weten: gebrek aan toezicht op de handel en wandel van de armen (Par. V), hun verwachting ongestraft te blijven (Par. VI) en voorts hun geringe angst voor een akelig ochtendje (Par. VII). Hij heeft al deze zaken zo beknopt mogelijk op papier willen zetten met eraan toegevoegd de maatregelen die van nut lijken, zoals allereerst de middelen om alle arme, tot arbeid bekwame leeglopers te registreren (Par. IX) en om al deze lieden, voorzover ze uit de stad afkomstig zijn, nuttig werk te bezorgen (Par. XIII) en, voorzover ze van buiten komen, buiten de stad te houden (Par. XXII). Verder voegde hij er enige bruikbare en nuttige straffen voor leeglopende en kwaaddoende misdadigers aan toe, nl. als galeislaaf roeien op de beurtschepen in dit gewest (Par. XXV); onbruikbare duinen in schadelijke meren of nutteloze venen werpen (Par. XXVIII); in afgesloten ruimtes, levend op water en brood een nuttig handwerk leren en beoefenen (Par. XXIX); of werken aan projecten van algemeen belang door dijken aan te leggen, te heien, te baggeren of anderszins (Par. XXX). Met deze bovengenoemde middelen (of andere, betere, die men kan bedenken) zal in de eerste plaats de ledigheid, oorzaak van alle misdaad, weggenomen worden, evenals de verwachting ongestraft te blijven en de geringe angst voor een maar even durende pijn, en daardoor zal het geboefte in aantal belangrijk teruglopen en in het gewest de rust, het voordeel (Par. XXXII) en de veiligheid naar wens toenemen (Par. XXXVIII), tot meerdere eer van God, tot roem van het gewest Holland en tot heil van zijn inwoners, zoals uitvoeriger gelezen kan worden in het geschrift dat hierbij aangeboden wordt en dat alleen ten dienste van het gewest is ontworpen. De schrijver verzoekt niets anders dan dat u of anders iemand in opdracht van u dit zal lezen opdat het, indien er iets

[p. 62]

57U.E. te committeren, op dat zo daer inne iet nuts mochte zijn, 58 tselve met verbeteringe int werck zoude moghen komen. Ende58 59 en sal de vertoonder, alst maer ghelesen ende by U.E. verstaen 60 is geweest, in allen ghevalle dese zijne goetwillige moeyten niet 61 verloren rekenen, al en soudet nergens anders toe dienen, dan 62 tot een vermaninge aen U.E. van een spoedige ende ernstlyke62 63 bedenckinge, om in dese zo wichtighe als noodige zake eerst-64daeghs te voorsien.

 

Middelen tot mindering der schadelijken65 ledigh-ghangers.66

 

67WEZENDE zo ledigh, als vyand van ledicheyd, wert ick van me-6768ninge met rechter onlede den zelven mijnen vyand, hinderlijck te68 69 zijn: in my zelve, met wat scrijvens dat nutter ware dan niet69 70 doen, oock in anderen met nasporinge van middelen tot min-7071dering vande schadelijke ledigh-ghanghers dienende: waer71 72 teghen veele placcaten met weynigh vruchts tot desen daghe72 73 toe vercondicht zijn gheweest. Ick hadde my eertijds laten73 74 voorstaen dat het verderflijcke oorlogh, ons ten laetsten dien74 75 oorbaar zoude toebrenghen dat het ooc der verdervers verderf-7576nisse zoude vallen, maer hier inne vinde ick my bedroghen76 77 doort niet onderscheyden des uytlandischen vanden inlandi-7778schen ja burgherlijcken krijgh. Want zoo dye dit schuym der78 79 menschen metten trom uyt alle hoecken verzamende gemeen-79

[p. 63]

nuttigs in zou staan, na verbetering in praktijk kan worden gebracht. De schrijver zal het in elk geval niet als vergeefse moeite beschouwen dat hij zich met de beste bedoelingen heeft ingespannen, zelfs al zou het tot niets anders dienen dan tot een aansporing aan u op korte termijn iets met zorg uit te denken om binnen afzienbare tijd in deze gewichtige en dringende kwestie een oplossing te bieden.

 

Middelen om tot vermindering van het aantal misdadige leeglopers te komen

 

Omdat ik niets te doen had, maar tegelijk vijand van niets doen ben, vatte ik het plan op door een verantwoorde werkzaamheid deze vijand van me* dwars de zitten: in mezelf met enig schrijfwerk dat nuttiger zou zijn dan niets doen, maar ook in anderen, door te speuren naar middelen om het aantal misdadige leeglopers te doen afnemen, tegen wie tot de dag van vandaag met weinig resultaat veel plakkaten zijn uitgevaardigd. Vroeger stelde ik me voor dat de verderfzaaiende oorlog ons tenslotte toch dit voordeel zou opleveren dat hij ook de verderfzaaiers in het verderf zou storten, maar hierin zie ik mij bedrogen doordat ik geen onderscheid maakte tussen de oorlog met het buitenland en de oorlog in eigen land, een burgeroorlog zelfs. Want zoals de eerste oorlog dit schuim der mensheid, bij elkaar getrommeld uit alle hoeken en gaten, gewoonlijk

[p. 64]

80lick opter vyanden bodem voert ende daer ombrengt: alzo80 81 maeckt burgerkrijgh van goud schuym van broodwinners le-82dighghangers ende van vlijtighe nuchtere godsvruchtighe niet 83 dan luye dronckene godlose luyden: ende werden daer door de 84 steden ende landen besaijet met traghe ezels, verwoedighe84 85 beren, ende geltgierige ja bloetgierighe wolven. Welcker quade 86 ghewoonte, nu by na verandert zijnde in nature, te beduchten 87 is, dat namaals inde ghemeyne vrede dit verdorven volcxken87 88 niemand laten zullen met vreden: als ontberende den schijn 89 vander oorlogen om onder den vyandlijken name vrunden te 90 beroven niet zullen laten allen weerlozen menschen te bescha-9091digen, om haer gewoenlijke ledighe brasserien te onderhouden.91 92 Als ick nu voornam te bedencken eenighe ghereede middelen92 93 daer door zulcke beduchte quaden voorhoedt souden moghen93 94 werden, behinderden my twee zwaricheyden, namentlijck des 95 tijts ongheleghenheyd met sampt mijn ongheleertheyd ende95 96 onverzochtheyd in burgherlijken zaken, want nademael de96 97 ghene die in staten zijn met zo veele wichtige landzaken onle-9798digh zijn dat tot dit mijn bedencken te horen (zwijge volvoe-9899ren) nauwelijck ledicheyd en zoude zijn, off daer inne schoon99 100 al iet wat ghoets bevonden mochte werder: zo conde ick mede100 101 licht vermoeden dat het zwaerlijc zoude vallen voor mijn 102 ongheleerde penne iet voort te brengen, dat verholen zoude 103 moghen zijn gheweest zoo menigh hooghgeleerd Land-bestier-

