1.De Griecksche Vorsten door de ontschakinghe van Helena, en 2. Menelaus aan-raden, vviens Huys-vrouvve zy vvas, de Wapenen 3. aan ghetrocken hebbende, om haar met gevvelt de Troyanen vveder 4. af te dringen, zyn met hare Vloote in Aulis vervallen, vvaarse door 5. tegenspoet van vvint en stroom, lange tijt misnoegende, hebben 6. moeten havenen. Vlysses, dien ick in dese Tragedie als een staat-7.geerich Prince in-voere, neemt dese gelegentheyt vvaar, en stroyt 8. door hiet Legher, dat het de Goddinne Diana niet en belieft voor-9.spoet tot desen tocht te verleenen, voor dat Agamemnon, den 10. oppersten Velt-Heer deses Heyrs, haar met zynen bloede, voor de 11. begangene misdaden, in het schieten eender Hinde, versoent soude 12. hebben; hopende dat de Vorst aan alsulcke schult-betalinge niet en 13. soude vvillen, ende dat daar door gelegentheyt gevonden soude mogen 14. vverden, om hem met den name van Godloos te bekladden, ende 15. den volcke, dat door een blinden yver ghedreven vvordt, aan hem 16. te doen misnoeghen, ende also den roep in het Griecksche Legher 17. te brengen, dat onder het beleyt van Agamemnon, de Troyaansche 18. Oorloge nimmermeer en soude gelucken, om also door de gunste 19. des Grieckschen Priesterschaps, die ick stelle dat hy, Vlysses, op 20. syn handt ghehadt heeft, den Myceenschen Koning te bossen, en 21. het opperste gebiet selver te bekomen. Desen aanslach in 't vverck 22. gestelt door driederley maxsels van Menschen, door Baat-suchtige, 23. Staat-suchtige, en oordelose Ghesellen; vvort door op-rechte, vvel-
24.genoegende en rype verstanden belet, die den verongelijckten Vorste 25. daar toe bevveghen, dat hy zijn Dochterken, Iphigenia, den gestoorde 26. Goddinne Diana soude schijnen te slachten, om het volck, dat alsoo 27. licht door Afgoderye te misleyden als door vvare Godsdienste te 28. gheleyden is, te stillen, en 'tschelmstuck dat Vlysses bedocht, ende 29. door Euripylus in 't vverck ghestelt hadde, tot vvelstandt des ghe-30.meenen zaacks voor te komen. Den gheheelen handel van Troyen is 31. een versiering, ofte ten minsten isser seer vveynich vvaarheyts aan: 32. daarom en salmen 't my niet qualijck af-nemen, dat ick hier mede 33. speele, ghelijck als het my, om mijn voornemen uyt te spreken, 34. gheleghen komt.
35.Voor al is dit de vvaarheyt, datter noyt Diana, ofte diergelijcke 36. Heydensche Afgoden in vvesen ghevveest zyn, niet teghenstaande 37. datse als heylich door der Papen ingeven van blinde yveraren 38. zyn aangebeden gevveest: So moet dan oock volgen dat haar geen 39. Diana, tot verlossinghe van Iphigenia, die voor hares Vaders misdaden 40. op-gheoffert ghevveest soude hebben, vertoont en heeft, maar dat 41. Calchas, die ick Agamemnons zyde doe houden, dit also door een 42. andere Vrouvv' besteldt heeft, om 't volck de ooghen te vervullen, 43. de onschuldige Iphigenia te behouden, den listigen Vlysses in zijn 44. Staat-sucht te smooren, den Godloosen Euripylus aan ghelijck tegen-45.vergifte te doen barsten, ende den rechtvaardighen Agamemnon in 46. eere te houden. Besluytende, dat de oude Poëten dit niet voor een 47. logen de nakomelingen inde hand stoppen, maar als een schildery 48. aan de vvant hangen, daar in de siende menschen des Werelts loop 49. kunnen af-meten, en bespeuren hoe den Schynheylich, onder den 50. deckmantel van Godsdienst, zyn personagie speelt. Hoe Staat en 51. Baat-sucht in het kleet der oprechticheyt, al soudet alles t'onderste 52. boven raken, haar schelmeryen op-proncken, ende tot haar voordeel 53. int vverck stellen.
Anno 1617. September 22.