terug  begin  verderprepost
[p. 7]

Tot den leser.

Goedt gunstighe Leser, alsoo mijn ter handt ghecomen is (door veel moeytens) het boertigh en vermakelijck spel van den Geleerden Poeet en Doctor, Samuel Koster, op het woort, 't Krom hout brandt soo wel alst recht, alst by de vier ken comen: het welck voor desen, int jaere 1612 ghespeelt is, op de Ouwe Camer, In Liefd' bloeyende; ende nu herspeelt op de Brabantsche Camer, Uyt levender Ionst: soo heeft mijn goedt ghedocht, het selfde u metten druck ghemeen te maecken. Ende alsoo ick u voor desen noch verscheyden Speelen vanden selfde Poeet, S. Coster, hebbe mede ghedeelt; ende noch drie of vier Geschreven Copyen by mijn zijn, sal die oock metten eersten in druck laten volghen, die soo wel stichtelijck, als vermaeckelijck zijn: wilt desen vermaeckelijcken Klucht, u lieden behandight, ten besten nemen, alsoo onsen arbeydt daer toe meest streckt, om u yets vermaeckelicks mede te deelen, van V.L. Dienaer,

 

C.L. Vander Plasse.

II heeft in de Voorrede (vgl. r. 5) ‘ende nu herspeelt op de Nederduytsche Academie.’ Het voorberichtje van III luidt als volgt:
Tot den Leser.
Alsoo goetgunstighe Leser my door veel moeytens weer ter handt gecomen is het vermakelijck ende boertige Spel van den Gheleerden Poëet ende Doctor Samuel Coster, op het spreeck-woort: 't Kromhout brandt soo vvel alst recht, alst by de vyer ken komen: Het welcke voor desen Anno 1612. ghespeelt is op de Oude Kamer In Liefde Bloeyende, ende eenighe Jaren daer naer herspeelt op de Brabantsche Kamer Uyt Levender Ionst: doch met verscheyden ende vele uytghelaten regulen, ende menichte van faut-woorden, alsoo het Principael van den Poëet hem ontduystert was: Soo heeft my nu goet ghedocht, met believen van den Poëet, diet op nieus noch heeft overghesien ende verbetert, het selfde te herdrucken, tot vermaeckingh ende welghevalle van den Goetwilligen Leser, Vale.

U.L. Dienaer
D.C. Houthaeck.
IV verschilt hier alleen van III door de volgende inlassching achter Uyt Levender Ionst: ‘en teghenwoordigh op de Amsterdamsche Schouburgh door Yver in Liefd' Bloeyende.’
De Voorrede ontbreekt in V.
prepostterug  begin  verder