[p. 65]

naar vijandelijk grondgebied voert en daar opruimt, zo maakt burgeroorlog van goud schuim, van kostwinners leeglopers, en van vlijtige, sobere, godvruchtige mensen niets dan luie, dronken en goddeloze kerels. Hierdoor raken de steden en het platteland bezaaid met trage ezels, woeste beren en op geld, ja zelfs op bloed beluste wolven. Aangezien hun slechte gewoonten hun bijna tot een tweede natuur zijn geworden, valt te vrezen dat dit verdorven volkje naderhand in vredestijd niemand met rust zal laten. Omdat ze dan niet meer onder de dekmantel van een oorlogstoestand vrienden kunnen beroven onder het voorwendsel dat ze vijanden zijn, zullen ze er immers niet voor terugdeinzen alle weerloze mensen kwaad te doen om de holle braspartijen waaraan ze gewend zijn voort te zetten. Toen ik me nu voornam enige passende maatregelen te bedenken waardoor dergelijke te duchten wantoestanden voorkomen kunnen worden, zaten twee moeilijkheden mij in de weg, namelijk de ongunstige tijdsomstandigheden en vervolgens mijn gebrek aan kennis en ervaring in maatschappelijke aangelegenheden. Immers, omdat de leden van de Staten het druk hebben met zovele belangrijke bestuurszaken van het gewest dat er wel nauwelijks een vrij ogenblik zal zijn om deze ideeën van mij aan te horen (laat staan uit te voeren), gesteld al dat er iets goeds in kan worden aangetroffen, kan ik ook gemakkelijk vermoeden dat het mijn ondeskundige pen zwaar zal vallen iets te voorschijn te brengen dat tot dusver verborgen kan zijn gebleven voor zoveel zeer deskundige bestuurders van het gewest,

[p. 66]

104der, by welcker Rade de voorschreven placcaten met zo groo-104105ter omzichticheyt zijn gemaeckt, ende dat ic mitsdien bestaen-105106de mijn wijzer te leren te recht van vermetele verwaentheyd106 107 beschuldicht zoude moghen werden. Maer hier teghen be-108merckende dat het niet vergheefs zoude zijn zo daer nu wat 109 onbaerlijx bedacht ware, ende schoon al nu niet int werck109 110 ghestelt: ghemerckt zulcx namaels ter bequamer tijd met110 111 rijpen ernst naghedacht ende met toevindinge van beter mid-111112delen int werck zoude moghen komen. Van ghelijken ver-112113stond ic mede ghelijck noyt Vogel zo hoogh en vlooch hy en 114 moste zijn aes halen opter aerden, dat die grote van Staten114 115 dicmalen van hoge zaken moeten spreken met Nedere luyden,115 116 om uyt den zelven, als naerder kennisse hebbende vanden116 117 omme stand van eenighe zaken, den grond te halen daer op zy117 118 willen bouwen. Ick wist mede noyt in eenigen placcaten eenigh 119 verhael ghelesen te hebben vanden middelen my voor mijnder 120 ghedachten spiegele swevende: ende daer by dat mijns harten 121 hoochste lust was streckende tot iet te bedencken dat den ghe-122meynen ruste zoude moghen voorderlijck zijn.122

123Daeromme hebbe ick ghetroost zijnde niemands danck ende123 124 veel luyder ondanck te behalen, my verstoutet de voorschreven 125 mijne bedachte middelen te stellen by geschrifte: biddende alle 126 verstandigen diese zullen zien, den zelven met besnoeynghe 127 vant overtallige, ende toedoeninge vant noodurftige, eer te wil-127128len verbeteren, dan verachten: als voort ghecomen zijnde, niet 129 uyt verwaentheyd tot eyghen eere maer uyt goedtherticheyd 130 ten gemeynen besten, door eenen die liever niet, dan tot130 131 niemands nut zoude leven.

[p. 67]

die de genoemde plakkaten in hun adviescollege met zo grote omzichtigheid hebben opgesteld, en dat ik door de euvele moed te hebben mensen wijzer dan ikzelf te beleren, daarom terecht kan worden beschuldigd van overmoedige eigenwaan. Ik overwoog echter dat het geen vergeefse moeite zal zijn als er nu iets nuttigs wordt bedacht, ook al wordt het niet onmiddellijk in praktijk gebracht, omdat dit te zijner tijd, na rijp overleg, en aangevuld met betere middelen gerealiseerd kan worden. Evenzeer besefte ik ook dat, net zoals er geen vogel ooit zo hoog vloog of hij moest toch zijn voedsel op aarde halen, de voorname bestuurders dikwijls over belangrijke zaken moeten spreken met eenvoudige lieden, om van hen, aangezien ze meer vertrouwd zijn met bepaalde zaken, de fundamentele gegevens te krijgen, waarop ze zich kunnen baseren. Verder wist ik dat ik nooit, in welk plakkaat dan ook, enige vermelding aangetroffen had van de middelen die mij voor de geest zweefden, en bovendien dat het grootste verlangen van mijn hart ernaar uitging iets te bedenken dat de rust in het land kan bevorderen.

Daarom heb ik zonder me erdoor te laten afschrikken dat niemand me dankbaar zal zijn en velen me het kwalijk zullen nemen het aangedurfd de hiervoor genoemde door mij bedachte middelen op schrift te stellen; met een dringend verzoek aan alle deskundigen die ze onder ogen zullen krijgen ze, door het overbodige te schrappen en het ontbrekende toe te voegen, veeleer te willen verbeteren dan te verwerpen. Ze zijn immers niet voortgevloeid uit ijdel streven naar eigen roem, maar uit de sociale bewogenheid van iemand die liever helemaal niet dan tot niemands voordeel zou leven.

