De Pheacensers houden raad van* hun gast. Het schip werdt toegerust om Ulyssem thuis te brengen. Alcinous roept de machtigste der Pheacensers te waarschappe†; na de maaltijd werpen de Pheacensers tegens Ulyssem den steen. Demodocus zinget, eerst hetgene dat in 't overspel van Marte ende Venere gebeurde, daarna wat er geviel als men 't houten paard binnen Troyen bracht. Ulysses weent, die men vraagt wie ende van wanen§ hij is.