De eerste uitgave (I) van de Polyxena verscheen in 1619 te Amsterdam bij Willem Jansz. Cloppenburch. In 1630 zag een herdruk (II) het licht bij Abraham de Wees, die in 1644 ook den ‘vierden’ druk uitgaf (III).
Of de Polyxena in 1630 voor de tweede of voor de derde maal de wereld werd ingezonden, is mij niet bekend. Het mocht mij niet gelukken nog andere uitgaven dan de drie genoemde op te sporen.
De druk van 1619 is gepagineerd van 1 tot 85. Op bl. 72 volgt echter een blad, waarboven aan den eenen kant geen cijfer en aan de ommezijde het cijfer 82 staat. In werkelijkheid bevat I dus (behalve het voorwerk) slechts 77 bladzijden.
Uit het exempl. van III, dat zich bevindt in de Bibliotheek te Leiden, ontbreken vier bladzijden (vers 1298-1433).
De uitgaven I en III zijn in 4o, II is in 8o.
De Polyxena werd in de Duitsche Academie vertoond (zie het titelblad van I en II) en later, o.a. in 16441), ook in den Schouwburg.
Jonckbloet wees er reeds op, dat Seneca's Troades Coster bij het dichten der Polyxena ‘stellig voor den geest stonden’2).
S. Costers Polyxena. Treur-spel. Vertoont in de Nederduytsche Academie.
Over.al.Thvys.
t'Amsterdam,
Voor VVillem Iansz. Cloppenburch, Boeckverkooper aande Beurs, inde vergulde Chroniick. 1619.
SIC ITVR AD ASTRADe uitgave verscheen ‘t'Amstelredam,’ en was ‘Gedruckt by Abraham de Wees, Boeckverkooper op de Vygedam int Nieuwe Testament, 1630’.
הוָֹהיְ