[p. 68]

I Tot wat eynde men straffet

133ALLE straffing schijnt voorneemlijck te gheschieden omme te 134 voorhoeden dat goede menschen sich niet en zouden begheven 135 ten quaden: dat quade luyden geneselijck zijnde, door anxte135 136 voor scande of smerte tot dueghden mochten komen: ende dat 137 bose ongeneselijcke schelmen met een vruchtbaer ontsich wech137 138 genomen ende de vromen beschermt zouden mogen werden. 139 Ende schijnt daerom oock gelooflijck dat alle land-lievende139 140 Princen, den versochten medecijns navolgende meer lusts heb-140141ben, oock meer eeren behalen daer inne, dat zy haren onderza-142ten voorhoeden voor de ziecten van stelen, knevelen ende142 143 moorden ende dit met zoete preservativen, dan int ghenesen143 144 zodaniger boosheyds cranckheyden door de scerpe recepten144 145 van bannen, geesselen ende oorsnyden, ick laet staen het bloe-146dige afsnijden van ongeneselijke verdorven lidtmaten. Dwelck146 147 doch mede onderwijlen al nodigh valt, maer zo weynigher zo147 148 loflijcker voor een goed Prince, die meer arbeyd te maken148 149 datter weynich strafwaerdige zijn, dan datter veele gestraft 150 zouden werden.

II Onrechte remedie.151

152NU heeftmen gesien dat over thien off twintich jaren tien-152153maelen meer geboefts werde gebannen, gegeesselt, gebrantte-153154kent, van ooren berooft, an galgen verworcht, int vuyr ver-155brandt ende op raderen gestelt, dan voor den tijd dat des Key-155156sers placcaten jegens den vaghebonden in groter menichten 157 waren verkondicht: zulx dat het geboefte met het menichvul-

[p. 69]

I Met welk doel men straft.

Elke bestraffing schijnt vooral plaats te vinden om ervoor te zorgen dat brave lieden zich niet op 't slechte pad begeven, dat onverlaten die nog te verbeteren zijn, uit angst voor schande of pijn een deugdzaam leven gaan leiden, dat gemene, onverbeterlijke schurken als heilzaam afschrikwekkend voorbeeld uit de samenleving verwijderd en nette mensen beschermd worden. Daarom ook lijkt het aannemelijk dat alle vorsten met liefde voor hun land net als ervaren artsen er meer zin in hebben en er ook meer eer mee inleggen hun onderdanen te vrijwaren voor ziektes als stelen, afpersen en moorden en dat nog wel met middelen die kwalen voorkomen en nog zoet zijn ook, dan zulke ziektes van het kwaad te genezen met bittere recepten als verbannen, geselen en oorafsnijden, laat staan het bloederige afsnijden van verziekte en niet te beteren ledematen. Dat is desondanks soms toch nodig, maar hoe minder, deste prijzenswaardiger voor een goed vorst die er zich meer voor moet inspannen dat weinigen voor bestraffing in aanmerking komen dan dat velen gestraft moeten worden,

II Onjuiste methode.

Men heeft nu vastgesteld dat in de afgelopen tien tot twintig jaar tien maal zoveel geboefte verbannen, gegeseld, gebrandmerkt, van oren beroofd, aan de galg gewurgd, op de brandstapel verbrand en op het rad te kijk gezet werd als vóór de periode dat de plakkaten van de keizer in groten getale tegen de zwervers werden uitgevaardigd, zodat met de toename van

[p. 70]

158digen der Placcaten zoo zeer vermenichvuldichde, dat byden 159 vroeden al werde beducht dat zulcke hopelijcke toeneminge159 160 des oncruyts noch eenmael het goede Coorn over thooft was-160161sen ende verdrucken zoude, zoo haest eenighe snelle voncke161 162 van oproer mocht vallen op zulc drooch bospoeder: in desen162 163 landt-verslinnenden brand des moordelicken burgherkrijghs. 164 Waer uyt lichtelijck mach ghemerckt werden dat die voor-165schreven placcaten teghen den leedich gangers ende Landt-166loperen een verkeerde remedie ende niet anders dan olye int 167 vuyr en zijn geweest.

IIJ Veranderinge van remedie nodigh.

169OF dit nu komt door aenwas van menschen, dan oft komt 170 door der Bailliuen ende Schouten slapheyd, die meerdeels170 171 vlijtiger zijn int vanghen vanden Rijken daer gewin uyt wert 172 verhoopt, dan vanden armen daer geen baet, maer schade int172 173 lange verschiet vande kosten staet te verwachten, is hier niet173 174 ghelegen te onderzoecken. Maer staet met ernst te betrachten174 175 dat het openbare zotheyd is te blyven by zodanigen remedie,175 176 die bevonden wert van tquade arger te maken, ende datmen 177 om wijselijck te doen het bevonden quaed moet verwerpen 178 ende na ander raed sporen die beter zy. Waer toe nut schijnt 179 het ondersoeck vanden oorzaken die tgeboefte zoo overvloede-180lijck doen vermeeren, omme die recht verstaen zijnde wech180 181 ghenomen te mogen werden tot een ware verminderinge vande 182 ledige Rabbauwen.

[p. 71]

het aantal plakkaten het aantal schurken zozeer toegenomen is dat verstandige mensen al vrezen dat zo'n massale uitbreiding van het onkruid het goede koren nog eens boven het hoofd zal groeien en in de verdrukking brengen, zodra een wegspattende vonk van oproer zal vallen op zulk droog buskruit, hetgeen goed denkbaar is in deze landverslindende vuurzee van de moordende burgeroorlog.

Daaruit kan gemakkelijk afgelezen worden dat de genoemde plakkaten tegen de nietsnutten en de landlopers een onjuist middel zijn geweest en alleen maar olie op het vuur.

III Verandering van aanpak is nodig.

Het is hier niet de juiste plaats om te onderzoeken of dit nu komt door de bevolkingsgroei of door slap optreden van de baljuws en schouten, die in meerderheid ijveriger rijken arresteren, dan armen, van wie geen winst, maar verlies kan worden verwacht, omdat de onkosten lange tijd voorgeschoten moeten worden. Men moet echter ernstig onder ogen zien dat het zonneklare dwaasheid is vast te houden aan een middel dat blijkbaar het kwade nog verslechtert en dat men, wil men wijs handelen, dat wat slecht bevonden is moet verwerpen en naar een andere oplossing zoeken die beter is. Dienstig daartoe lijkt onderzoek van de oorzaken die het geboefte in zo overvloedige mate in aantal doen toenemen, opdat die, als ze eenmaal doorgrond zijn, weggenomen kunnen worden om te komen tot reële vermindering van het aantal nietsuitvoerende misdadigers.

[p. 72]

IIIJ Oorsaken vander rabbauwen aenwas.

184DEZER oorzaken vintmer (neven eenige andere) drie principa-184185le: te weten toelatinghe vant ledighe brassen der arme men-185186schen: zodanige luyder hope van ongestraftheyd: ende cleyn186 187 ontsich der zelver voor eenen quaden voormiddaghe, zo zy dat187 188 noemen.

V Onachtsaemheyd opter armoet huyshoudinge.

191ZEKER al ist zulx dat d'overheyd zorghvuldelijck behoort te 192 letten op te huyshouding der armer ghemeenten, zo gheschiet192 193 nochtans tzelve in gheenen Steden daer ick af hebbe konnen 194 verhoren. Daeromme de arme jonckheyd qualijck op ghevoedt 195 zijnde, lichtelijck geraeckt aent ledigh ghaen, tuysschen ende195 196 drincken, ende zoo henluyder armoede niet en vermagh zulck 197 winneloos smetsen te voeden: van waar moet het anders ghe-197198haelt werden dan (zo spreeckwoord met brengt) door quade 199 middelen. 200

 
Die niet en wint noch niet en heeft,
 
stadigh inde Taveernen leeft
 
en die Waerdinnen wel betaelt
 
ist niet groot wonder waer hijt haelt?

VI Hope van ongestraftheyt.

205WANT zulcke luye sluymers gherakende onder den Rabbau-205206wen, bemercken der zelver menichte groot, ende den ghestraf-207ten vandien weynigh, als die zeltzaam ghevangen werden, over-207

[p. 73]

IV Oorzaken van de toename van het aantal misdadigers.

Men vindt onder deze oorzaken (naast enige andere) er drie die vooropstaan, nl. toelaten dat arme mensen in ledigheid brassen; de verwachting van zulke mensen ongestraft te blijven en ook hun geringe angst voor een akelig ochtendje, zoals zij het noemen.

V Gebrek aan aandacht voor handel en wandel van de armen.

Al is het zeker zo dat de overheid zorgvuldig behoort te letten op de handel en wandel van het arme deel van de bevolking, gebeurt dat echter in geen van de steden waarover ik inlichtingen heb kunnen krijgen. Daarom vervalt de arme jeugd, slecht opgevoed als zij is, gemakkelijk tot lanterfanten, dobbelen en drinken, en indien hun armoede hen niet in staat stelt dergelijk niets opbrengend brassen te bekostigen: hoe moet het geld anders verkregen worden dan met slechte middelen? Zoals het spreekwoord suggereert:

 
Wie niets verdient en niets heeft,
 
voortdurend in kroegen leeft,
 
en de kroeghoudsters goed betaalt,
 
is 't niet een groot raadsel vanwaar hij 't haalt?

VI Verwachting ongestraft te blijven.

Want wanneer dergelijke luie slempers onder de misdadigers geraken, bemerken zij dat hun aantal groot, en de hoeveelheid gestraften uit hun midden klein is, aangezien ze zelden gevan-

[p. 74]

208mits vreze, te weten der Landlieden van an kolen geleyd te208 209 werden, ende der Officieren voort lange verschiet van kosten.209 210 Ende makende zich zelve alzo eenen hope van bedectelyck te210 211 stelen en roven, van te ontkomen, of van zachtelijck ghestraft 212 te werden, begheven zy luyden zich vrymoedelijcken tot quaed212 213 doen omme daer door ledichlijck ende gulzelijck te moghen213 214 leven.

VIJ Kleyn ontsich vande dood.

216MAER ghenomen henluyden t'ongheluck al mochte treffen216 217 van ghevangen of ghedodet te werden, zo achten zy een ghoed217 218 spelen ghaen een ghatslagh waerdigh te zijn. Ende hier inne 219 Philosopherende verstaen zy dat zy doch eenmael moeten ster-219220ven door ziecten of anders, verkiezen eenen korten scerpen220 221 voor eenen langen quynende dood, ende meynen alzo dat de 222 straffinge der Overheyd henluyden zoetelijker handelt dan de 223 nature zelve. Oock achten zy hoor gevaerlicheyden veel kleyn-223224der ende haar weelde veel groter dan der Landsknechten, die224 225 met pijnlyker armoeden op zorchlyke tochten ende schutghe-225 226 veerten lopen om vier stuvers daaghs (zomen zeyd) ende 227 savonds den keel of.227

[p. 75]

gen genomen worden, omdat de boeren bang zijn dat hun eigendommen door hen in de as gelegd worden, en de gerechtelijke ambtenaren dat ze de onkosten langdurig moeten voorschieten. En daardoor in de verwachting onopgemerkt te kunnen stelen en roven, en te ontkomen of licht gestraft te worden, gaan deze lieden onbekommerd over tot het bedrijven van misdaden, teneinde zodoende in ledigheid en overdaad te kunnen leven.

VII Geringe angst voor de dood.

Maar gesteld al dat hen het ongeluk mocht treffen gevangen genomen of gedood te worden, dan nog menen zij dat eens flink uit de band springen wel een aframmeling waard is. En wanneer zij in deze lijn wat voortfilosoferen, zien zij in dat zij toch eenmaal moeten sterven, door ziekten of anderszins, verkiezen zij een korte, plotselinge dood boven een lange, slepende, en menen zij dus ook dat de straf van de overheid hen genadiger behandelt dan de natuur zelf. Ook vinden zij dat zij minder risico lopen en meer profijt behalen dan de soldaten, die in nijpende armoede deelnemen aan gevaarlijke veldtochten en schermutselingen met de vijand (naar men zegt) voor vier stuivers per dag en 's avonds een mes door hun strot.

[p. 76]

VIIJ

229MOCHTEN nu ghevonden werden bequame middelen tot229 230 wechneminge der voor gemelde drie oorzaken vanden anwas 231 der Rabbauwen, zo waar der zelver mindering ghewis te ver-232hopen. Ende schijnt dat deerste ende hooft oorzake verdwij-233nen zoude, by aldien men inden steden oock in Volck-rijke233 234 Dorpen dese navolghende ofte gelijke ordeningen maeckte234 235 ende ernstelijck onderhielt.235

IX Ondersouck opten ledich gangers.

237TE weten dat een Schoutet met eenighe Scepenen ofte Raden237 238 alle weke eenen halven dagh onledigh zouden zijn int onder-239vraghen vanden Hoomans der gebuurten, wat luyden in hare239 240 gebuurten wonen die ghene Renten hebbende nochte ghoede-240241ren, dagelyx ledigh ghaan drincken ende tuysschen, latende241 242 wijf ende kind honger lijden of tot last vande ghemeente bede-243len. Ende om te verhoeden slapheyd in dezen vanden Schouten 244 metten Scepenen mochte ghestelt werden een general Commis-245saris die op zekere tijden vanden jare zoude trecken door den 246 Steden omme uyten Officieren te vernemen wat zy luyden246 247 metten Scepenen hier inne gedaen ende bevonden hadden,247 248 omme den bevonden ledigh ghangers die meer malen vermaant 249 zijnde zich niet ten arbeyd en hadde begheven, byden halse te 250 nemen ende na behoren te straffen. Want dit zoude ongetwij 251 felt allen ledigh ghangers melden, omme op eenigh handwerck251 252 ghedrongen, of aent gemeyn werck ghebruyckt te werden.

[p. 77]

VIII

Als er nu geschikte middelen gevonden kunnen worden om de hiervoor genoemde drie oorzaken van de groei van het aantal misdadigers weg te nemen, dan zal vermindering daarvan zeker verwacht kunnen worden. En het komt mij voor dat de eerste en voornaamste oorzaak zal verdwijnen, ingeval men in de steden, en ook in de grotere dorpen, de volgende of daaraan gelijke verordeningen opstelt en er nauwgezet de hand aan houdt.

IX Onderzoek naar de lediggangers.

Namelijk dat een schout met enkele schepenen of raden elke week een halve dag bezig zal zijn bij de wijkhoofden na te vragen welke wijkbewoners zonder inkomsten of bezittingen elke dag zonder iets uit te voeren gaan drinken en dobbelen, terwijl ze vrouw en kind honger laten lijden of tot last van de gemeente laten bedelen. En om slapheid van de schouten en schepenen in deze te voorkomen kan een algemene commissaris benoemd worden, die elk jaar op gezette tijden langs de steden de ronde doet om van de schouten te vernemen wat zij met de schepenen wat dit betreft hebben ondernomen en bevonden om de aangetroffen nietsnutten, die hoewel herhaaldelijk vermaand, niet zijn gaan werken, in de kraag te grijpen en naar behoren te straffen. Want dit zal ongetwijfeld alle nietsnutten aan het licht brengen, opdat ze tot een of ander ambacht verplicht, of bij de openbare werkzaamheden gebruikt kunnen worden.

[p. 78]

X

254TEN tweeden waer nodigh eenen wech te vinden omme der 255 quaed doenders hope van onghestraftheyd te benemen. Daer255 256 toe zoude dienen weghneminge vander Landluyden angste 257 voor beschadight te werden: dwelck zijn mochte, zo danige257 258 straf der Rabbauwen, dat zy den Landman niet weder opten 259 hals en quamen, als wraeckghierighe buedels der arme luyden,259 260 zo nu dagelyx gheschiedt na Bannissementen geesselingen ende 261 dierghelijke straffen. Item weghneminghe vander Officieren261 262 slapheyd, ende dit by korter ende gewisser executien dan nu262 263 ghevalt, zo dat zy mits dien vant grote verschiet ghevrijt zou-263264den zijn ende vant kleyne licht betaalt mochten werden. Ende264 265 ten laesten oock weghneminge vander Schepenen ombeschey-265266dene barmherticheyd duer eenen ghereden straffe na groot of266 267 kleyn mesdaed lichtelick te matighen, alsomen den Schepenen267 268 nu onghaarne ziet komen aen Landlopers te doen geesselen, 269 ende diefkens te doen ooren afsnijden ende bannen, verstaen-269270de (niet heel tonrecht) dat de schaemte zo eenmael verloren270 271 zijnde, zulcke Landlopers ende diefkens eerst onder den Rab-272bauwen ende voorts aender galgen werden gebannen, hoe wel 273 zy anders dickmaal niet gheheel ongheneselijck zijn.

XI

275ENDE waar ten derden nodigh te ghebruyken teghen den 276 dootschuldigen schelmen eenigen straffe bitterder wesende dan 277 die dood zelve, daar af oock d'exempelen bereyt ende over al277 278 voor oogen mochten zyn tot bewijs van een strenge ende on-279verbiddelicke, ooc langhdurighe straffinge zodanigher boeven.

[p. 79]

X

In de tweede plaats is het nodig een manier te vinden om de verwachting van de misdadigers ongestraft te blijven te vernietigen. Daartoe is het dienstig de angst van de boeren dat aan lijf en goed schade toegebracht wordt weg te nemen; wat kan gebeuren door een zodanige bestraffing van de misdadigers dat zij de boer niet opnieuw lastig vallen, als op wraak beluste beulen van arme sloebers, zoals nu dagelijks gebeurt na verbanningen, geselingen en dergelijke straffen. Evenzo is het daartoe dienstig de slapheid van de schouten weg te nemen en wel doo door snellere en duidelijkere berechtingen dan nu, zodat de schouten daardoor van de grote kosten verlost zijn en de kleine kosten gemakkelijk terugbetaald krijgen. Tenslotte kan het daartoe ook dienstig zijn de onoordeelkundige barmhartigheid van de schepenen weg te nemen, die eruit bestaat een straf die past bij een grote of kleine misdaad te gemakkelijk te matigen, aangezien men de schepenen er nu slechts met tegenzin toe ziet komen landlopers te laten geselen en diefjes de oren te laten afsnijden en te verbannen, ervan overtuigd (niet geheel ten onrechte) dat wanneer het eergevoel op deze wijze eenmaal verloren is gegaan, zulke landlopers en diefjes eerst onder de misdadigers en vervolgens aan de galg terecht komen, hoewel ze anders vaak niet helemaal onverbeterlijk zijn.

XI

In de derde plaats is het nodig een straf bitterder dan de dood zelf toe te passen op schurken die de doodstraf verdiend hebben, waarvan ook de voorbeelden indrukwekkend en overal te zien moeten zijn, als een bewijs van strenge en onverbiddelijke, alsmede langdurige bestraffing van zulke boeven.

[p. 80]

XIJ

281INT iij. artikele voor ditte is gezeydt vande middelen om te 282 comen tot kennisse vande ledighghangers, daar af ick nu wil282 283 ghaen tot de wijse omme te voorhoeden den aanwas der zelver, 284 om daar na voorts te handelen vande straffing daer tegen be-284285quaam zijnde ende ten laatsten hoemen der quaaddoenders 286 hoope van onghestraftheyd, van ghelijcken henluyder kleyn286 287 ontsich wegh zoude mogen nemen.287

XIIJ Allen ledichgangers werc besorgen.

289TOT voorhoeding vanden milden aanwas der schadelyke ledigh289 290 ghangers waar nodigh den ingeborenen werck te geven, ende 291 den vreemden uyt te sluyten.

XIIIJ

293BEROERENDE het werck gheven voor den inheemschen, mos-293294ten bedacht zijn wijzen bequaam zijnde in elcke plaetse om zo 295 wel vrouwen als mans personen stadelijck te onderhouden in295 296 eenigen nutten arbeyd, op dat henluyden den ghewoonlijcken 297 valschen onschuld van niet te doen te hebben ghanschlijck297 298 mocht benomen werden. Ende dit meest inden Steden want de 299 Dorpen doorghaans min volx hebben ende meer onkonstighen299 300 arbeyd van spitten maeyen dorsschen ende dierghelijcken 301 meer.

XV

303ONDER den Steden heeft elck doorghaens zijn besondere303

[p. 81]

XII

In par. IX is gesproken over de methoden om tot registratie van de lediggangers te komen, waarbij aanknopend ik nu over wil gaan tot de manier om de aanwas van de lediggangers te voorkomen, om vervolgens de bestraffing die ervoor geschikt is te behandelen en tenslotte de verwachting van de misdadigers ongestraft te blijven, alsmede hoe men hun geringe vrees daarvoor weg kan nemen.

XIII Alle lediggangers werk bezorgen.

Ter voorkoming van de welige groei van het aantal schadelijke lediggangers is het nodig de autochtone bevolking werk te geven en de vreemden buiten te sluiten.

XIV

Betreffende de werkverschaffing aan de autochtone bevolking moeten manieren bedacht worden die voor elke plaats geschikt zijn om zowel vrouwen als mannen onafgebroken bezig te houden met een of andere nuttige werkzaamheid om hun het gebruikelijke smoesje niets te doen te hebben helemaal te kunnen ontnemen. En dit vooral in de steden, want de dorpen hebben doorgaans minder inwoners en meer ongeschoolde arbeid in de vorm van spitten, maaien, dorsen en dergelijke.

XV

Elke stad heeft zo zijn eigen vormen van economische bedrij-

[p. 82]

304ghenade van hantering, ende en magh derhalve hier gheen een-304305rehande voet, passende voor alder steden schoenen, gestelt 306 werden. Ende wil daeromme eenen stellen bequaam zijnde ten 307 minsten voor eenige Steden omme oud ende jong, man ende 308 vrou stadelijck te moghen doen hebben oorbaerlijken arbeydt.308

XVI

310GHEKOMEN zijnde doort middel vanden neghensten artikele 311 alhier, of door andere bequamere, tot kennisse vande ledige 312 personen. Mochte elcke Stad door d'overheyd jaerlix ghestelt 313 werden vier eersame doorsichtighe mannen ende vier eerbare313 314 wel huys houdende matronen omme te doen zo hier na volght.314

XVIJ Der matronen opsicht op vrouwen ende meyskens.

317TE weten de matronen omme alle daghe op zekere uren te ver-317318samen in een zekere plaetse, daer zy zouden uyt leveren vlas318 319 ghaern ende webben aen hekelsters, spinsters, wevers offte319 320 weefsters ende bleycsters ende oock omme tvlasch, tgaerne320 321 ende den webben ontfangende, het loon na betamen daer af te 322 betalen, ende van alles ghoed boeck te houden.

XVIIIJ323

324TOT welcke betaling de Stede offte goede luyden dezen ar-324325beydshuyse zouden moeten onderleggen eenige hondert gulde-325326nen naer eysche vanden arbeydtsters. Daer aen qualijck schade

[p. 83]

vigheid en derhalve kan hier niet éénzelfde leest waarop de schoenen van alle steden passen gegeven worden. Daarom wil ik er een aanreiken die tenminste in enige steden bruikbaar is om oud en jong, man en vrouw voortdurend van nuttige arbeid te voorzien.

XVI

Als m.b.v. de methode die hier in par. IX genoemd is of m.b.v. andere, doeltreffender methoden de lediggangers geregistreerd zijn, dan kunnen in elke stad door de overheid jaarlijks vier verstandige mannen met een goede reputatie en vier fatsoenlijke, bekwame huismoeders aangesteld worden om als volgt te handelen:

XVII Toezicht van de huismoeders op vrouwen en meisjes

De huismoeders nl. kunnen worden aangesteld om elke dag op vastgestelde uren samen te komen op een afgesproken plaats, waar ze vlas, garen en weefsels aan hekelaarsters, spinsters, wevers of weefsters en bleeksters uitdelen en ook om, als ze het vlas, het garen en de weefsels terug gekregen hebben, daarvoor een passend loon te betalen en om van alles goed boek te houden.

XVIII

Om deze betaling mogelijk te maken moeten de stad of de welgestelde burgers van goede wil deze werkplaats ondersteunen met enige honderden guldens, zoveel als de tewerkstelling van de arbeidsters vereist. Daarvan valt nauwelijks verlies te vrezen,

[p. 84]

327te beduchten, maer wel winst uyt te verhopen staat door 328 Godes zegening, zo oock tghaern beter is dan tvlasch ende de328 329 webben dan tghaern, ende mitsdien de ghemeente van den329 330 bedellast ghevrijt zoude zijn vanden armen die van haren 331 eyghen handsarbeyd zouden leven.

XIX

333ENDE zouden mede die matronen ghoet opsicht nemen opten333 334 gheenen die tghehekelde vlasch, tghaern, of de webben lang-335saem brachten, omme zo zy vermercten zulx te komen uyt 336 traecheyd, den zelven traghen zulx dickmael pleghende, na 337 voor ghaende scerpe berespingen, waerscouwingen ende drey-338ghementen, aen te gheven den Schoutet, die zodanigen stellen 339 zoude op eenen toorne daermense eenen tijd lang na schulde,339 340 vlytelijcken zoude leren wercken, op water ende brood, dat-341men haer zoude gheven telcken als zy luyden eenen bequamen341 342 daghwerck zouden op leveren ende anders niet.

XX Der mannen opsicht op mans ende knechtkens.

345MAER zouden die vier eerzame mannen scherp opsicht dra-345346ghen opten ledighen mans perzonen jongen ofte ouden, omme 347 den knechtkens, gesellen ofte mans gheen ambacht konnende347 348 te besteden aen eenighen Meesteren van onkonstighen offte348 349 oock konstighen hantwercken na de grofheyd ofte abelheyd349 350 der Leerlingen, ende den ghenen die ambachten konnen aen 351 werck helpen, al waart schoon om wat minder loons, zoot351 352 beter is wat ghedaen ende ghewonnen, dan winneloos ledigh352

[p. 85]

maar wel winst te verwachten, omdat Gods zegen erop rust en ook omdat het garen meer waard is dan het vlas en de weefsels meer waard zijn dan het garen. Daardoor zal de gemeenschap verlost zijn van de last van de bedelende armen die dan immers met hun eigen handen de kosten zouden verdienen.

XIX

Verder moeten die huismoeders goed letten op diegenen die het gehekelde vlas, het garen of de weefsels niet tijdig inleveren. Als ze vaststellen dat dit het gevolg is van luiheid, dan moeten ze deze luiaards die zich hier bij herhaling aan schuldig maken na voorafgaande scherpe berispingen, waarschuwingen en dreigementen aangeven bij de schout die zulke figuren in een gevangenis moet opsluiten waar men ze zo lang als nodig is vlijtig kan leren werken, op een rantsoen van water en brood dat men hun moet verstrekken elke dag waarop ze een behoorlijke hoeveelheid werk hebben afgeleverd en anders niet.

XX Het toezicht van de mannen op volwassen en jeugdige manspersonen.

Op hun beurt moeten die vier algemeen geachte mannen scherp controle uitoefenen op de mannelijke werklozen, jong of oud en moeten erop toezien dat de ongeschoolden, jong, wat ouder of volwassen, naar gelang ze dom of handig zijn te werk worden gesteld bij bepaalde bazen die een bedrijf uitoefenen waarvoor geen bijzondere kundigheid vereist is of ook bij bazen bij wie dat wel het geval is. De geschoolden moeten ze aan werk helpen, zij het dan voor wat minder loon, omdat het beter is wat te doen en te verdienen dan zonder inkomsten

[p. 86]

353gheghaen twelck niet dan quaed leert doen.

XXI

355ENDE zouden deze arbeydsvoochden alle heyligh avonden355 356 omme ghaen ten huyzen vanden Meesteren der leerlingen ofte 357 arbeydsgesellen, te vernemen of zy luyden oock stadelijck te357 358 werck comen ende vlytelijck arbeyden of leren, ende metten 359 traghen handelen als voorstaet vanden vrouwen artykelen xix. 360 Belangende nu het school ghaen ende predick hooren op zon-360361dagen vande knechtkens ende meyskens mochtmen volghen 362 den voet nu al gereedt wesende inden heylighen Geest, offte362 363 der huys armen huyzen.

XXIJ

365ZO vele nu aanghaat vanden vreemden gezonden ende365 366 stercken ledigh ghangers, zoude licht moghen geschieden doort 367 stadigh wachten inder poorten, daar zulx van zelfs valt. Off367 368 anders door scherp gebod ende vlytigh onderhouden dat nie-369mand eenighe vreemde ghezonde ende stercke bedelaers her-370berghen zoude, zonder den namen aen te brengen totten Offi-371cier, ende dat dan noch niet langher dan eenen nachte op 372 merckelijcke boeten. Maer mochten zeer oude, zeer jonge, oft372 373 krancke ende lidbrokighe perzonen, na gheleghentheyd inden373 374 Ghasthuysen gheherberghet werden.

XXIIJ

376ZO mochten mede de bedelaers zelve, langer dan eenen nacht 377 (het zy dan by verwisselinge van name of anderes) in een stede

[p. 87]

werkloos rond te hangen, wat alleen maar tot misdaad leidt.

XXI

Verder moeten deze toezichthouders alle vrije avonden een ronde maken langs de bazen van de leerlingen of knechten om te informeren of ze wel altijd op hun werk komen en vlijtig werken of leren. Met de luiaards moeten ze handelen zoals hierboven in par. XIX over de vrouwen vermeld staat. T.a.v. het schoolbezoek en de zondagse kerkgang van de jongens en meisjes kan men de regels volgen die momenteel in de Heilige-Geesthuizen of armenhuizen gelden.

XXII

Wat nu het toezicht op de gezonde en krachtige bedelaars van buiten de stad betreft, dit kan gemakkelijk plaats vinden door onafgebroken controle bij de poorten waar dit in één moeite doorgaat. Of anders door een strenge verordening waaraan nauwgezet de hand gehouden wordt, dat niemand gezonde en krachtige bedelaars van elders mag herbergen zonder de namen aan de schout door te geven. Dat mag dan nog hoogstens voor één nacht met zware boetes voor overtreders. Wel kunnen zeer oude, zeer jonge of zieke en invalide personen eventueel in de gasthuizen worden ondergebracht.

XXIII

Op dezelfde wijze moeten ook de bedelaars zelf die langer dan één nacht (door van naam te veranderen of op een andere manier) in een stad verblijven, gestraft worden door ze evenveel

[p. 88]

378blyvende, ghestraft werden, met zo veele maenden lang als zy 379 dagen langer dan eenen dagh in elcke stede bleven, ghebannen 380 te werden inden ghemeynen wercken daar af noch ghezeyt zal380 381 werden. Ende waer te verhopen, zo zulcke straf strengelijck 382 waar onderhouden, zo wel aenden vreemden bedelaers zelve 383 als aen die henluyden herbergen, dat alle vreemde Rabbauwen 384 haest vervreemden ende wegh blyven zouden.384

XXIIIJ Gherede ende nutbare straffinge.385

386KOMENDE nu opte gherede wijze vande straffe der ghezonde 387 ledighghangers wil ick hier stellen vier, ende anderen daer387 388 mede aanwijzing doen omme zelve andere ende beter middelen 389 na ghelegenheyd der Landschappen daer zy luyden wonen, te389 390 bedencken.

XXV Galeyen te roeyen.

392DEERSTE daer van is, datmen mochte doen maken Roeysche-393pen, van grootheyd ende menichte van riemen nade gheleghen-393394heyden der veeren van Aemsterdamme ende Dordrecht op ver-395scheyden plaatsen zijnde, ende die zelve oock licht ende stijf,395 396 alleen om menschen te voeren, ten halven met een afschutsele396 397 tusschen den roeyers ende reyzenaers, zo dat niemand vreemts 398 en mochte komen byden Roeyers, die op hare bancken vast 399 gheketent zouden roeyen onder tgebied van strenge Patronen,399 400 ende zoude der Roeyers spijse zijn brood ende haer dranck wa-401ter.

[p. 89]

maanden als het aantal dagen dat ze boven die ene dag in een stad doorbrachten te verbannen naar de projecten van algemeen belang waar nog over gesproken zal worden. Als die straf streng wordt toegepast zowel op de uitheemse bedelaars zelf als op wie hun onderdak verlenen, dan is te verwachten dat alle misdadigers van elders haastig naar elders zullen vertrekken en weg zullen blijven.

XXIV Passende en bruikbare strafmethodes.

Ik ga nu over tot de passende wijze waarop gezonde leeglopers gestraft kunnen worden en wil in dat verband hier vier middelen naar voren brengen en anderen daarmee een richtlijn geven om zelf andere en betere te bedenken afhankelijk van de lokale omstandigheden.

XXV Galeien roeien.

Het eerste middel is roeischepen te laten maken van eenzelfde omvang en aantal riemen als de beurtschepen die vanuit Amsterdam en Dordrecht op allerlei plaatsen varen, verder wendbaar, goed in het water liggend en uitsluitend voor personenvervoer. In het midden moet een scheidingswand tussen de roeiers en de reizigers zijn, zodat geen onbevoegde bij de roeiers kan komen, die, op hun banken vastgeketend, moeten roeien onder leiding van strenge opzichters. Het voedsel van de roeiers moet brood zijn en hun drank water.

[p. 90]

XXVI

403Hier op zouden voor een Jaer zes, thien off hondert na403 404 schuld ende ghelegenheyd ghebannen werden, alle ghesonde404 405 bedelaers, dieven, gheweldighers, knevelaers ende andere quaed405 406 doenders niemanden ghedood hebbende, zonder te vergeten 407 wijvesmiters, dagelijxe dronckers, tuyschers, doorbrengers407 408 ende kinders hoor ouderen lastigh ofte wederspanigh zijnde,408 409 welcker kost men opten roeyschepen of Galeyen zoude kopen409 410 omme te leren roeyen en alzo inde plaatse van kerckers, dol-410411huyskens, doorkisten ende Kastelen ghebruiken deze Ghaleyen 412 die so geroeyt zijnde den koopman veyligh als snelswemmende 413 visschen door storm ende onweder ter begeerder plaatsen zou-414den moghen brenghen.

XXVIJ

416MAER zo iemand in dese nieuwicheyd zwaricheyd (meest416 417 allen nieuwicheyden verzellende) wilde maken van de kosten417 418 der Scepen, oft hinder der Scipperen ende schuytluyden: die418 419 zal haest vernoecht zijn met het onwaerdeerlijck profijt dat-419420men trecken zoude uyte verpachting ofte bediening der voor-420421schreven Veeren, ick zwijge met de gereedheyd der Roeyscepe-421422pen nu al voor handen zijnde oock met de vermindering vande422 423 groote kosten der Justitien nu vallende zo int lange leggen, als423

[p. 91]

XXVI

Naar deze schepen moeten voor één, zes, tien, of honderd jaar (al naar gelang de zwaarte van hun overtreding en de praktische mogelijkheden) alle gezonde bedelaars, dieven, geweldplegers, afpersers en andere misdadigers die niemand van het leven beroofd hebben, verbannen worden, zonder voorbij te gaan aan de vrouwenmishandelaars, eeuwige dronkaards, dobbelaars, verkwisters en kinderen die hun ouders tot last zijn of die onhandelbaar zijn, die men op de roeischepen of galeien in de kost kan doen om ze te leren roeien. Zo kan men aldus in plaats van ze op te sluiten deze galeien gebruiken, die, op deze wijze voortgeroeid, als vissen zo snel de koopman veilig door storm en slecht weer naar de plaats van bestemming kunnen brengen.

XXVII

Maar als iemand bij deze nieuwigheid moeilijkheden maakt, een begeleidend verschijnsel van elke nieuwigheid, nl. over de kosten van de schepen of de hinder voor de schippers en de bootslui, dan zal hij wel spoedig tevreden gesteld zijn door de onschatbare winst die men zal halen uit de verpachting of exploitatie van de genoemde beurtschepen, en zeker ook al doo door de bruikbaarheid van de roeischepen die nu al voorhanden zijn en door de vermindering van de hoge gerechtelijke kosten, die nu verbonden zijn zowel aan het langdurig vast-

[p. 92]

424int executeren der gevangenen, oock daer mede dat weynigh424 425 Scippers sich generen met menschen vracht, ende men wel425 426 schuyteboeven vindt, die rechte boeven zijn zo wel het roeyen 427 opten Ghaleyen verschult hebbende, als zy zeer wel roeyen427 428 konnen.

XXVIIJ Duynen inden meyren brengen.429

430DE twede middele is datmen dit quade volck ghoed land zoude 431 doen maken vande schadelijcke duynen ende meren. tWelck431 432 niet kommerlijck schijnt, alsmen den Rabbauwen met ketens432 433 off yzeren bouten aenden anderen gevetert zijnde by koppe-433434len, tzand dede werpen in ende wederom uyten schuyten ten434 435 opsien vanden Patronen der werckender Rabbauwen: zo inden435 436 meren ende veenen, als inden duynen te bestellen tot bengel-436437meesteren der schelmen ende regeerders vande affkerringe437 438 mette toemakinge vanden lande. Welck geboefte droogh brood 439 eeten, water drincken ende op droogh stroy rusten zoude, bin-440nen een besloten plaetse te maken ter steden ofte Dorpe,440 441 naestleggende den plaatse daar langhst werck van afkarringe441 442 zoude vallen.442

[p. 93]

zetten van gevangenen als aan het voltrekken van hun straf en ook al daardoor dat weinig schippers de kost verdienen met personenvervoer en men zeker wel scheepsmaten (knechts) kan vinden, die ook echte celmaten (boeven) zijn en die niet alleen het roeien op de galeien schuldig zijn, maar daarbij ook nog zeer goed kúnnen roeien.

XXVIII Duinen in meren werpen.

Het tweede middel is dat men dit slechte volk goed land laat maken van de schadelijke duinen en meren. Dit lijkt niet bezwaarlijk, als men de misdadigers, met kettingen of ijzeren bouten paarsgewijs aan elkander gekoppeld, het zand in en weer uit de schuiten laat scheppen onder het toeziend oog van de opzichters van de werkende misdadigers, die zowel bij de meren en venen als de duinen moeten worden aangesteld om onder de schurken orde te houden en de werkzaamheden van afgraving en landwinning te regelen. Dit geboefte zou droog brood moeten eten, water drinken en op droog stro rusten in een afgesloten ruimte, te bouwen in de stad of het dorp het dichtst bij de plaats waar het afgraafwerk de langste tijd zou vergen.

[p. 94]

XXIX Rabbauwen kercker in elc lantschappe ende hant wercken.

445DE derde middel is, datmen midts in elck Landschap mocht445 446 bouwen een grote stercke ghevangenisse met menichte van 447 hutkens ende een ruyme plaatse int midden, daermen elck447 448 een ambacht konnende zoude leveren zijn stof ende ghereet-449schappe (als een scoemaker leest, elsen, leer naelden) om wat 450 werx te makene, zonder hem brood te gheven, hy en leverde 451 eerst een matelijck daghwerck. Maer die gheen ambachten kon-451452nen, mochten leeren nette breyden, speldemaken, spinnen,452 453 weven houtsagen ende andere dergelijcke onkonstige, maer 454 nutte ambachten, om metter tijd werck (als voorn) te